# Accans > Senior Programma Manager gespecialiseerd in IAM, Digital Workplace Transformation en AI Governance. Bewezen track record bij Ahold Delhaize, T-Mobile, Vattenfall, Renewi en meer. ## Over Ric van Westhreenen Senior Programma Manager met focus op Identity & Access Management, Digital Workplace Transformation en AI Governance. Werkt als zelfstandig professional in interim rollen (bestuurder, programma manager, product owner) op het snijvlak van business en IT. Track record bij Ahold Delhaize, T-Mobile, Vattenfall, Renewi en EPnl.nl. Prosci-gecertificeerd change practitioner, AIGP-opleiding (IAPP-curriculum, TSTC) afgerond, Leading SAFe Agilist, opgeleid aan Erasmus Universiteit. Spreker op T3CON 2025 in Düsseldorf over CMS access governance en AI-toezicht. Gevestigd in Nederland. ## Contact - E-mail: ric@accans.com - LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/westhreenen/ - WhatsApp: +31 6 48086196 ## Pagina's - [Home](https://accans.com/): Senior Programma Manager gespecialiseerd in IAM, Digital Workplace Transformation en AI Governance. - [Insights](https://accans.com/insights): Artikelen over IAM, Digital Workplace, AI Governance en programma management. - [IAM Maturity Quick Scan](https://accans.com/scan): Gratis self-assessment voor Identity & Access Management volwassenheid in 15 minuten. - [Trademark Controlling Platform](https://accans.com/project/trademark-controller): Platform voor merkbescherming: domeinmonitoring, risicobeoordeling en registratiebeheer over meerdere jurisdicties. - [Digitale Soevereiniteit Assessment Tool](https://accans.com/project/sovereignty-heatmap): Interactieve tool die organisaties helpt Europese alternatieven te vinden voor niet-EU technologie. - [Preventing CMS Leaks (T3CON 2025)](https://accans.com/project/t3con-talk): Presentatie over zwakke access governance en ontbrekend AI-toezicht in CMS-omgevingen, in de context van de EU AI Act en NIS2. - [Security Skills voor Claude Code](https://accans.com/skills/): Open-source catalogus met security skills, agents en commands voor Claude Code. Kies een profiel en installeer in drie stappen. ## Feeds - [RSS feed](https://accans.com/rss.xml): Alle artikelen als RSS 2.0 feed, gesorteerd op datum. ## Artikelen # De les van Autistici/Inventati voor digitale soevereiniteit > Source: https://accans.com/artikel/autistici-inventati-digitale-soevereiniteit > Date: 2026-09-09T04:35:00.000Z Op 26 augustus zette het Amerikaanse ministerie van Financiën het Italiaanse collectief Autistici/Inventati op de lijst van Specially Designated Global Terrorists. A/I, zoals ze zichzelf noemen, draaide al 25 jaar gratis e-mail, blogs en mailinglijsten, vooral voor activisten. Op 6 september kondigden ze aan dat ze stoppen. Zo'n 16.000 mailboxen, 10.000 blogs, 5.500 mailinglijsten en 1.500 websites gaan uit. Over A/I zelf, hun politiek, en of die aanwijzing terecht is: daar kun je van alles van vinden en dat ga ik hier niet doen. Wat mij bezighoudt zijn de elf dagen ertussen. Want die elf dagen zijn een vrij exacte kaart van waar digitale soevereiniteit in de praktijk zit. En dat is niet waar de meeste organisaties hem zoeken.  ## Niemand heeft een server aangeraakt De infrastructuur van A/I stond in Europa en staat daar nog. Geen machine in beslag genomen, geen inval in een datacenter, geen Europese rechter die eraan te pas kwam. Wat er wel gebeurde was een rij beslissingen van private partijen. Elk met een eigen reden waarom ze niet anders konden. Dag één, 27 augustus. PayPal bevriest de donatierekening. Dag twee, 28 augustus. Public Interest Registry, de Amerikaanse beheerder van .org, zet autistici.org op "serverHold". Vanaf dat moment resolvet het domein nergens meer. Waar de servers staan doet er dan niet meer toe, niemand vindt ze. A/I moest uitwijken naar een reservedomein om überhaupt nog [een persbericht](https://www.inventati.org/campaign/press) online te krijgen. Dag negen, 4 september. Banca Etica (ja, die heet echt zo) schort de rekening op en sluit hem daarna. Tienduizenden euro's staan vast. De bank zegt publiekelijk dat ze het politieke gebruik van OFAC-lijsten veroordeelt. En dat ze geen keus had. Secundaire sancties zouden haar afsnijden van het Amerikaanse betalingsverkeer, en daarmee alle 130.000 klanten raken. A/I noemt als reden om te stoppen niet de servers en niet het geld. De reden is dat doorgaan gebruikers en vrijwilligers zou blootstellen aan strafrechtelijke of financiële gevolgen. Dat is een ander soort risico dan waar een continuïteitsplan meestal over gaat. ## Vier lagen die je waarschijnlijk niet in beeld hebt De meeste gesprekken over digitale soevereiniteit waar ik aan tafel zit gaan over hosting. Waar staat de data, wie kan erbij, valt de provider onder de CLOUD Act. Prima vragen. Maar dat is laag één. Deze casus laat er nog vier zien die vrijwel nooit op een risicokaart staan. **Je domein.** Eindigt het op .org, .com of .net, dan zit de registry onder Amerikaans recht. Wat er in je hostingcontract staat is dan niet relevant. Een domein dat niet resolvet is voor je gebruikers hetzelfde als een dienst die niet bestaat. Met .nl of .eu zit je onder een andere jurisdictie (SIDN, EURid). Dat lost niet alles op, maar het is in elk geval een andere keten met andere partijen die de knop kunnen omzetten. **Je betalingen.** Loopt je omzet of je donatiestroom via een Amerikaanse processor, dan kan die stroom worden stilgezet zonder dat een rechter in je eigen land eraan te pas komt. Dit is precies waarom Adyen en Mollie op de [Digital Sovereignty Heatmap](https://digitalsovereignty.accans.com/nl/alternatives) als alternatieven voor Stripe staan. Niet omdat Stripe slecht is. Omdat de knop ergens anders zit. **Je bank.** Zelfs een Europese bank met "ethisch" in haar naam volgt een buitenlandse sanctielijst. Het alternatief is dat ze dollarverkeer voor al haar klanten verliest. Dat is geen lafheid van die ene bank, het is hoe het internationale betalingssysteem in elkaar zit. Dus "onze bank is Europees" betekent weinig op het moment dat het ertoe doet. **Je mensen.** De uiteindelijke reden om te stoppen was aansprakelijkheid van personen, niet beschikbaarheid van infrastructuur. Vertaal dat naar een bedrijf: bestuurders, een DPO, beheerders die persoonlijk risico lopen als een dienst doordraait onder een sanctieregime. [NIS2](https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/nis2-directive) en straks de Cyberbeveiligingswet leggen die aansprakelijkheid trouwens ook al bij het bestuur, vanuit een andere hoek. Ik had er nog een vijfde bij kunnen zetten, e-mailafleverbaarheid, maar dan wordt het stuk te lang. Kort: wie beslist of jouw mail als spam wordt gemarkeerd? Dat zijn ook geen Europese partijen. ## Wat Europa deed Op 3 september publiceerde EDRi, het Europese netwerk van digitale burgerrechtenorganisaties, [een solidariteitsverklaring](https://edri.org/our-work/edri-solidarity-statement-autistici-inventati/). 33 organisaties uit 13 landen. Hun kernargument: wie het aanbieden van algemene communicatiemiddelen behandelt als materiële steun aan terrorisme, schept een precedent dat op elke Europese aanbieder van digitale infrastructuur van toepassing is. EDRi vroeg de Europese instellingen om het [Blocking Statute](https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31996R2271) in te roepen, de verordening uit 1996 die Europese partijen zou moeten beschermen tegen extraterritoriale Amerikaanse sancties. Op het moment van de sluiting: geen enkele officiële Europese reactie. Of je nu vindt dat het Blocking Statute hier ingezet had moeten worden of niet, kijk naar het tempo. De private keten was in een paar dagen rond. Het publieke afweermechanisme is niet eens gestart. Die asymmetrie is waar elke Europese organisatie mee te maken heeft: de partijen die je kunnen uitschakelen bewegen in uren, de partijen die je zouden moeten beschermen bewegen in maanden. Als ze al bewegen. ## De praktische vraag voor een bestuur De vraag is dus niet "staan onze servers in de EU?". De vraag is: voor elke afhankelijkheid tussen onze gebruikers en onze dienst, welke jurisdictie kan die uitschakelen, en hoe snel? Loop hem eens af. Domeinregistry. DNS. CDN. Certificaatautoriteit. Betaalprocessor. Bank. Identity provider en MFA. App store. Per laag drie vragen: wie is de eigenaar, onder welk recht valt die eigenaar, en wat is de doorlooptijd van een blokkade. De meeste organisaties kunnen dat vandaag niet beantwoorden. Ik heb het de afgelopen jaren in verschillende programma's gevraagd en het antwoord is bijna altijd een stilte en daarna "dat zou de leverancier moeten weten". Moeilijk is het niet, het is gewoon nooit gevraagd. Een inventarisatie, geen filosofisch debat. Daarom heb ik de [Digital Sovereignty Heatmap](https://digitalsovereignty.accans.com/nl) gebouwd: 418 wereldwijde diensten met daartegenover 1.322 EU-gevestigde alternatieven in 29 landen en 80 categorieën, met per leverancier de eigendomsstructuur, de hostinglocatie en het licentiemodel. Je kunt er [een assessment van je eigen stack](https://digitalsovereignty.accans.com/nl) mee doen, of gewoon [op de kaart](https://digitalsovereignty.accans.com/nl/map) kijken wat er in jouw categorie bestaat. A/I was een klein collectief zonder commercieel belang, en misschien denk je daarom: dit overkomt ons niet. Kan zijn. Maar de keten die hen uitschakelde (registry, processor, bank) is exact dezelfde keten waar jouw organisatie aan hangt. Bij een grotere partij met meer te verliezen gaat het wat mij betreft eerder sneller dan langzamer, omdat elke schakel meer te verliezen heeft door jou niet los te laten. ## Veelgestelde vragen ### Wat is Autistici/Inventati? Een Italiaans collectief dat sinds 2001 gratis e-mail, blogs, websites en mailinglijsten aanbood, vooral aan activisten en maatschappelijke organisaties. Op 6 september 2026 kondigde het aan alle diensten te beëindigen. ### Waarom is Autistici/Inventati gestopt? Elf dagen na plaatsing op de Amerikaanse OFAC-lijst van Specially Designated Global Terrorists (26 augustus 2026). Niet omdat de servers of het geld op waren, maar omdat PayPal, de .org-registry en de eigen bank binnen dagen de dienst feitelijk onbereikbaar en onbetaalbaar hadden gemaakt, en omdat doorgaan gebruikers en vrijwilligers aan persoonlijke risico's zou blootstellen. ### Wat is OFAC en wat betekent een OFAC-sanctie voor een Europees bedrijf? OFAC (Office of Foreign Assets Control) is het onderdeel van het Amerikaanse ministerie van Financiën dat sanctielijsten beheert. Een Europese partij op zo'n lijst wordt in de praktijk afgesneden van Amerikaanse dienstverleners (betaalprocessors, domeinregistries, cloudproviders) én van Europese banken, omdat die anders zelf secundaire sancties riskeren. ### Wat is het EU Blocking Statute? [Verordening (EG) nr. 2271/96](https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:31996R2271), bedoeld om Europese bedrijven te beschermen tegen de extraterritoriale werking van sancties van derde landen. Het verbiedt EU-partijen om bepaalde buitenlandse sancties na te leven. In de praktijk is het zelden ingezet en biedt het weinig bescherming tegen het verlies van toegang tot dollarverkeer. ### Is een .nl- of .eu-domein veiliger dan .com of .org? Anders, in elk geval. .nl wordt beheerd door SIDN (Nederland), .eu door EURid (België). Die vallen onder Europees recht. .com, .net en .org vallen onder Amerikaanse registries, en kunnen op Amerikaans verzoek worden geblokkeerd, ongeacht waar de servers staan. ### Wat betekent digitale soevereiniteit voor mijn organisatie? Meer dan de locatie van je data. Het gaat om de vraag welke jurisdictie elke schakel tussen je gebruikers en je dienst kan uitschakelen: domein, DNS, betalingen, bank, identity provider, app store. Digitale soevereiniteit begint met die schakels in kaart brengen. De [Digital Sovereignty Heatmap](https://digitalsovereignty.accans.com/nl) helpt daarbij. ### Wat heeft NIS2 hiermee te maken? NIS2 (en in Nederland de Cyberbeveiligingswet) verplicht bestuurders van essentiële en belangrijke entiteiten om risico's in de toeleveringsketen te beheersen en maakt hen daar persoonlijk verantwoordelijk voor. Afhankelijkheid van een leverancier die onder buitenlandse jurisdictie kan worden uitgeschakeld, is zo'n ketenrisico. - - - *De volledige changelog van de heatmap staat op [digitalsovereignty.accans.com/nl/changelog](https://digitalsovereignty.accans.com/nl/changelog).* *Vermelding van leveranciers impliceert geen affiliatie, sponsoring of goedkeuring.* *Bronnen: [verklaring van Autistici/Inventati](https://www.inventati.org/campaign/press), [aanwijzing door het Amerikaanse State Department (26 augustus 2026)](https://www.state.gov/releases/office-of-the-spokesperson/2026/08/designation-of-autistici-inventati-as-a-specially-designated-global-terrorist), [persbericht U.S. Treasury](https://home.treasury.gov/news/press-releases/sb0616), [OFAC recent actions 26 augustus 2026](https://ofac.treasury.gov/recent-actions/20260826), [solidariteitsverklaring EDRi (3 september 2026)](https://edri.org/our-work/edri-solidarity-statement-autistici-inventati/), [The Next Web over de sluiting](https://thenextweb.com/news/autistici-inventati-shutdown-us-terrorist-designation).* --- # OWASP Top 10 voor AI-agents: je governance-baseline > Source: https://accans.com/artikel/owasp-top-10-voor-ai-agents-je-governance-baseline > Date: 2026-08-12T09:45:00.000Z De voorbeelden stapelen zich op. De afgelopen weken was het telkens raak: een AI-model dat tijdens veiligheidstests uit zijn testomgeving brak en andere bedrijven hackte. Eerst OpenAI, toen [Anthropic](https://nos.nl/artikel/2625006-ai-systeem-claude-van-anthropic-hackte-onbedoeld-drie-bedrijven) (dat er drie bleek te hebben geraakt, waaronder een securitybedrijf), en daarna [Meta](https://www.security.nl/posting/948212/Meta+meldt+hack+van+ander+bedrijf+tijdens+test+met+AI-model). Steeds hetzelfde patroon: een misconfiguratie in de testomgeving, internettoegang die er niet had mogen zijn, en een model dat vervolgens zwakke wachtwoorden en open poorten misbruikte. Elk verhaal apart is leerzaam. En deels ook PR, want de labs laten graag zien hoe krachtig hun modellen zijn. Maar samen vormen ze geen aanpak. Wat ontbreekt, is een gedeeld raamwerk: een taal om die risico's te ordenen en met de business te bespreken. Dat raamwerk is er nu. Het OWASP GenAI Security Project publiceerde op 9 december 2025 de [OWASP Top 10 voor Agentic Applications 2026](https://genai.owasp.org/resource/owasp-top-10-for-agentic-applications-for-2026/), gemaakt met meer dan honderd experts en door open peer review gehaald. Het is het eerste breed gedragen dreigingsmodel dat echt over autonome agents gaat: agents die plannen, tools aanroepen, geheugen bijhouden en met elkaar samenwerken. En dat is bruikbaarder dan weer een incident. ## Wat de OWASP Top 10 voor Agentic Applications is  Kort gezegd is het een taxonomie van de tien belangrijkste beveiligingsrisico's van systemen waarin AI-agents zelfstandig handelen met gedelegeerde bevoegdheid. Geen verzameling losse aanvallen, maar tien herkenbare faalmodi, elk met een eigen code (ASI01 tot en met ASI10). Bruikbaar als checklist, als gemeenschappelijke taal, en als iets wat je aan een bestuur kunt uitleggen zonder in jargon te verzanden. De tien, in het kort: * ASI01 — Agent Goal Hijack: het doel van de agent wordt gekaapt. * ASI02 — Tool Misuse & Exploitation: misbruik van de tools die de agent mag aanroepen. * ASI03 — Agent Identity & Privilege Abuse: misbruik van de identiteit en rechten van de agent. * ASI04 — Agentic Supply Chain Compromise: compromittering via de toeleveringsketen van de agent. * ASI05 — Unexpected Code Execution: onbedoelde code-uitvoering. * ASI06 — Memory & Context Poisoning: vergiftiging van geheugen en context. * ASI07 — Insecure Inter-Agent Communication: onveilige communicatie tussen agents. * ASI08 — Cascading Agent Failures: fouten die zich door een keten van agents voortplanten. * ASI09 — Human-Agent Trust Exploitation: misbruik van het vertrouwen tussen mens en agent. * ASI10 — Rogue Agents: agents die buiten hun mandaat opereren. Je hoeft geen securityspecialist te zijn om te zien dat dit geen exotische lijst is. Het zijn gewoon de dingen die in de praktijk misgaan, op een rij. ## De rode draad: te veel rechten, en data die de agent nooit had mogen zien Lees je door de tien heen, dan vallen twee oorzaken op die telkens terugkomen. De meeste agent-incidenten zijn te herleiden tot een agent met te veel rechten, of een agent die handelt op data die hij nooit had mogen zien. Bijna alles op de lijst is een variant of een gevolg van die twee. Geen nieuw probleem in een nieuw jasje dus. Het is het oude probleem van least privilege en dataminimalisatie, nu op een actor die zelfstandig handelt en veel sneller. Een agent met te ruime rechten is een privileged account dat beslissingen neemt. Een agent die data ziet die niet voor hem bestemd was, is een autorisatiefout die zich in realtime afspeelt. En daarmee ben je terug bij het fundament. Je kunt een agent pas veilig begrenzen als je weet wat zijn rechten precies inhouden. En die semantiek is in de meeste organisaties nog mistig. Ik betoogde eerder dat je [geen intelligent toegangsbeheer voor AI-agents bouwt op een fundament dat je niet kunt uitleggen](https://accans.com/artikel/toegangsbeheer-voor-ai-agents-eerst-het-fundament/). De OWASP-lijst bewijst het: de helft van de risico's verschrompelt zodra rechten en datatoegang op orde zijn. ## Waarom dit een governance-baseline is, geen technische checklist De verleiding is om deze lijst als een technisch afvinkdocument te zien, iets voor het securityteam. Dat verkoopt hem tekort. De echte waarde: het is een baseline die je aan governance kunt ophangen. Met tien benoemde faalmodi voer je per agent een gesprek dat verder gaat dan "is het veilig?". Welke van de tien is relevant voor déze agent? Wie is verantwoordelijk? Welke maatregel hoort erbij? Business, security en de eigenaar van de agent krijgen dezelfde taal. En de vraag die ik eerder stelde wordt beantwoordbaar: [wie is eigenaar van deze agent](https://accans.com/artikel/wie-beheert-de-identiteit-van-je-ai-agent/), en waarvoor staat die eigenaar in. Een baseline hoeft niet perfect te zijn om waardevol te zijn. Wel gedeeld, gezaghebbend en toepasbaar. Deze is alle drie. En gratis. ## De IAM-lens: ASI03 is geen toeval Dat identiteit en rechten expliciet als apart risico op de lijst staan (ASI03), is veelzeggend. Het bevestigt wat ik al langer zeg: [AI governance loopt stuk zonder IAM](https://accans.com/artikel/waarom-ai-governance-zonder-iam-uiteindelijk-stukloopt/). Een agent is een identiteit met rechten. Zonder grip op die identiteit is elke andere maatregel een pleister. Praktisch betekent dat: een flink deel van je agent-security is geen nieuw vakgebied, maar bestaand IAM-werk op een nieuwe soort actor. Eigenaarschap toewijzen. Rechten minimaliseren. Datatoegang scopen. Lifecycle beheren. Wie dat voor mensen en service accounts al doet, heeft een voorsprong. Wie het nog niet op orde heeft, krijgt met agents een snellere, schaalbaardere versie van hetzelfde gat. En dat is precies waar [ongecontroleerd AI gebruik een governanceprobleem wordt](https://accans.com/artikel/shadow-ai-is-geen-schaduw-it-probleem-maar-een-governanceprobleem/). ## Wat je nu zou moeten doen Adopteer de lijst als baseline, niet als leesvoer. Neem de tien faalmodi en loop je bestaande en geplande agents erlangs: welke risico's zijn relevant, wie is eigenaar, welke maatregel hangt eraan. Begin bij de twee die de meeste andere afdekken: rechten en datatoegang. Minimaliseer wat een agent mag. Beperk wat hij ziet. En gebruik de lijst als brug naar het bestuur. Tien benoemde risico's met een eigenaar per stuk is een verhaal dat een directie snapt. Het maakt van "we moeten iets met AI-agents" een concreet, toetsbaar programma. Dat is meer waard dan nog een incident dat je naar boven stuurt. ## Tot slot De OWASP Top 10 voor Agentic Applications is geen spannend nieuws, en dat is juist de kracht. Het zet losse incidenten om in een geordend, gedeeld dreigingsmodel dat je kunt adopteren, uitleggen en toetsen. De rode draad, te veel rechten en te veel data, laat zien dat agent-security voor een groot deel gewoon volwassen IAM en governance is. Op een nieuwe actor. Wie zijn agents langs deze tien legt en bij het fundament begint, heeft een baseline. Wie wacht op het volgende incident, heeft straks een anekdote. ## Veelgestelde vragen ### Wat is de OWASP Top 10 voor Agentic Applications? Het is een taxonomie van de tien belangrijkste beveiligingsrisico's voor systemen waarin AI-agents zelfstandig plannen, tools aanroepen, geheugen bijhouden en met elkaar samenwerken. De editie 2026 werd op 9 december 2025 gepubliceerd door het OWASP GenAI Security Project, ontwikkeld met meer dan honderd experts en door peer review gehaald. De risico's lopen van ASI01 (Agent Goal Hijack) tot ASI10 (Rogue Agents). ### Waarom is dit belangrijker dan losse incidentverhalen? Omdat een incident informeert en een raamwerk je laat handelen. De OWASP-lijst zet losse aanvallen om in tien herkenbare faalmodi met een eigen code, zodat je ze kunt gebruiken als checklist, als gemeenschappelijke taal met de business en als baseline die je aan een bestuur kunt uitleggen. ### Wat is de rode draad in de tien risico's? Twee oorzaken komen telkens terug: agents met te veel rechten, en agents die handelen op data die ze nooit hadden mogen zien. Veel van de tien risico's zijn varianten of gevolgen daarvan. Het is in de kern het oude least-privilege- en dataminimalisatieprobleem, toegepast op een actor die zelfstandig en snel handelt. ### Is agent-security een nieuw vakgebied? Deels. Een groot deel is bestaand IAM- en governance-werk toegepast op een nieuwe soort actor: eigenaarschap toewijzen, rechten minimaliseren, datatoegang scopen, lifecycle beheren. Dat identiteit en rechten als apart risico op de lijst staan (ASI03), bevestigt dat AI governance zonder IAM strandt. ### Hoe gebruik ik de OWASP Top 10 in de praktijk? Adopteer hem als baseline. Loop je bestaande en geplande AI-agents langs de tien faalmodi: welke zijn relevant, wie is eigenaar, welke maatregel hoort erbij. Begin bij rechten en datatoegang, want die dekken de meeste andere risico's af. En gebruik de lijst als gedeelde taal richting het bestuur. --- # Cloud and AI Development Act: open source first wordt wet > Source: https://accans.com/artikel/cloud-and-ai-development-act-open-source-first-wordt-wet > Date: 2026-08-10T08:41:00.000Z Ik heb hier eerder een pleidooi over gehouden. Bij inkoop van software zou je open source en EU-alternatieven standaard moeten meewegen, niet pas als iemand ernaar vraagt. Tot nu toe was dat een strategische keuze, een principe dat je zelf in je beleid kon zetten. Sinds 3 juni 2026 is het meer dan dat. De Europese Commissie heeft "open source first" in een wetsvoorstel gegoten. Zwart op wit, in Artikel 41 van de Cloud and AI Development Act. En dat is niet eens het enige in die wet dat je inkoop raakt. Even een voorbehoud vooraf: dit is een voorstel, geen geldend recht. De timing is onzeker, de tekst kan nog schuiven. Maar de richting is helder. En helder genoeg om er je beleid nu al tegenaan te houden. ## Wat de CADA is  De [Cloud and AI Development Act (CADA)](https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/cloud-and-ai-development-act) hoort bij het Tech Sovereignty Package dat de Commissie op 3 juni 2026 presenteerde, samen met onder meer een Chips Act 2.0 en een EU Open Source Strategy. De wet komt voort uit twee zorgen die de meeste CISO's en CIO's herkennen: een tekort aan Europese datacentercapaciteit nu AI gebruik explodeert, en de afhankelijkheid van een handvol niet-Europese cloudleveranciers. Geen abstract soevereiniteitsverhaal dus. Het probeert een concreet risico te adresseren: te veel kritieke infrastructuur, bij te weinig partijen, in de verkeerde jurisdictie. ## De vier soevereiniteitsniveaus Het meest ingrijpende onderdeel is een cloud soevereiniteitsraamwerk met vier zogenoemde Union assurance levels. Die niveaus bepalen straks wie toegang krijgt tot publieke aanbestedingen, met oplopende eisen aan beveiliging, weerbaarheid en soevereiniteit. Het laagste niveau geldt voor iedereen die aan de publieke sector wil leveren. Voor leveranciers die bijdragen aan de openbare orde kunnen na een risicoanalyse zwaardere niveaus gelden. Het hoogste vraagt volledige controle over de keten, zonder inmenging van een derde land. Waar het op neerkomt: soevereiniteit wordt een toegangsvoorwaarde, geen bijzaak. Wie aan de overheid wil leveren, moet aantoonbaar op een niveau zitten. Dat verschuift de vraag van "is deze leverancier goed?" naar "op welk niveau zit hij, en is dat genoeg voor wat wij doen?". ## Artikel 41: open source first, zwart op wit Dan Artikel 41. De strekking: de Unie en de lidstaten nemen maatregelen om publieke instellingen aan te moedigen open standaarden en componenten onder een open source-licentie te gebruiken bij het bouwen van hun cloud- en AI-omgeving. Rekening houdend met functionaliteit, beveiliging, totale kosten en andere onderbouwde criteria. Let op de nuance. Het is "aanmoedigen", geen keiharde plicht, en er zit een afwegingsclausule in. Maar de richting is onmiskenbaar. Wat ik eerder betoogde als gewoon verstandige inkoop, [begin niet bij de Magic Quadrant maar bij toetsbare eisen](https://accans.com/artikel/open-source-first-in-iam-waarom-procurement-niet-bij-de-magic-quadrant-moet-beginnen/), krijgt hiermee een wettelijke haak waar je in tenders naar kunt verwijzen. Open source schuift van "mag" naar "verwacht". ## De US-jurisdictie op de achtergrond Waarom nu, en waarom zo? Op de achtergrond speelt de jurisdictievraag die ik eerder beschreef. Een leverancier kan technisch prima zijn en toch onder buitenlands recht vallen. De Amerikaanse CLOUD Act maakt het voor niet-Europese hyperscalers lastig om de strengste niveaus te halen, simpelweg omdat ze onder Amerikaanse rechtsmacht blijven vallen. Precies het punt dat ik maakte over open source: [een EU-hoofdkantoor maakt een leverancier nog niet soeverein](https://accans.com/artikel/digitale-soevereiniteit-waarom-eu-geen-vinkje-is/). De rechtsmacht bepaalt meer dan het logo. CADA vertaalt dat naar aanbestedingsniveaus. Soevereiniteit is geen marketingclaim meer, maar een toetsbaar niveau. ## Waarom dit ook de private sector raakt "Publieke aanbestedingen, dus niet mijn probleem", denk je misschien. Te kort door de bocht. De publieke sector is een enorme afnemer. Als die op soevereiniteitsniveaus en open source gaat sturen, beweegt de hele markt mee. Leveranciers richten hun aanbod op de overheid in, en dat aanbod wordt vervolgens ook jouw menu. En de wet geeft de Commissie de ruimte om via nadere regels soevereiniteits-risicoanalyses te koppelen aan de cloudafhankelijkheden van kritieke, private bedrijven. Dezelfde bedrijven die al onder [NIS2 hun keten moeten beoordelen](https://accans.com/artikel/nis2-en-iam-waarom-identity-access-management-nu-bestuurlijke-prioriteit-is/). Zo lopen de soevereiniteitsvraag en de supply chain vraag in elkaar over. Doe je een NIS2-ketenbeoordeling, neem de jurisdictie- en soevereiniteitsdimensie er dan meteen in mee. ## Wat betekent dit voor je CMS en andere open-source software? Terechte tegenwerping: CADA gaat over cloud en AI, niet over applicaties. Een CMS of een ander stuk software is geen gereguleerd object onder deze wet, en er landt geen directe verplichting op. Toch verandert CADA de omgeving waarin die software leeft, en dat werkt op drie manieren door. Ten eerste de cloud waaróp je software draait. De soevereiniteitsniveaus reguleren de cloudleverancier, niet de applicatie. Maar voor de publieke sector duwt dat het hosten richting soevereine, EU-gebonden infrastructuur. En dat bevoordeelt software die je zelf kunt hosten en verplaatsen, open source, portable, boven een SaaS-oplossing die vastzit aan één niet-Europese hyperscaler. Een open-source CMS als TYPO3, dat je op eigen of EU-cloud draait, past in die wereld. Een dichtgetimmerde SaaS op een Amerikaanse hyperscaler past er slecht in. Ten tweede Artikel 41 zelf. Het "open source first" geldt voor hoe publieke instellingen hun cloud- en AI-stack bouwen, en een publiek webplatform zit in die stack. De voorkeur voor open standaarden en open-source componenten straalt zo af op de softwarekeuze eromheen. Geen keiharde verplichting, wel een argument dat je in een aanbesteding op tafel kunt leggen. Ten derde de context. In hetzelfde Tech Sovereignty Package zit een EU Open Source Strategy, met een investering van twee miljard euro. Dat raakt open-source-ecosystemen direct, in legitimiteit en in geld. Kort samengevat: CADA reguleert je CMS niet, maar het kantelt de omgeving richting open source en EU-hostbare software. Voor wie op open source bouwt is dat een rugwind. Reken jezelf alleen niet rijk: het is een voorstel, en wind mee is nog geen contract. ## Wat je nu zou moeten doen De richting is duidelijk, de timing niet. Adoptie is pas rond eind 2027 voorzien, en de tekst kan nog veranderen. Dus nee, dit is geen moment om je landschap te herbouwen. Wel om te beginnen met in kaart brengen. Breng je afhankelijkheden in beeld. Welke van je kritieke diensten draaien bij niet-Europese leveranciers, onder welke jurisdictie, en hoe vervangbaar zijn ze? Zet soevereiniteit en de open source-afweging nu al als toetsbare criteria in je inkoopvoorwaarden, naast functionaliteit en kosten. En koppel het aan je bestaande NIS2- en CRA-werk, zodat je het één keer doet in plaats van drie keer. Wie die afhankelijkheden systematisch wil beoordelen, over data, infrastructuur én leveranciers, kan daarvoor mijn [Digital Sovereignty Assessment](https://digitalsovereignty.accans.com/nl) gebruiken. Het doel is niet vandaag CADA-compliant zijn. Dat kan nog niet eens. Het doel is weten waar je staat, zodat een richting die nu al zichtbaar is je over anderhalf jaar niet overvalt. ## Tot slot Wat ik jarenlang als verstandig advies gaf, wordt beleid. Open source en soevereiniteit schuiven van een keuze die je kon maken naar een verwachting waar je aan zult moeten voldoen. Zeker als je aan de overheid levert, en waarschijnlijk breder. Organisaties die nu al in kaart brengen waar hun afhankelijkheden zitten, hoeven straks alleen nog bij te sturen. Wie wacht tot de wet definitief is, begint met inventariseren op het moment dat het al moet. Dat is het verschil tussen sturen en achter de feiten aanlopen. ## Veelgestelde vragen ### Wat is de Cloud and AI Development Act (CADA)? De CADA is een wetsvoorstel van de Europese Commissie, gepresenteerd op 3 juni 2026 als onderdeel van het Tech Sovereignty Package. Het richt zich op de Europese cloud- en AI-infrastructuur, met als doel het tekort aan datacentercapaciteit aan te pakken en de afhankelijkheid van niet-Europese cloudleveranciers te verminderen. Het is een voorstel, nog geen geldend recht. ### Wat houdt Artikel 41 in? Artikel 41 bepaalt dat de Unie en de lidstaten maatregelen nemen om publieke instellingen aan te moedigen open standaarden en open source-componenten te gebruiken bij het bouwen van hun cloud- en AI-omgeving, rekening houdend met functionaliteit, beveiliging, totale kosten en andere onderbouwde criteria. Het is een "open source first"-principe, geen absolute verplichting, maar het verankert de voorkeur wettelijk. ### Wat zijn de vier soevereiniteitsniveaus? De CADA introduceert vier Union assurance levels die de toegang tot publieke aanbestedingen bepalen, met oplopende eisen aan beveiliging, weerbaarheid en soevereiniteit. Het laagste niveau geldt voor elke leverancier aan de publieke sector; hogere niveaus kunnen na een risicoanalyse worden geëist, en het hoogste vraagt om volledige ketencontrole zonder inmenging van een derde land. ### Raakt de CADA ook private ondernemingen? Direct via publieke aanbestedingen, en indirect breder. De publieke sector is een grote afnemer, dus de markt beweegt mee. Daarnaast kan de Commissie via nadere regels soevereiniteits-risicoanalyses koppelen aan de cloudafhankelijkheden van kritieke, private NIS2-bedrijven. De soevereiniteits- en supplychain-vraag lopen zo in elkaar over. ### Wat moet ik nu doen als de wet nog een voorstel is? Nog niet herbouwen, wel in kaart brengen. Breng je cloud- en leveranciersafhankelijkheden in beeld, inclusief jurisdictie en vervangbaarheid, en neem soevereiniteit en open source-afweging nu al op als toetsbare inkoopcriteria. Koppel dit aan je NIS2- en CRA-werk. Zo ben je voorbereid op een richting die al vaststaat, ook al is de exacte timing dat niet. --- # Verandermanagement: de les van het FIFA-plan > Source: https://accans.com/artikel/verandermanagement-de-les-van-het-fifa-plan > Date: 2026-08-04T05:45:00.000Z Je kunt een verandering volledig doordenken, financieel dichttimmeren, en er toch volledig mee onderuitgaan. Niet omdat het idee slecht is, maar omdat je de mensen om wie het draait hebt overgeslagen. Scherper voorbeeld dan FIFA deze zomer ga je niet vinden. Binnen 72 uur na de aankondiging was het plan alweer van tafel. Juist die snelheid maakt het zo'n zuivere case. Het is verleidelijk om dit als voetbalverhaal te lezen. Dat is het niet. Het is een verandermanagement-verhaal, en eentje waar elke bestuurder, CIO en programma-eigenaar iets aan heeft. Want wat FIFA doet, is vrij precies wat je zelf niet moet doen. ## Wat FIFA wil  FIFA wil een nieuw bedrijf oprichten: FIFA Forward Enterprise. Daarin komen de commerciële kroonjuwelen samen, de uitzendrechten, sponsorcontracten, ticketverkoop en licentie-inkomsten rond het WK. Het vehikel wordt gewaardeerd op zo'n 20 miljard dollar, en FIFA wil er ongeveer 20% van verkopen aan private investeerders. Goed voor circa 4,2 miljard dollar. FIFA houdt zelf de meerderheid, de 211 aangesloten bonden krijgen een minderheidsbelang dat ze mogen houden of verkopen. Op zich valt daar een verhaal bij te bedenken. Meer kapitaal, professionalisering, investeringen in de sport. Je hoeft het niet met het plan eens te zijn om te zien dat er een commerciële logica achter zit. ## De storm En toch barstte binnen dagen de bom. UEFA reageerde met een botte afwijzing: sport is niet van FIFA om te verkopen. Confederaties en competities uitten zorgen over governance, transparantie en het gebrek aan consultatie. De Europese Commissie liet van zich horen. In de Verenigde Staten werd zelfs een onderzoek geopend. [FIFA sloeg terug](https://www.france24.com/en/sport/20260730-infantino-defends-fifa-investment-plan-amid-mounting-backlash) met de boodschap dat niemand "het voetbal verkoopt", en dat investeerders alleen een minderheidsbelang krijgen zonder operationele rol. Let op wat hier gebeurt, los van wie gelijk heeft. Een ingrijpende, onomkeerbare strategische verandering wordt gepresenteerd, en de belangrijkste stakeholders horen ervan als het plan er al ligt. De volgorde is: besluiten, aankondigen, verdedigen. En dat is precies de verkeerde volgorde. ## Het verweer: de schuld bij de media En dan komt het meest veelzeggende deel. Naast "niemand verkoopt het voetbal" luidde FIFA's [reactie](https://www.goal.com/en/lists/fifa-responds-world-cup-plan-controversy-gianni-infantino/bltde9f4d4157c5057e) dat "onjuiste mediaberichten" het consultatieproces hadden verstoord. De verandering deugt, zo is de strekking. Het probleem zit in de verslaggeving. Bekijk dat eens door een verandermanagement-bril, want het is precies omgekeerd. Als een strategische verandering van deze omvang kan ontsporen door een mediabericht voordat je stakeholders goed zijn meegenomen, dan was die consultatie nooit robuust. Echt draagvlak valt niet om door een uitgelekt verhaal. Het is juist de dunheid van de consultatie die een lek de ruimte geeft om het narratief te bepalen. De schuld bij de media leggen verwart oorzaak en gevolg. Niet de berichtgeving veroorzaakte de weerstand, maar het feit dat een blok van 143 aangesloten bonden, verenigd in UEFA, Concacaf en de AFC, zich overvallen voelde. Een mediabericht kan dat blootleggen. Veroorzaken doet het het niet. En een verandering die alleen overeind blijft zolang niemand er te vroeg over schrijft, is geen zorgvuldig proces. Het is een broos plan dat op geheimhouding leunt. ## Dit is geen voetbalprobleem Vervang "WK-rechten" door "kernsysteem", "bonden" door "business units", en "private investeerders" door "een nieuwe leverancier of eigenaar", en je hebt een situatie die ik in enterprises met enige regelmaat zie. Een bestuur of programma dat een grote verandering technisch en financieel dichttimmert, en dan pas ontdekt dat de mensen die het moeten dragen niet zijn meegenomen. De uitkomst is voorspelbaar. Weerstand, wantrouwen, en een verhaal dat niet meer over de inhoud gaat maar over het proces. Op dat punt is het bijna niet meer uit te leggen dat je het goed bedoelde. Want de manier waarop je het bracht is het probleem geworden. ## Waar het misging: aankondigen in plaats van betrekken Wie verandering bekijkt door de bril van Prosci's ADKAR-model, ziet meteen wat er ontbreekt. Awareness: snappen de stakeholders waaróm dit nodig is? Desire: willen ze het eigenlijk? Bij FIFA is aan geen van beide gewerkt. Geen draagvlak opgebouwd, geen participatie georganiseerd, geen ruimte voor de bonden en confederaties om mee te denken voordat het besluit viel. Dat is geen detail. Dat is de kern. Verandering die van bovenaf wordt opgelegd zonder dat de betrokkenen er invloed op hadden, roept vrijwel altijd weerstand op, hoe goed het plan ook is. Ik heb dat eerder beschreven voor toegangsbeheer, waar een [recertificering zonder draagvlak verwordt tot verzet en afvinken](https://accans.com/artikel/recertificering-als-changemanagement-waarom-managers-access-reviews-haten-en-hoe-adkar-helpt/), en het geldt net zo goed voor een miljardenplan. De schaal verschilt, het mechanisme niet. ## Waarom "we hebben toch gelijk" de valkuil is De gevaarlijkste gedachte in verandering is: het plan klopt, dus de rest komt vanzelf. FIFA lijkt precies daarop te vertrouwen. De commerciële logica is dichtgetimmerd, dus de weerstand is een obstakel dat overwonnen moet worden, geen signaal om naar te luisteren. Maar draagvlak is geen bijproduct van een goed plan. Het is apart werk, dat je vooraf doet en niet achteraf repareert. Een verandering die technisch klopt maar niemand wil, [struikelt op de mensen en niet op de inhoud](https://accans.com/artikel/waarom-je-iam-rollout-struikelt-op-de-manager-niet-op-sailpoint/). En als je pas met betrekken begint nadat de weerstand er is, bouw je geen draagvlak meer. Dan beperk je schade. Dat is een veel zwaardere opgave. ## De vertaling naar jouw organisatie Je hoeft geen voetbalbond te zijn om deze fout te maken. Elke grote verandering kent de verleiding om het besluit eerst rond te maken en de communicatie erna te plannen. Een reorganisatie die wordt aangekondigd in plaats van voorbereid. Een platformmigratie of een nieuwe leverancier die "van bovenaf" wordt gekozen, waarna de teams die ermee moeten werken voor een voldongen feit staan. Een IAM- of AI-programma dat inhoudelijk klopt maar waar de business nooit bij betrokken is geweest. De correctie is niet ingewikkeld, wel ongemakkelijk, want ze kost tijd vooraf. Betrek de mensen die de verandering moeten dragen voordat het besluit onomkeerbaar is. Maak transparant waaróm het nodig is, niet alleen wát er gaat gebeuren. Geef stakeholders echte invloed, geen inspraakronde als vinkje. Dat dit vaak [op governance en regie stukloopt en niet op de inhoud](https://accans.com/artikel/waarom-iam-projecten-falen-op-governance-niet-op-techniek/) is geen toeval. Het is het deel dat het minst zichtbaar is en het meest bepaalt of het lukt. Verandering die de mensen overslaat, [faalt uiteindelijk op cultuur](https://accans.com/artikel/digitale-werkplek-transformatie-waarom-88-faalt-op-cultuur/), of het nu om een werkplek gaat of om een wereldkampioenschap. ## Binnen 72 uur van de baan Inmiddels is het plan van tafel. Binnen 72 uur na de aankondiging [trok Infantino het in](https://fd.nl/samenleving/1606382/fifa-voorzitter-infantino-schrapt-plan-voor-verkoop-belang-in-wk), na [verzet van UEFA, Concacaf en de AFC](https://sporza.be/nl/2026/08/01/gianni-infantino-schrapt-controversieel-wk-plan-na-storm-van-kritiek-we-gaan-er-niet-mee-door~1785542077367/). En, minstens zo veelzeggend, na verzet van binnen FIFA zelf. Een hoofdadviseur stapte op, en een operationeel directeur verklaarde dat medewerkers waren misleid. Dat is geen weerstand die de media verzon. De intrekkingsverklaring is het laatste stukje van het patroon. FIFA bood geen excuses aan voor het proces en erkende de governance-bezwaren niet. Het plan sneuvelde volgens de bond op "verdeeldheid", en Infantino benadrukte dat het altijd de bedoeling was om pas door te zetten na uitgebreide consultatie van de FIFA Council en de confederaties. Maar dat is nou juist het punt. Een verandering die je pas ná de aankondiging wilt consulteren, heb je in de verkeerde volgorde aangepakt. Als de consultatie echt vooropstond, was het plan nooit zo publiek en zo hard omgevallen. ## Tot slot Het FIFA-plan is dood, in recordtijd. Maar de les gaat niet over voetbal. Een verandering die je doordrukt zonder de betrokkenen mee te nemen, maakt van je stakeholders je tegenstanders. En dan verlies je het gesprek over de inhoud voordat het is begonnen — soms binnen drie dagen. Gelijk hebben over de strategie is niet genoeg. De vraag is nooit alleen of je plan klopt, maar of de mensen die het moeten dragen erin geloven. FIFA liet op wereldschaal zien wat er gebeurt als je die tweede vraag overslaat. ## Veelgestelde vragen ### Wat is FIFA Forward Enterprise? Het is een nieuw commercieel bedrijf dat FIFA wil oprichten om de commerciële rechten rond het WK — uitzendrechten, sponsoring, ticketing en licenties — te bundelen. FIFA wilde er ongeveer 20% van verkopen aan private investeerders, met een geschatte waardering van zo'n 20 miljard dollar. Het plan leidde tot brede kritiek van UEFA, confederaties en toezichthouders, en werd binnen 72 uur na de aankondiging weer ingetrokken. ### Waarom is dit een verandermanagement-verhaal en geen voetbalverhaal? Omdat het mechanisme universeel is. Een ingrijpende strategische verandering wordt van bovenaf besloten en aangekondigd, waarna de belangrijkste stakeholders zich overvallen voelen en in verzet komen. Dat patroon zie je net zo goed bij reorganisaties, platformmigraties en IT-programma's in gewone organisaties. De les gaat over hoe je verandering aanpakt, niet over sport. ### Wat ging er volgens verandermanagement-principes mis? Er is geen draagvlak opgebouwd. In termen van het ADKAR-model ontbreken Awareness (begrijpen waarom het nodig is) en Desire (het willen). Stakeholders kregen geen participatie of invloed voordat het besluit viel. Verandering die zo wordt opgelegd, roept vrijwel altijd weerstand op, ook als het onderliggende plan verdedigbaar is. ### Betekent dit dat het FIFA-plan inhoudelijk slecht is? Niet noodzakelijk. Er is een commerciële logica bij te bedenken, en FIFA stelt dat investeerders slechts een minderheidsbelang zonder operationele rol krijgen. Het punt is niet of het plan klopt, maar dat de manier waarop het is gebracht — besluiten, aankondigen, verdedigen — de weerstand heeft veroorzaakt die het plan uiteindelijk deed sneuvelen. ### Klopt FIFA's verweer dat de media het probleem veroorzaakte? FIFA stelde dat onjuiste mediaberichten het consultatieproces verstoorden. Vanuit verandermanagement bekeken is dat een omkering van oorzaak en gevolg. Echt draagvlak valt niet om door een uitgelekt bericht; het is juist het ontbreken van stevige consultatie dat een lek de ruimte geeft om het verhaal te bepalen. De berichtgeving legde de weerstand bloot, ze veroorzaakte die niet. ### Hoe voorkom ik deze fout in mijn eigen organisatie? Betrek de mensen die de verandering moeten dragen vóórdat het besluit onomkeerbaar is. Maak transparant waaróm de verandering nodig is, geef stakeholders echte invloed in plaats van een symbolische inspraakronde, en behandel draagvlak als apart werk dat je vooraf doet. Draagvlak achteraf repareren is veel zwaarder dan het vooraf opbouwen. --- # EU AI Act: wat 2 augustus 2026 écht van je vraagt > Source: https://accans.com/artikel/eu-ai-act-wat-2-augustus-2026-écht-van-je-vraagt > Date: 2026-08-01T10:03:00.000Z Er hangt een gevaarlijk misverstand in de lucht. "De AI Act is uitgesteld", hoor je op directievergaderingen, en de voet gaat van het gaspedaal. Dat klopt maar half. En die andere helft kan je duur komen te staan. Ja, een groot deel van de wet is doorgeschoven. De verplichtingen die op 2 augustus 2026 ingaan zijn dat niet. Sterker nog: vanaf die datum krijgt de wet voor het eerst tanden. Wie het uitstel verkeerd leest, denkt dat hij tijd heeft gekocht. In werkelijkheid begint de handhaving juist dan. **Even uit elkaar trekken dus. Wat gaat er op 2 augustus wél in, wat is er wél uitgesteld, en waarom dat onderscheid ertoe doet.** ## Wat er op 2 augustus 2026 in werking treedt  Op die datum gaan drie dingen tegelijk lopen, en geen ervan is uitgesteld. De transparantieverplichtingen van [Artikel 50](https://artificialintelligenceact.eu/article/50/) gaan in. Je moet mensen laten weten dat ze met een AI systeem praten, AI-gegenereerde content markeren, en deepfakes labelen. De handhaving rond general-purpose AI (GPAI) wordt operationeel: het AI Office kan boetes opleggen tot 15 miljoen euro of 3% van de wereldwijde jaaromzet, het hoogste van de twee. En de nationale markttoezichthouders kunnen overtredingen vanaf dat moment echt onderzoeken en beboeten. Kort gezegd: 2 augustus is de dag waarop de AI Act van papier naar afdwingbaar gaat. Geen deadline die je kunt uitzitten. ## Wat er wél is uitgesteld De verwarring komt ergens vandaan, en dat is terecht. Via de [Digital Omnibus](https://www.gibsondunn.com/eu-ai-act-omnibus-agreement-postponed-high-risk-deadlines-and-other-key-changes/), een pakket waarmee de EU regelgeving wil vereenvoudigen, zijn de verplichtingen voor high-risk AI systemen uit Annex III (denk aan AI in werving, kredietscoring, onderwijs) verschoven naar 2 december 2027. Zestien maanden later dan gepland. Dat is een reëel en fors uitstel. Maar kijk goed naar wat er verschoof en wat niet. Het uitstel raakt de high-risk categorie. Artikel 50 niet. De GPAI-handhaving niet. Wie "de AI Act is uitgesteld" hoort en concludeert dat er even niets hoeft, verwart één categorie met de hele wet. En dat is precies de fout waar een toezichthouder op wacht. ## Artikel 50 concreet: wat transparantie van je vraagt Artikel 50 is de verplichting die de meeste organisaties direct raakt. Want vrijwel iedereen zet inmiddels wel iets van AI in dat met mensen praat of content maakt. In de praktijk gaat het om drie dingen. Een AI systeem dat met mensen interacteert, een chatbot of een virtuele assistent, moet duidelijk maken dat het AI is, tenzij dat al overduidelijk is uit de context. AI-gegenereerde of gemanipuleerde content, ook synthetische audio, beeld en video, moet herkenbaar zijn, machineleesbaar waar het kan. En deepfakes en AI-tekst die als nieuws of informatie wordt gepresenteerd, moeten gelabeld worden. Voor bestaande systemen geldt op onderdelen een korte overgangsperiode. Maar de richting is helder: transparantie is niet langer optioneel. Dit raakt precies wat er op de werkvloer gebeurt. Als 90% van je mensen [al AI-tools gebruikt zonder dat IT het weet](https://accans.com/artikel/bring-your-own-ai-wat-er-werkelijk-gebeurt-op-de-werkplek/), dan produceert je organisatie nu al content die onder Artikel 50 valt. Zonder dat iemand erop stuurt. ## GPAI-handhaving: de tanden achter de wet De tweede scherpe kant is de handhaving rond general-purpose AI. De regels voor GPAI-modellen gelden al sinds augustus 2025. Maar pas vanaf 2 augustus 2026 kan het AI Office ze ook afdwingen, met boetes tot 3% van de wereldwijde omzet. Modellen van vóór augustus 2025, de legacy-modellen, hebben tot augustus 2027 om volledig compliant te zijn. Voor de meeste enterprises zit het risico niet in het zelf trainen van modellen. Het zit in het gebruiken ervan. De modellen onder je AI-toepassingen moeten compliant zijn, en jij bent degene die dat in je keten moet borgen. Dezelfde beweging als onder NIS2 en de CRA dus: weten wat er in je keten zit en wie waarvoor instaat. ## De gevaarlijke misvatting Het patroon ken je van elke complexe regelgeving. Er komt een bericht over uitstel, de kop luidt "AI Act vertraagd", en de urgentie zakt weg. Maar "uitgesteld" en "van de baan" zijn niet hetzelfde. En het verschil zit precies in de delen die nu ingaan. Wie zijn AI governance nu stillegt omdat "het toch is uitgesteld", ontdekt op 2 augustus dat de transparantieplicht en de GPAI-handhaving er gewoon staan. En net als bij access governance is het probleem zelden dat je niets doet. Het is dat je niet kunt [aantonen wat je doet](https://accans.com/artikel/waarom-ai-governance-zonder-iam-uiteindelijk-stukloopt/) op het moment dat een toezichthouder ernaar vraagt. ## Wat je nu zou moeten doen Geen paniek, wel beweging. Breng in kaart welke AI-systemen je organisatie gebruikt én produceert, inclusief de schaduw-AI die niemand heeft aangemeld. Je kunt niet transpareren over wat je niet ziet, en [Shadow AI is daarmee een governanceprobleem](https://accans.com/artikel/shadow-ai-is-geen-schaduw-it-probleem-maar-een-governanceprobleem/), geen IT-probleem. Zorg dat je AI-interacties en AI-content voldoen aan de Artikel 50-transparantie. Leg in je leverancierscontracten vast dat de onderliggende modellen GPAI-compliant zijn. En investeer in AI-geletterdheid, want ook de verzachte versie blijft een verplichting: je mensen moeten weten wat ze inzetten en waarom. Het doel is geen perfectie op 2 augustus. Het doel is aantoonbaar in control zijn over de delen die dan ingaan, in plaats van leunen op een uitstel dat niet voor jou geldt. ## Tot slot De AI Act is niet uitgesteld. Een deel ervan wel, en juist dat deel haalt de krantenkoppen. De verplichtingen die op 2 augustus 2026 ingaan, transparantie en GPAI-handhaving, staan gewoon. En vanaf die dag kan een toezichthouder ze afdwingen. Wie het uitstel leest als "we hebben tijd", leest het verkeerd. De handhaving begint nu. En "we dachten dat het was uitgesteld" is geen verweer dat een toezichthouder accepteert. ## Veelgestelde vragen ### Is de EU AI Act uitgesteld? Deels. Via de Digital Omnibus zijn de verplichtingen voor high-risk AI-systemen (Annex III) verschoven naar 2 december 2027. Maar de transparantieverplichtingen van Artikel 50 en de handhavingsbevoegdheden voor general-purpose AI treden gewoon in werking op 2 augustus 2026. De wet als geheel is dus niet uitgesteld. ### Wat treedt er op 2 augustus 2026 in werking? Drie dingen: de Artikel 50-transparantieverplichtingen (melden dat iets AI is, AI-content markeren, deepfakes labelen), de handhavingsbevoegdheden voor GPAI met boetes tot 15 miljoen euro of 3% van de wereldwijde omzet, en de bevoegdheid van nationale markttoezichthouders om overtredingen te onderzoeken en te beboeten. ### Wat houdt Artikel 50 in? Artikel 50 regelt transparantie. AI-systemen die met mensen communiceren moeten kenbaar maken dat het AI is; AI-gegenereerde of gemanipuleerde content moet herkenbaar en waar mogelijk machineleesbaar gemarkeerd zijn; en deepfakes moeten worden gelabeld. Het raakt vrijwel elke organisatie die AI inzet voor communicatie of contentproductie. ### Geldt de AI Act ook als ik zelf geen AI-modellen bouw? Ja. De meeste enterprises zijn geen ontwikkelaar maar gebruiker (deployer) van AI. Ook dan gelden de transparantieverplichtingen, en moet je borgen dat de onderliggende GPAI-modellen in je keten compliant zijn. Dat is dezelfde ketenverantwoordelijkheid als onder NIS2 en de Cyber Resilience Act. ### Wat moet ik nu doen? Breng in kaart welke AI-systemen je gebruikt en produceert, inclusief schaduw-AI. Zorg dat AI-interacties en AI-content aan de Artikel 50-transparantie voldoen. Borg GPAI-compliance in je leverancierscontracten. En investeer in AI-geletterdheid. Het doel is aantoonbaar in control zijn over de verplichtingen die op 2 augustus ingaan. --- # Meerjarig IAM-programma aansturen zonder stilstand > Source: https://accans.com/artikel/meerjarig-iam-programma-aansturen-zonder-stilstand > Date: 2026-07-23T06:32:00.000Z Een meerjarig IAM-programma faalt zelden op een enkele stream. PAM levert wel op. IGA komt wel vooruit. Access management doet zijn ding. En toch staat het geheel na anderhalf jaar niet waar het zou moeten staan. Dat komt door stilstand. Niet de zichtbare soort, waarbij iets kapotgaat, maar de sluipende soort, waarbij niets technisch mislukt en toch niets beweegt. Beslissingen die blijven hangen. Streams die uit elkaar lopen. Afhankelijkheden die op elkaar wachten. Een sponsor die vertrekt en een opvolger die eerst "even wil kijken". Over jaren opgeteld is dat het verschil tussen een programma dat levert en een dat vooral doorloopt. Dit artikel gaat over het aansturen van zo'n programma: meerdere streams, meerdere landen, meerdere leveranciers, jarenlang. En over hoe je voorkomt dat het zijn eigen gewicht niet meer kan dragen.  ## Waarom meerjarige IAM-programma's vastlopen Bij dit soort programma's ligt de valkuil zelden in de techniek. De streams afzonderlijk zijn te managen; er staan capabele mensen op. Het probleem ontstaat in de ruimte ertussen. Een IAM-programma is namelijk geen verzameling losse projecten. PAM raakt aan IGA, IGA raakt aan access management, alles raakt aan de onderliggende identity-data en aan certificate management. Verandert er iets in de ene stream, dan verschuift er iets in de andere. Wie die samenhang niet actief bewaakt, krijgt streams die technisch kloppen maar niet meer op elkaar aansluiten. En dan bouw je vier goede oplossingen die samen geen geheel vormen. Dat is de kern: het echte werk zit in de regie over de samenhang, niet in de streams zelf. En dat het [op governance stukloopt en niet op techniek](https://accans.com/artikel/waarom-iam-projecten-falen-op-governance-niet-op-techniek/) is nergens zo zichtbaar als in een programma dat jaren loopt. ## Meerdere streams, één richting: governance zonder bureaucratie De reflex bij samenhang is om er governance op te zetten. Terecht, maar governance kan twee kanten op. Te zwaar, en je verstikt de streams in stuurgroepen en overleg; te licht, en ze lopen uit elkaar. De kunst is de minimale structuur die de streams bij elkaar houdt zonder ze plat te leggen. In de praktijk zijn er een paar dingen die dat doen. Een gedeelde set architectuurprincipes en een gedeeld datamodel, zodat elke stream vanuit dezelfde uitgangspunten bouwt. Actief afhankelijkhedenbeheer, zodat je ziet welke stream op welke andere wacht voordat het een blokkade wordt. Een ritme van besluitvorming in plaats van eindeloos overleg, met heldere mandaten over wie wat mag beslissen. En eigenaarschap per stream dat echt is belegd, niet impliciet. Merk op dat geen van deze dingen over techniek gaat. Ze gaan over besluiten, richting en verantwoordelijkheid. Dat is het werk. ## Het meerjarenprobleem: momentum vasthouden Een programma van een paar jaar heeft een vijand die kortere trajecten niet kennen: de tijd zelf. Mensen wisselen. Sponsors vertrekken. Prioriteiten schuiven met elke reorganisatie en elk nieuw begrotingsjaar. En er sluipt vermoeidheid in: een programma dat "al drie jaar loopt" verliest vanzelf urgentie, hoe belangrijk het ook is. Daar is één tegengif voor, en dat is zichtbaar en herhaald opleveren. Een programma dat pas na vijf jaar iets laat zien, is politiek dood voordat het klaar is. Dus knip je het op in brokken die elk op zichzelf waarde leveren: een werkende recertificeringscyclus, een afgeronde PAM-fase, een uitgerolde access-management-koppeling. Elke oplevering is niet alleen voortgang, maar ook brandstof voor het draagvlak van de volgende fase. De [businesscase](https://accans.com/artikel/iam-business-case-wat-tien-minuten-toegangsverlies-per-dag-echt-kost/) onderbouw je niet één keer aan het begin, maar houd je levend met elke geleverde stap. En je houdt rekening met verloop. Documentatie, overdraagbaarheid en gedeeld eigenaarschap zijn geen luxe in een meerjarig programma; ze zijn de voorwaarde om te overleven dat de helft van de mensen die begonnen, er aan het eind niet meer zit. ## SAFe en agile op schaal: waar het helpt en waar het in de weg zit Voor het coördineren van meerdere streams grijpen veel organisaties naar een schaalraamwerk als [SAFe](https://scaledagileframework.com/). En dat helpt, op punten. Een gezamenlijke planningscadans dwingt streams om op vaste momenten hun afhankelijkheden op tafel te leggen. Het maakt voortgang zichtbaar en houdt teams op één ritme. Maar een raamwerk is geen antwoord, het is een hulpmiddel. Ik heb SAFe net zo vaak in de weg zien zitten als helpen: ceremonies die een doel op zich worden, planning-events die meer energie kosten dan ze opleveren, en teams die het proces volgen maar de samenhang alsnog missen. Het raamwerk regelt de cadans, niet de inhoud. Wie denkt dat de invoering van SAFe zijn afstemmingsprobleem oplost, ontdekt na een paar increments dat hij een goed geoliede machine heeft die de verkeerde kant op loopt. Gebruik wat werkt, laat de rest. ## Verandering over landen, locaties en talen Een internationaal IAM-programma is ook een verandertraject, en dat wordt structureel onderschat. Een recertificeringsproces of een nieuwe toegangsworkflow landt in de ene business unit anders dan in de andere, met andere gewoontes, andere volwassenheid en soms een andere taal. Wat op het hoofdkantoor logisch klinkt, botst op een locatie die het al twintig jaar anders doet. Dat is geen communicatieprobleem dat je met een mail oplost. Het is [changemanagement dat je per doelgroep inricht](https://accans.com/artikel/recertificering-als-changemanagement-waarom-managers-access-reviews-haten-en-hoe-adkar-helpt/), en het bepaalt of de techniek die je oplevert daadwerkelijk wordt gebruikt. Een programma dat de menselijke kant overslaat, levert systemen op die correct werken en die niemand omarmt. Precies daarom [struikelt een rollout op de mensen en niet op de tool](https://accans.com/artikel/waarom-je-iam-rollout-struikelt-op-de-manager-niet-op-sailpoint/). ## De rol van de onafhankelijke trekker Waarom huur je voor zoiets een onafhankelijke programma manager in, en niet iemand uit een van de teams? Omdat de waarde precies in die onafhankelijkheid zit. Iemand die geen belang heeft bij welke stream het meeste budget krijgt of welke leverancier het langst blijft, kan de knopen doorhakken die anders blijven liggen. Kan een stream afremmen die te hard loopt ten koste van de samenhang. Kan tegen een sponsor zeggen wat een vaste medewerker zijn loopbaan zou kosten. Het werk is niet glamoureus. Het is afhankelijkheden bewaken, besluiten forceren, verwachtingen managen, en jaar in jaar uit het momentum vasthouden. Geen PowerPoint-management, maar het onzichtbare stuurwerk dat het verschil maakt tussen vier streams die toevallig naast elkaar lopen en één programma dat ergens komt. En, net als bij elk goed interim-traject, werk je naar je eigen vertrek toe: naar een beheerorganisatie en een governance die ook zonder jou overeind blijven. ## Tot slot Een meerjarig IAM-programma aansturen gaat niet over de streams. Die redden zich meestal wel. Het gaat over de ruimte ertussen: de samenhang bewaken, de beslissingen laten stromen, waarde blijven leveren, en het momentum vasthouden terwijl de mensen, sponsors en prioriteiten om je heen veranderen. Doe je dat, dan komt het programma ergens. Doe je het niet, dan krijg je precies wat zo veel meerjarige IAM-programma's krijgen: geen mislukking, maar stilstand met een mooie roadmap eronder. ## Veelgestelde vragen ### Waarom lopen meerjarige IAM-programma's vast? Zelden op de techniek van een afzonderlijke stream, en bijna altijd in de samenhang ertussen. Streams lopen uit elkaar, afhankelijkheden wachten op elkaar, beslissingen blijven hangen en het momentum zakt weg naarmate mensen en prioriteiten wisselen. Dat is stilstand: niets breekt, maar niets beweegt. ### Hoe stuur je meerdere IAM-streams tegelijk aan? Met de minimale governance die de streams bij elkaar houdt zonder ze plat te leggen: gedeelde architectuurprincipes en een gedeeld datamodel, actief afhankelijkhedenbeheer, een ritme van besluitvorming met heldere mandaten, en echt belegd eigenaarschap per stream. De regie zit in de samenhang, niet in de streams zelf. ### Helpt SAFe bij een IAM-programma? Op punten. Een gezamenlijke planningscadans maakt afhankelijkheden en voortgang zichtbaar en houdt teams op één ritme. Maar SAFe regelt de cadans, niet de inhoud. Ceremonies kunnen een doel op zich worden en de samenhang alsnog missen. Gebruik wat werkt en laat de rest; het raamwerk is een hulpmiddel, geen antwoord. ### Hoe houd je momentum vast over meerdere jaren? Door zichtbaar en herhaald op te leveren in brokken die elk op zichzelf waarde hebben, zodat het programma niet pas na jaren iets laat zien. Elke oplevering voedt het draagvlak voor de volgende. En door te bouwen op documentatie, overdraagbaarheid en gedeeld eigenaarschap, zodat het programma het verloop van mensen en sponsors overleeft. ### Waarom een onafhankelijke programma manager en niet iemand intern? Omdat de waarde in de onafhankelijkheid zit. Iemand zonder belang bij een specifieke stream of leverancier kan knopen doorhakken die anders blijven liggen, een te dominante stream afremmen, en een sponsor aanspreken zonder loopbaanrisico. Een goede trekker werkt bovendien naar zijn eigen vertrek toe, richting een governance die ook zonder hem standhoudt. --- # PAM in productie: vaulten is het makkelijke deel > Source: https://accans.com/artikel/pam-in-productie-vaulten-is-het-makkelijke-deel > Date: 2026-07-20T06:50:00.000Z Een PAM-programma faalt zelden op de installatie. De vault staat, de wachtwoorden zitten erin, de eerste beheeraccounts zijn onboarded, en op de roadmap staat een vinkje. Dan lijkt het gedaan. Het begint dan pas. In vrijwel elk Privileged Access Management-traject dat ik begeleid, zit het echte werk niet in de techniek maar in alles wat na het vaulten komt. Service accounts die niemand beheert, leveranciers met beheerrechten, noodtoegang die nooit is getest, en een beheerorganisatie die het geheel moet overnemen zonder dat iemand heeft nagedacht over hoe. Dat is waar PAM-programma's stranden. Niet op de vault. ## Vaulten is stap één, en het makkelijkst  \ Laten we eerlijk zijn over wat vaulten is: het onderbrengen van privileged credentials in een kluis, met check-out, rotatie en logging. Dat is waardevol en het is een noodzakelijke eerste stap. Het is ook de best gedocumenteerde, best ondersteunde en minst omstreden stap van het hele traject. Elke PAM-leverancier — CyberArk, BeyondTrust, Delinea, of Entra PIM voor het Microsoft-landschap — kan je hierbij helpen. Precies daarom is het verraderlijk. Het voelt als vooruitgang, en dat is het ook, maar het dekt maar een fractie van het probleem af. [NIST SP 800-53 vraagt niet alleen om een kluis](https://csrc.nist.gov/pubs/sp/800/53/r5/upd1/final), maar om least privilege, gescheiden accounts, sterke authenticatie en continue logging over je hele privileged landschap. De vault is het fundament, niet het gebouw. ## Service accounts en non-human identities: het echte probleem Vraag in een willekeurige organisatie hoeveel service accounts er zijn, en je krijgt zelden een precies antwoord. Het zijn er vaak honderden. Ze draaien processen, koppelingen en batchjobs, ze hebben brede rechten, en een flink deel heeft een wachtwoord dat al jaren niet is gewijzigd omdat niemand durft aan te raken wat "het gewoon doet". Dit is de moeilijkste categorie in elk PAM-traject, en de gevaarlijkste. Een service account laat zich niet zomaar in een kluis stoppen en roteren; als je het wachtwoord wijzigt zonder te weten welke systemen erop leunen, ligt er een keten plat. Dus wordt het uitgesteld. En zo blijft de grootste privileged risicocategorie het langst onaangeraakt. Het wordt alleen maar urgenter. Naast de klassieke service accounts komen er in hoog tempo nieuwe niet-menselijke identiteiten bij: workload identities, tokens, en de identiteiten van AI-agents die zelfstandig handelen. Wie [de identiteit van zijn AI-agents nog niet beheert](https://accans.com/artikel/wie-beheert-de-identiteit-van-je-ai-agent/), krijgt er een privileged probleem bij op een fundament dat de oude versie ervan nog niet heeft opgelost. Eigenaarschap is hier de kern: elk service account, elke agent, hoort een eigenaar te hebben die weet wat het doet en verantwoordelijk is voor de rechten. ## Third-party toegang: de audit-magneet De tweede plek waar het misgaat, is privileged toegang voor externen. Leveranciers, implementatiepartners en beheerpartijen hebben vaak verregaande rechten in je omgeving, soms met gedeelde accounts, soms zonder duidelijke einddatum, bijna altijd slecht gemonitord. Voor een auditor is dit laaghangend fruit, en onder de nieuwe [Cyberbeveiligingswet](https://accans.com/artikel/nis2-en-iam-waarom-identity-access-management-nu-bestuurlijke-prioriteit-is/) wordt het een direct bestuursrisico: je bent medeverantwoordelijk voor de toegang die je aan je leveranciers geeft. Third-party privileged access hoort daarom in een eigen regime: tijdelijke, herleidbare toegang, per persoon en niet per gedeeld account, met sessie-opname en een harde einddatum. Het is precies het soort control dat op papier makkelijk is en in de praktijk zelden strak staat. ## Break-glass: de noodtoegang die niemand test Elk volwassen PAM-ontwerp heeft break-glass: noodtoegang voor als de reguliere route faalt. En in vrijwel elke organisatie is die noodprocedure óf te streng, óf te los. Te streng betekent dat je PAM-oplossing bij een incident de organisatie verlamt: de vault is onbereikbaar, en niemand komt er meer bij op het moment dat het moet. Te los betekent dat break-glass een permanente achterdeur is, met een gedeeld noodwachtwoord dat iedereen kent. Het venijn zit hem erin dat je het pas merkt als het misgaat. Een break-glass-procedure die nooit is getest, is geen noodplan maar een aanname. Test hem, periodiek, en leg vast wie hem wanneer gebruikte. ## Session management: technisch simpel, organisatorisch lastig Sessie-opname en -monitoring zijn technisch een kwestie van aanzetten. De echte lastigheid is organisatorisch. Wie mag meekijken? Hoe verhoudt het zich tot privacy en tot de ondernemingsraad? En wie kijkt er daadwerkelijk naar de opnames, want een opname die niemand bekijkt is bewijsmateriaal achteraf, geen controle vooraf. Realtime meekijken betekent dat je de sessie waarin een beheerder om twee uur 's nachts een database begint te exporteren op dát moment ziet, en niet drie weken later bij een forensisch onderzoek. Dat verschil is de hele waarde van monitoring. ## Joiner-Mover-Leaver, maar dan voor privileged De lifecycle van gewone accounts is al lastig; voor privileged accounts is hij zwaarder en wordt hij vaker overgeslagen. De mover is het klassieke lek: iemand wisselt van rol en stapelt beheerrechten op, want de oude rechten worden zelden ingetrokken. En de leaver met een actief beheeraccount is het scenario waar elke auditrapportage over struikelt. Privileged accounts horen daarom een strakkere cadans te hebben dan reguliere toegang. Frequentere recertificering, met een aparte workflow, want ze op één hoop gooien met gewone rechten [maakt van recertificering een afvinkoefening](https://accans.com/artikel/recertificering-als-changemanagement-waarom-managers-access-reviews-haten-en-hoe-adkar-helpt/). NIST scheidt privileged accounts niet voor niets expliciet uit in [zijn least-privilege-controls](https://csf.tools/reference/nist-sp-800-53/r5/ac/ac-6/). ## De overdracht naar beheer: waar het programma pas klaar is Hier zit misschien wel de grootste blinde vlek. Een PAM-programma is niet af als de techniek staat. Het is af als de beheerorganisatie het kan dragen: de vault beheren, service accounts onboarden, uitzonderingen afhandelen, break-glass testen, recertificeringen draaien. En dat vraagt kennis, capaciteit en eigenaarschap die bij de overdracht vaak niet zijn geregeld. Wat je overhoudt als je die overdracht overslaat, is een dure oplossing die langzaam verwatert omdat niemand hem onderhoudt. Nieuwe service accounts belanden buiten de vault, uitzonderingen stapelen zich op, en over twee jaar sta je waar je begon, maar dan met een licentie erbij. Dat dit [op governance stukloopt en niet op techniek](https://accans.com/artikel/waarom-iam-projecten-falen-op-governance-niet-op-techniek/), is precies waarom een PAM-traject een programmavraagstuk is en geen installatie. ## Tot slot Vaulten is het makkelijke deel. Het is zichtbaar, het is af te vinken, en het geeft het gevoel dat je er bent. Maar het echte werk begint erna: de service accounts die niemand durft aan te raken, de leveranciers met te veel rechten, de noodtoegang die nooit is getest, en de beheerorganisatie die het moet overnemen. Een PAM-programma slaagt of faalt op die tweede helft. Wie na de vault stopt, heeft een kluis gebouwd om een deur die nog wagenwijd openstaat. ## Veelgestelde vragen ### Wat is Privileged Access Management precies? Privileged Access Management (PAM) is het beheersen, beveiligen en monitoren van accounts met verhoogde rechten: beheeraccounts, service accounts en andere identiteiten die kritieke systemen kunnen wijzigen. Het omvat het opslaan van credentials in een kluis (vaulten), rotatie, sterke authenticatie, sessie-monitoring en least privilege. De kluis is de eerste stap, niet het hele verhaal. ### Waarom is vaulten niet genoeg? Omdat vaulten alleen de credentials afdekt die je al kent en beheert. De grootste risico's zitten elders: service accounts die niet in de kluis zitten, leveranciers met brede rechten, ongeteste break-glass-procedures en een gebrekkige lifecycle voor privileged accounts. NIST SP 800-53 vraagt dan ook om least privilege, gescheiden accounts en continue logging over je hele privileged landschap, niet alleen om een kluis. ### Waarom zijn service accounts zo lastig in PAM? Omdat ze vaak talrijk, slecht gedocumenteerd en zonder duidelijke eigenaar zijn, en omdat andere systemen erop leunen. Het wachtwoord roteren zonder te weten welke koppelingen afhankelijk zijn, kan een keten platleggen. Daardoor worden ze uitgesteld, terwijl ze juist de grootste privileged risicocategorie vormen. Eigenaarschap toewijzen is de eerste stap. ### Wat is break-glass en waarom is het riskant? Break-glass is noodtoegang voor situaties waarin de reguliere privileged route faalt. Het risico is tweezijdig: te streng ingericht verlamt het de organisatie tijdens een incident, te los ingericht is het een permanente achterdeur met een gedeeld noodwachtwoord. Een break-glass-procedure die nooit is getest, is een aanname en geen noodplan. ### Hoe raakt PAM aan de Cyberbeveiligingswet en NIS2? Privileged en third-party toegang zijn precies de controls waar een toezichthouder als eerste naar kijkt. Onder de Cyberbeveiligingswet ben je medeverantwoordelijk voor de toegang die je aan leveranciers geeft, en bestuurders zijn persoonlijk aanspreekbaar op adequate maatregelen. Aantoonbaar beheer van privileged accounts is daarmee niet alleen goede hygiëne, maar een compliance-vereiste. --- # Toegangsbeheer voor AI-agents: eerst het fundament > Source: https://accans.com/artikel/toegangsbeheer-voor-ai-agents-eerst-het-fundament > Date: 2026-07-16T06:06:00.000Z De hele identity industrie draait op dit moment één kant op. Op [Identiverse dit jaar](https://www.forrester.com/blogs/identiverse-2026-recap-identity-security-for-agentic-ai-dominates/) vatte Ping-oprichter Andre Durand het samen als "actions, not access": weg van statische toegang, richting realtime beslissingen over wat een actor op dit moment mag doen. Het perimeter is verschoven van de login naar de actie. Autorisatie voor AI agents heet de grote paradigmaverschuiving, van simpele RBAC regels naar contextuele, intent-gedreven, begrensde autorisatie. Klinkt allemaal terecht. En toch bleef er bij het volgen van die discussie op afstand één ongemakkelijke vraag knagen. Als we runtime authorization voor AI agents gaan bouwen, op basis van rijke context en fijnmazige beslissingen, kan iemand me dan eerst vertellen wat één enkele entitlement in het huidige landschap eigenlijk verleent? Meestal niet. En dat is het echte probleem.  ## De industrie draait op twee snelheden Er zijn twee snelheden aan het werk, tegelijk. Op de ene bouwen we guardrails voor AI: intent proberen te begrijpen, toegang voor agents scopen, misbruik voorkomen. Op de andere zijn we er na vijftien jaar nog steeds niet in geslaagd om de basis op orde te krijgen. Zoals een heldere, leesbare beschrijving van wat een recht nu eigenlijk toekent. Die twee verhouden zich slecht tot elkaar. Je bouwt geen intelligent, contextueel toegangsbeheer bovenop een laag die je zelf niet kunt uitleggen. De bovenbouw erft de verwarring van de onderbouw. En versnelt die alleen maar. Het beeld dat uit de verslagen terugkomt, kent elke IAM practitioner. Geen tekort aan tools. Uitputtende toolboxen, dashboards, fraaie interfaces. Maar iemand met een volwassen CI/CD straat heeft geen fancy UI nodig, en al helemaal geen ClickOps. Die heeft hulp nodig bij de inhoud: welk recht doet wat, voor wie, en waarom. Precies wat de meeste tools niet leveren. ## Wat verleent een entitlement eigenlijk? Neem de meest basale vraag in access governance. Een manager krijgt een recht ter beoordeling: PROD-FIN-REPORT-READ, of AAD-SG-Finance-Admins. Voor de architect is dat een logische naam. Voor degene die de beslissing moet nemen is het abracadabra. Geen randgeval. Het is de norm. In vrijwel elk IAM programma dat ik begeleid ontbreekt een menselijk leesbare beschrijving naast de technische naam van een recht. Niemand die in één zin kan zeggen wat iemand met die entitlement kan. En als niemand dat kan, dan is elke laag die je erbovenop legt, hoe slim ook, een gok. Ik werkte dat eerder uit voor recertificering, waar [access reviews verworden tot afvinken](https://accans.com/artikel/recertificering-als-changemanagement-waarom-managers-access-reviews-haten-en-hoe-adkar-helpt/) juist omdat de rechten niet te duiden zijn. Hetzelfde gat torpedeert straks je AI autorisatie. ## De onhandige waarheid over RBAC En dan RBAC. Role-based access control is al twintig jaar hét antwoord op toegangsbeheer, en het staat op vrijwel elke architectuurplaat. Stel op een IAM congres de eerlijke vraag — wie heeft RBAC écht laten werken, end to end, zonder rollenexplosie en zonder honderden exceptions — en het wordt stil, toch (eerlijk...). Niet omdat het concept niet deugt. De praktijk is gewoon weerbarstig. Rollen groeien, overlappen, verouderen. Er komen uitzonderingen bij die nooit meer weggaan. Uiteindelijk heb je bijna net zoveel rollen als medewerkers, en niemand die het geheel nog overziet. Het model belooft eenvoud en levert een nieuwe soort complexiteit. Dat is geen reden om RBAC weg te gooien. Wel om eerlijk te zijn over wat het wel en niet oplost, voordat je er een AI laag op zet die diezelfde rollen als waarheid behandelt. ## Waarom AI dit niet vanzelf oplost De verleiding is nu om te zeggen: AI lost dit op. Laat een model de rollen opschonen, de anomalieën vinden, de toegang aanbevelen. En AI kán daarbij helpen. Echt. Maar niet zoals het meestal wordt verkocht. AI is goed in patroonherkenning bovenop data die klopt. Voer het onduidelijke entitlements, verouderde rollen en ongedocumenteerde uitzonderingen, en je krijgt geen inzicht. Je krijgt zelfverzekerd gepresenteerde verwarring (in je huisstijl in een mooie powerpoint), sneller dan voorheen. Het is het verhaal van de grote PowerPoint: het lijkt een goed idee tot je het probeert te implementeren. Wat AI tooling in IAM echt moet bieden is geen extra dashboard, maar diepe context, uitlegbaarheid, en aanbevelingen die op jouw organisatie zijn toegesneden. Zonder die is een AI-aanbeveling niet te vertrouwen, en dus onbruikbaar in een audit. Ook daarom [loopt AI governance zonder IAM uiteindelijk stuk](https://accans.com/artikel/waarom-ai-governance-zonder-iam-uiteindelijk-stukloopt/): de AI is nooit beter dan de identity laag eronder. ## Runtime authorization vraagt méér van je fundament, niet minder Hier zit de wrange paradox. De verschuiving naar runtime authorization — realtime, contextuele beslissingen, met opkomende standaarden als [AuthZEN](https://openid.net/openid-foundation-advances-authorization-for-the-agent-era-with-new-authzen-working-group-drafts/) als een soort SSO voor autorisatie — maakt de eis aan je fundament niet lichter. Juist zwaarder. Een statische rol kun je nog met de hand goedpraten, ook als je hem niet helemaal snapt. Maar een systeem dat honderd keer per seconde beslist of déze actor, namens déze gebruiker, in déze context, déze actie op déze bestemming mag doen, moet exact weten wat er op het spel staat. Die precisie is onmogelijk als de onderliggende rechten semantisch mistig zijn. Contextuele autorisatie zonder heldere semantiek is geen vooruitgang. Het is dezelfde onduidelijkheid, nu in realtime. En dubbel voor niet-menselijke identiteiten. Een AI agent die zelfstandig handelt heeft een identiteit met rechten die iemand moet kunnen duiden en begrenzen. Wie [de identiteit van zijn AI agents nog niet beheert](https://accans.com/artikel/wie-beheert-de-identiteit-van-je-ai-agent/), kan die agents ook niet zinvol autoriseren. Hoe modern die autorisatielaag ook is. ## Wat dan wel: het saaie fundament eerst Het onaantrekkelijke antwoord: maak eerst het fundament af dat we collectief hebben laten liggen. Menselijk leesbare beschrijvingen naast elke entitlement, geschreven door de business owner en niet door IT. Duidelijk eigenaarschap per recht en per rol. Een eerlijke inventaris van wat je RBAC model wel en niet dekt. Geen sexy werk. Het levert ook geen mooie demoplaat op. Maar het is de voorwaarde voor alles wat erboven komt. Doe je dat, dan wordt AI ineens wél een echte versneller. Niet als vervanger van een fundament dat er niet is, maar als hulp bovenop een fundament dat klopt: context leveren, uitzonderingen signaleren, beslissingen onderbouwen. Dan verschuift de rol van de IAM professional ook, richting wat op Identiverse "context engineering" heette: identity data bruikbaar maken over al je tools en processen heen, zodat mens én machine een betekenisvolle beslissing kunnen nemen. En dat dit meestal [op governance stukloopt en niet op techniek](https://accans.com/artikel/waarom-iam-projecten-falen-op-governance-niet-op-techniek/) maakt het geen technisch probleem maar een sturingsprobleem. Precies het soort werk waar je iemand voor inhuurt die de basis niet overslaat. ## Tot slot De industrie heeft gelijk dat de toekomst bij runtime authorization en contextuele toegang ligt. Maar de snelheid waarmee we die bovenbouw bouwen verhult dat de onderbouw nog niet af is. Je levert geen intelligent toegangsbeheer voor AI agents als je niet eens kunt uitleggen wat één recht verleent. De eerlijke volgorde is niet spannend. Wel de enige die werkt: eerst het fundament, dan de AI. Draai je die om, dan bouw je vooral de snelste route naar een auditbevinding die niemand meer kan uitleggen. ## Veelgestelde vragen ### Waarom is toegangsbeheer voor AI-agents zo lastig? Omdat een AI-agent een niet-menselijke identiteit is met rechten die iemand moet kunnen duiden, begrenzen en verantwoorden. Dat lukt alleen als de onderliggende entitlements en rollen helder zijn. In de praktijk zijn die vaak cryptisch en ongedocumenteerd, waardoor je een agent niet zinvol kunt autoriseren, hoe modern je autorisatielaag ook is. ### Werkt RBAC eigenlijk wel? Als concept wel, in de praktijk zelden zonder problemen. RBAC leidt vaak tot rollenexplosie, overlappende rollen en een groeiende stapel uitzonderingen, tot niemand het geheel nog overziet. Dat is geen reden om het af te schaffen, maar wel om eerlijk te zijn over wat het oplost voordat je er een AI- of runtime-laag op bouwt. ### Wat is runtime authorization? Runtime authorization is het realtime, contextueel beslissen of een actor een specifieke actie mag uitvoeren, op het moment zelf, op basis van continue signalen zoals identiteit, apparaat, gedrag en context. Het is de verschuiving van statische toegang ("mag deze gebruiker in dit systeem?") naar dynamische actie-autorisatie ("mag deze actor nu déze actie doen?"). ### Lost AI het access-governance-probleem op? Deels, maar niet zoals vaak wordt gesuggereerd. AI is goed in patroonherkenning bovenop data die klopt: outliers vinden, SoD-conflicten signaleren, opschoning voorstellen. Wat AI niet doet, is een gebrekkig fundament repareren. Voer je het onduidelijke rechten en verouderde rollen, dan krijg je snellere, zelfverzekerd gepresenteerde verwarring in plaats van inzicht. ### Waar begin je als je fundament nog niet klopt? Bij het saaie werk: menselijk leesbare beschrijvingen naast elke entitlement, geschreven door de business owner; duidelijk eigenaarschap per recht en rol; en een eerlijke inventaris van wat je RBAC-model wel en niet dekt. Pas als dat staat, wordt AI een betrouwbare versneller in plaats van een risico. --- # Cyberbeveiligingswet: wat verandert op 15 augustus > Source: https://accans.com/artikel/cyberbeveiligingswet-wat-verandert-op-15-augustus > Date: 2026-07-13T04:00:00.000Z Het is geen wetsvoorstel meer. Op 7 juli 2026 heeft de Eerste Kamer de [Cyberbeveiligingswet aangenomen](https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2026/07/07/cyberbeveiligingswet-en-wet-weerbaarheid-kritieke-entiteiten-vanaf-15-augustus-2026-van-kracht), samen met de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten. De wet gaat op 15 augustus 2026 in. Dat is een kwestie van weken, niet van "ergens volgend jaar". En de scherpste verandering staat niet in de techniek. Bestuurders worden persoonlijk aansprakelijk voor tekortschietende beveiliging. Voor het eerst hangt de vraag "hebben we onze cybersecurity op orde?" niet meer bij de IT-afdeling, maar bij de mensen die de jaarrekening tekenen. Dit artikel zet op een rij wat er precies is aangenomen, wat het concreet betekent, en wat je in de weken tot 15 augustus nog kunt doen. ## Wat er precies is aangenomen  De Cyberbeveiligingswet is de Nederlandse invulling van de [Europese NIS2-richtlijn](https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:32022L2555). Vanaf 15 augustus gelden er nieuwe verplichtingen voor ruim 8.000 organisaties, verdeeld over achttien sectoren: energie, drinkwater, digitale infrastructuur, zorg, overheid, transport en meer. Volgens schattingen is ongeveer 80% daarvan privaat. Dit is dus nadrukkelijk geen overheidsdossier. Het toezicht ligt bij de [Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)](https://www.rdi.nl/) en andere sectorale toezichthouders. Zij krijgen ruimere bevoegdheden om te inspecteren en bevindingen af te dwingen. Ik heb eerder beschreven waarom NIS2 [identity en access management tot een bestuurlijke prioriteit maakt](https://accans.com/artikel/nis2-en-iam-waarom-identity-access-management-nu-bestuurlijke-prioriteit-is/); met deze definitieve aanname is dat geen vooruitzicht meer maar staand recht. ## De grote verandering: de bestuurder is nu persoonlijk aansprakelijk Dit is het punt dat directies wakker zou moeten houden. Cybersecurity wordt met deze wet expliciet een bestuurstaak. Bestuurders moeten kunnen aantonen dat de cyberrisico's worden beheerst en dat er passende maatregelen zijn genomen. Bij niet-naleving kunnen zij persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. Let op het woord "aantonen". Het is niet genoeg dat je beveiliging op orde is; je moet kunnen laten zien dát ze op orde is, met bewijs dat een toezichthouder accepteert. Dat verschuift de last van "we hebben het geregeld" naar "we kunnen het bewijzen". En dat is een wezenlijk hoger niveau dan de meeste organisaties nu halen. ## Drie plichten die je moet invullen Onder de nieuwe wet krijgen organisaties drie kernverplichtingen. Een zorgplicht: je moet passende maatregelen nemen om de risico's in je netwerk- en informatiesystemen te beheersen, op basis van een risicoanalyse. Een meldplicht: significante incidenten moet je binnen strakke termijnen melden. En een registratieplicht: je moet je registreren en een administratie van incidenten bijhouden. Die drie klinken procedureel, maar ze raken direct aan de basis van je toegangsbeheer. Een risicoanalyse zonder zicht op wie toegang heeft tot wat, is een lege huls. Een meldplicht zonder werkende detectie is een papieren belofte. En een zorgplicht die je moet kunnen aantonen, valt of staat bij controles die daadwerkelijk worden uitgevoerd — precies het soort control waar het in de praktijk misgaat, zoals bij [recertificering die verwordt tot afvinken](https://accans.com/artikel/recertificering-als-changemanagement-waarom-managers-access-reviews-haten-en-hoe-adkar-helpt/). ## "IT-systemen én contracten tegen het licht" Eén detail uit de berichtgeving verdient extra aandacht: organisaties moeten niet alleen hun IT-systemen, maar ook hun contracten tegen het licht houden. Dat is de supply chain. Onder NIS2 ben je medeverantwoordelijk voor de cybersecurity van je leveranciers, en dat betekent dat je leverancierscontracten en -afspraken erop moet nakijken. Dit is het moment om vooruit te kijken. De Europese Cyber Resilience Act maakt vanaf eind 2027 aantoonbare herkomst en traceerbare updates van softwareproducten verplicht. Wie zijn leverancierscontracten nu op orde brengt voor de Cyberbeveiligingswet, kan diezelfde beweging meteen gebruiken om zijn keten CRA-proof te maken. Twee vliegen, één slag. ## Wat je in de weken tot 15 augustus zou moeten doen Ruim vier weken is kort, maar niet niks. Realistisch gezien haal je geen volledige compliance meer vóór 15 augustus, en dat hoeft ook niet in één keer. Wat wél kan, is aantoonbaar in beweging komen: en dat is precies wat een bestuurder nodig heeft om zijn aansprakelijkheid te beperken. Zorg dat de verantwoordelijkheid expliciet bij de directie is belegd en gedocumenteerd, niet impliciet bij IT. Maak een eerste risicoanalyse of actualiseer de bestaande, met toegangsbeheer als kernonderdeel. Breng je meldproces op orde, zodat je binnen de termijnen kunt melden. En begin met de leverancierscontracten die het grootste risico dragen. Het doel is niet perfectie op 15 augustus; het doel is een aantoonbaar, onderbouwd plan met eigenaren en voortgang. ## Waarom dit een governance-verhaal is, geen juridisch De reflex bij nieuwe wetgeving is om de juristen te laten kijken. Terecht, maar het is niet waar het echte werk zit. De Cyberbeveiligingswet dwingt geen nieuwe juridische constructie af; ze dwingt aantoonbaar werkende beveiliging af. En dat is een uitvoerings- en sturingsvraagstuk. De controls waar een toezichthouder als eerste naar kijkt, zijn bijna altijd toegangsgerelateerd: wie heeft toegang tot wat, kloppen die rechten nog, en kun je dat aantonen. Dat het daar misgaat, ligt zelden aan de techniek en bijna altijd aan de [governance en regie eromheen](https://accans.com/artikel/waarom-iam-projecten-falen-op-governance-niet-op-techniek/). Een bestuurder die persoonlijk aansprakelijk is, heeft er dus meer aan om zijn access governance op orde te krijgen dan om nog een beleidsstuk te laten schrijven. De [businesscase daarvoor](https://accans.com/artikel/iam-business-case-wat-tien-minuten-toegangsverlies-per-dag-echt-kost/) is met deze wet een stuk makkelijker te maken. ## Tot slot De Cyberbeveiligingswet is definitief, en 15 augustus is dichtbij. De grootste verschuiving is niet technisch maar bestuurlijk: cybersecurity is nu een persoonlijke verantwoordelijkheid van de directie, en "we hebben het geregeld" is niet langer genoeg. Je moet het kunnen aantonen. Wie nu aantoonbaar in beweging komt — belegd eigenaarschap, een actuele risicoanalyse, werkende toegangscontroles en een blik op de leverancierscontracten — staat op 15 augustus verdedigbaar. Wie wacht tot de eerste inspectie, ontdekt dan pas dat aantonen iets anders is dan aannemen. ## Veelgestelde vragen ### Wanneer gaat de Cyberbeveiligingswet in? De Eerste Kamer nam de wet aan op 7 juli 2026, en ze treedt op 15 augustus 2026 in werking, samen met de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten. Vanaf die datum gelden de nieuwe verplichtingen voor de organisaties die onder de wet vallen. ### Voor welke organisaties geldt de wet? Voor ruim 8.000 organisaties in achttien sectoren, waaronder energie, drinkwater, digitale infrastructuur, zorg, overheid en transport. Naar schatting is ongeveer 80% privaat. Of je onder de wet valt, hangt af van je sector en omvang; sommige categorieën, zoals aanbieders van openbare elektronische communicatie, vallen er ongeacht omvang onder. ### Zijn bestuurders echt persoonlijk aansprakelijk? Ja. Cybersecurity wordt expliciet een bestuurstaak, en bestuurders moeten kunnen aantonen dat de cyberrisico's worden beheerst en passende maatregelen zijn genomen. Bij niet-naleving kunnen zij persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. Het accent ligt op aantoonbaarheid: niet alleen dat het geregeld is, maar dat je het kunt bewijzen. ### Welke verplichtingen brengt de wet mee? Drie kernplichten: een zorgplicht (passende maatregelen nemen op basis van risicoanalyse), een meldplicht (significante incidenten binnen strakke termijnen melden), en een registratieplicht (je registreren en incidenten administreren). Het toezicht ligt onder meer bij de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur. ### Wat moet ik doen als 15 augustus te snel komt? Volledige compliance in enkele weken is onrealistisch, en dat hoeft ook niet in één keer. Kom aantoonbaar in beweging: beleg de verantwoordelijkheid expliciet bij de directie, actualiseer je risicoanalyse met toegangsbeheer als kern, breng je meldproces op orde en pak de risicovolste leverancierscontracten eerst. Een onderbouwd plan met eigenaren en voortgang is wat een bestuurder nodig heeft om zijn aansprakelijkheid te beperken. --- # AI-kosten beheersen: toen de rekening kwam > Source: https://accans.com/artikel/ai-kosten-beheersen-toen-de-rekening-kwam > Date: 2026-07-08T09:43:00.000Z De belofte was dat AI de dure developer zou vervangen. De rekening die in 2026 op de mat viel, zegt iets anders. Soms is die developer juist de goedkope optie. Dat druist in tegen twee jaar aan beloftes. En toch is het wat veel organisaties nu overkomt. Niet omdat de AI niet werkt, want dat doet hij vaak verrassend goed, maar omdat het gebruik ervan een kostenpost blijkt die niemand had ingerekend. AI is niet gratis. AI is per token, en tokens tellen op. Harder dan je denkt. Dit stuk gaat over die rekening. Waarom hij zo hard oploopt, wanneer een mens goedkoper is dan de agent, en waarom het beheersen van AI kosten inmiddels een governance-kwestie is en geen knop die je aanzet. ## De belofte en de rekening  Het verhaal was simpel: laat AI het werk doen dat je nu duur inhuurt. En deels klopt dat ook. Maar de cijfers over 2026 laten de andere kant zien. [Gartner voorspelt dat AI-codeerkosten tegen 2028 het gemiddelde salaris van een developer voorbijstreven](https://www.gartner.com/en/newsroom/press-releases/2026-06-24-gartner-predicts-ai-coding-costs-will-surpass-average-developer-salary-by-2028-as-token-consumption-surges), gedreven door explosief tokenverbruik en de overstap naar verbruik-gebaseerde licenties. Geen theorie meer. Volgens berichtgeving sprongen maandelijkse AI-rekeningen bij sommige teams van enkele tientallen naar duizenden euro's per developer. Met uitschieters daarboven. Eén geval dat rondging: een medewerker van een fintech verstookte in één week ruim tachtigduizend dollar aan tokens, met het bouwen van een browsergame. En een groot techbedrijf zag zijn jaarlijkse AI budget in vier maanden verdampen nadat de adoptie van een codeertool binnen het engineeringteam in een paar maanden meer dan verdubbelde. De oplossing daar: een limiet per medewerker. De kern: [de technologie gebruiken kan duurder uitpakken dan mensen betalen](https://fortune.com/2026/05/22/microsoft-ai-cost-problem-tokens-agents/). Precies het scenario waar niemand op had gerekend. ## Waarom de tokenrekening explodeert Het verwarrende is dat de prijzen juist dálen. Om te snappen wat er gebeurt, moet je de rekening even uit elkaar trekken. ### Prijs daalt, verbruik stijgt harder De prijs per token ging het afgelopen jaar met tientallen procenten omlaag. Kijk je alleen daarnaar, dan lijkt AI steeds goedkoper te worden. Maar totale kosten zijn prijs maal volume, en dat volume groeit veel sneller dan de prijs zakt. Enterprises zagen hun AI rekening met honderden procenten stijgen, ondanks die dalende prijs per token. Je betaalt minder per eenheid en toch veel meer in totaal. Omdat je er zoveel meer van verbruikt. Klassieke valkuil. De prijsdaling voelt als goed nieuws en verbergt dat de meter veel harder loopt. ### Agents verbruiken een veelvoud De echte versneller is de verschuiving van chat naar agents. Een losse vraag aan een chatbot kost weinig. Maar een agentische workflow, die redeneert, tools aanroept, in lussen werkt en zichzelf corrigeert, verbruikt een veelvoud aan tokens per taak. Vijf tot dertig keer zoveel volgens sommige analyses, in agressieve gevallen meer. Een interactie die in een simpele opzet centen kostte, kost in een agent-opzet al gauw meer dan een euro. Klinkt weinig. Tot je het maal duizenden taken per dag doet. De volume-aannames die klopten voor een chatbot, zitten er voor agents een orde van grootte naast. Daar komt de rekening vandaan. ## Wanneer een mens goedkoper is dan de agent Hier wordt het interessant voor iedereen die AI inzet om werk te vervangen. Als een agentische taak tokens verbruikt tegen een tarief dat oploopt richting wat een mens per uur kost, of daaroverheen, dan is de rekensom niet meer vanzelfsprekend. Voor bepaald werk is een ervaren IT'er die weet wat hij doet gewoon goedkoper dan een agent die dezelfde taak met veel omwegen, retries en herhaalde context uitvoert. Dat betekent niet dat je geen AI moet gebruiken. Het betekent dat "AI in plaats van een mens" geen automatische besparing is. Het hangt af van de taak, van hoe efficiënt je de AI inzet, en van of iemand überhaupt bijhoudt wat het kost. Ik schrijf al langer dat AI een versneller is en geen doel op zich, en dat [AI het beste werkt als middel, niet als vlag](https://accans.com/artikel/ai-als-versneller/). De token-economie van 2026 maakt dat concreter dan ooit. Onnadenkend AI inzetten is niet innovatief. Het is duur. ## Cost effective AI is een vaardigheid, geen instelling De belangrijkste verschuiving zit in hóe je naar AI-gebruik kijkt. Cost effective AI is geen knop die je omzet, maar iets wat je moet leren. Weten wanneer een klein, goedkoop model volstaat en wanneer je het dure nodig hebt. Weten hoe je context beperkt in plaats van elke keer het hele dossier mee te sturen. Weten wanneer een agent-lus meerwaarde heeft en wanneer hij vooral tokens verbrandt. Dat is nieuwe kennis, en ze is schaars. De meeste organisaties hebben niemand die deze afwegingen expliciet maakt. Deels ook omdat [leveranciers weinig inzicht geven in hoe tokenverbruik precies wordt berekend](https://www.theregister.com/ai-and-ml/2026/06/24/ai-coding-agents-could-soon-cost-more-than-the-developers-using-them/5260864). Zonder dat inzicht kun je niet sturen. En zonder iemand die de afweging maakt, betaal je voor gemak dat je niet nodig had. ## AI-kostenbeheersing is een governance-vraagstuk Hier raakt het mijn vakgebied. Ongecontroleerde AI kosten zijn het financiële broertje van ongecontroleerd AI-gebruik. Dezelfde dynamiek die [Shadow AI tot een governanceprobleem maakt](https://accans.com/artikel/shadow-ai-is-geen-schaduw-it-probleem-maar-een-governanceprobleem/) — mensen die [hun eigen AI-tools inzetten](https://accans.com/artikel/bring-your-own-ai-wat-er-werkelijk-gebeurt-op-de-werkplek/) zonder dat iemand overzicht heeft — maakt ook de kosten onbeheersbaar. Als niemand weet wie welke agent draait en waarvoor, weet ook niemand wat het kost. Tot de factuur komt. Kostenbeheersing hoort dus bij AI-governance, niet bij een losse FinOps-actie achteraf. Wie een agent inzet, moet niet alleen weten wie er [eigenaar van is](https://accans.com/artikel/wie-is-eigenaar-van-een-ai-agent-binnen-de-organisatie/) en welke rechten hij heeft, maar ook welk budget eraan hangt en wie daarop stuurt. Eigenaarschap, autorisatie en kosten zijn drie kanten van dezelfde vraag: wie is verantwoordelijk voor wat deze agent doet? Niet toevallig voorspelt Gartner dat een fors deel van de AI-agentprojecten sneuvelt op kostenoverschrijdingen, niet op techniek. ## Wat je nu zou moeten doen Drie dingen, geen ervan ingewikkeld. Maak de kosten zichtbaar voordat ze een verrassing worden, met limieten per gebruiker of team, zodat een uitschieter een melding is en geen factuur achteraf. Bouw kennis op over zuinig gebruik — modelkeuze, context beperken, wanneer een agent wel en niet loont — en leg die bij iemand neer in plaats van te hopen dat het goedkomt. En breng AI kosten onder je governance, naast eigenaarschap en toegang, zodat elke agent een eigenaar, een mandaat en een budget heeft. Geen rem op AI. Wel de voorwaarde om AI te blijven gebruiken zonder dat de rekening het project onderuit trekt. ## Tot slot De vraag is niet meer of AI werkt, maar of je weet wat het kost. Organisaties die AI onnadenkend inzetten omdat "het de toekomst is", ontdekken in 2026 dat die toekomst een verbruiksfactuur heeft. En dat een ervaren mens die weet wat hij doet, soms de zuinigste optie is die je hebt. AI blijft een krachtige versneller. Maar een versneller zonder iemand die op de meter let, is vooral een snelle manier om geld te verbranden. ## Veelgestelde vragen ### Waarom stijgen AI-kosten terwijl de prijs per token daalt? Omdat totale kosten prijs maal volume zijn. De prijs per token daalt, maar het verbruik stijgt veel sneller — vooral door de verschuiving van eenvoudige chatvragen naar agentische workflows die een veelvoud aan tokens verbruiken. Je betaalt minder per eenheid en toch meer in totaal. ### Is een AI-agent echt duurder dan een menselijke medewerker? Voor bepaald werk kan dat, ja. Agentische taken die veel redeneren, tools aanroepen en zichzelf corrigeren, verbruiken zoveel tokens dat de kosten kunnen oplopen tot boven wat een mens voor dezelfde taak zou kosten. Gartner verwacht dat AI-codeerkosten tegen 2028 het gemiddelde developer-salaris voorbijstreven. Het hangt sterk af van de taak en van hoe efficiënt de AI wordt ingezet. ### Wat is cost effective AI? Het bewust en zuinig inzetten van AI: het juiste model kiezen voor de taak (klein en goedkoop waar het kan), de context beperken, en agent-lussen alleen gebruiken waar ze echt iets opleveren. Het is een vaardigheid die je opbouwt, geen knop die je aanzet — en ze bepaalt of AI-inzet rendabel blijft. ### Hoe houd ik AI-kosten onder controle? Maak kosten zichtbaar met limieten per gebruiker of team, bouw kennis op over zuinig gebruik en leg die bij iemand neer, en breng AI kosten onder je governance naast eigenaarschap en toegang. Elke agent hoort een eigenaar, een mandaat en een budget te hebben. ### Waarom is AI-kostenbeheersing een governance-vraagstuk en niet alleen een financieel probleem? Omdat ongecontroleerde kosten voortkomen uit ongecontroleerd gebruik. Als niemand weet wie welke agent draait en waarvoor, weet ook niemand wat het kost tot de factuur komt. Dezelfde governance die bepaalt wie eigenaar is van een agent en welke rechten die heeft, hoort te bepalen welk budget eraan hangt. Kosten, eigenaarschap en autorisatie zijn kanten van dezelfde verantwoordelijkheidsvraag. --- # Open source en soevereiniteit: de les van WordPress > Source: https://accans.com/artikel/open-source-en-soevereiniteit-de-les-van-wordpress > Date: 2026-07-06T10:41:00.000Z  Open source voelt als vrijheid. De code is openbaar, je zit niet vast aan één leverancier, en je kunt in theorie altijd zelf verder. Precies daarom staat het bij veel organisaties bovenaan als het over digitale soevereiniteit gaat. Maar de licentie regelt maar één ding: wat je met de code mag. Ze zegt niets over wie het project bestuurt, onder welke rechtsmacht het valt, en wie de rekening betaalt. En daar, in die drie lagen, zit het echte risico. Een open source-project kan technisch volledig vrij zijn en tegelijk in handen liggen van één persoon, in één land, met één partij die de infrastructuur betaalt. Als er iets misgaat op een van die drie assen, helpt de vrije licentie je op dat moment weinig. Het afgelopen jaar heeft dat pijnlijk zichtbaar gemaakt. Niet in een obscuur hoekje, maar in het grootste CMS ter wereld. ## De licentie is niet de governance Bij het beoordelen van open source kijken de meeste organisaties naar de licentie: is het echt open, mag ik forken, zit ik niet vast. Dat is de juiste vraag, maar het is niet de enige. De licentie regelt wat je met de code mag. De governance regelt wie beslist over het project: wie de infrastructuur beheert, wie mag bijdragen, wie de merknaam bezit, en wie de updates en de repository controleert. Die tweede laag wordt vrijwel altijd overgeslagen. En het is dus juist de laag die bepaalt hoe soeverein je werkelijk bent. Een [EU-hoofdkantoor maakt een leverancier niet soeverein](https://accans.com/artikel/digitale-soevereiniteit-waarom-eu-geen-vinkje-is/), en een open source-licentie maakt een project niet vanzelf onafhankelijk bestuurd. ## Wat er bij WordPress gebeurde WordPress draait naar schatting op ruim veertig procent van het web. Het geldt als het toonbeeld van community-gedreven open source. Tot dat beeld vorig jaar barsten begon te vertonen. ### Van conflict naar controlevraag In september 2024 opende Matt Mullenweg - medebedenker van WordPress en CEO van Automattic — een publieke aanval op hostingpartij WP Engine, die hij een "cancer to WordPress" noemde omdat ze naar zijn mening te weinig zou bijdragen. Wat begon als een ruzie over bijdragen, [escaleerde tot een juridisch conflict](https://techcrunch.com/2025/01/12/wordpress-vs-wp-engine-drama-explained/) dat een veel fundamentelere vraag blootlegde: wie bezit WordPress eigenlijk? Want in de gerechtelijke stukken bleek de scheidslijn tussen "de community", de non-profit WordPress Foundation en het commerciële Automattic veel dunner dan het beeld suggereerde. WP Engine stelt dat naar buiten toe het beeld van een vrij, door de stichting bestuurd project werd opgehouden, terwijl de controle over de merknaam en over wordpress.org in de praktijk bij één partij lag. ### Toen de macht zichtbaar werd Het meest illustratieve gebeurde daarna. Verschillende bekende bijdragers, onder wie de Nederlandse Yoast-oprichter Joost de Valk, kregen hun wordpress.org-account geblokkeerd, naar verluidt vanwege vermeende fork-plannen. Een heel infrastructureel ecosysteem dat door velen werd beschouwd als gemeenschappelijk bezit, bleek met één beslissing afsluitbaar. Dat is de kern van het soevereiniteitsrisico, en het staat los van wie in dit specifieke conflict gelijk heeft. Als de toegang tot updates, plugins en repositories via één centraal punt loopt dat door één partij wordt beheerd, dan is dat punt een single point of control. En een single point of control is, of je het nu over techniek of over bestuur hebt, [precies waar governance stukloopt en niet de techniek](https://accans.com/artikel/waarom-iam-projecten-falen-op-governance-niet-op-techniek/). ## Niet één probleem, maar drie Het scherpst is dit onlangs verwoord door Bert Boerland (voorzitter van de Nederlandse Drupal-vereniging en werkzaam bij SUSE). In een [artikel over de onopgeloste problemen van Drupal](https://www.linkedin.com/pulse/sovereignty-governance-cost-drupals-three-unsolved-bert-boerland-jqeoe/) vat hij het samen in drie woorden: soevereiniteit, governance en kosten. Elk open source-project ter wereld draagt alle drie. Governance hadden we hierboven al; de andere twee verdienen aandacht, want die worden nog vaker vergeten. ### Rechtsmacht: onder wiens wet valt je project? Governance gaat over wie beslist. Rechtsmacht gaat over wie de beslisser kan dwingen. En dat is een aparte vraag. De meeste grote open source-stichtingen zijn Amerikaanse rechtspersonen, onder Amerikaanse jurisdictie. Dat betekent dat ze onderworpen zijn aan Amerikaanse wetgeving en aan wat een Amerikaanse regering hen via een executive order kan opleggen. Boerland geeft een confronterend voorbeeld. Het Internationaal Strafhof in Den Haag, dat zelf op Drupal draait, vaardigde vorig jaar arrestatiebevelen uit. De reactie was een Amerikaanse sanctie tegen de hoofdaanklager, waarna Microsoft dagen later zijn Outlook-account afsloot en hij uitweek naar Proton Mail. Zoals Boerland het formuleert: je hebt geen wet nodig die je iets verbiedt, je hebt een bedrijf nodig dat wettelijk verplicht is te gehoorzamen. Een open source-stichting onder Amerikaans recht is tegen datzelfde mechanisme niet beschermd. Voor een Europese organisatie die op open source bouwt vanwege soevereiniteit, is dat een oncomfortabele constatering. De licentie is Europees noch Amerikaans, maar de infrastructuur, de stichting en de distributie kunnen dat wél zijn. ### Kosten: gratis bestaat niet De derde as is de meest onderschatte. Open source is niet gratis. De licentie heeft geen prijs, maar bandbreedte, opslag, beveiliging en back-up wel. Iemand betaalt de hostingrekening voor "gratis" software — voor elke `apt`-package, elke `pip install`, elke Composer-download. Bij een centraal model is dat één partij, en elke euro die daar naar infrastructuur gaat, is een euro die niet naar ontwikkeling gaat. Verdeel de last, en je verdeelt de kosten. Dat het idee "gratis" niet klopt, is trouwens een breder thema: ook bij AI blijkt [gratis al snel een verbruiksfactuur](https://accans.com/artikel/ai-als-versneller/) te zijn. ## FAIR: de oplossing bestaat al Het mooie is dat de drie problemen dezelfde technische oplossing hebben: decentraliseer de distributie. En die oplossing bestaat al. Joost de Valk, dezelfde die bij WordPress werd buitengesloten, richtte FAIR op: Federated And Independent Repositories. FAIR splitst één centraal register op in aparte rollen: nodes die packages hosten, aggregators die ze indexeren, en labelers die vertrouwen beoordelen. Elke package wordt cryptografisch ondertekend op pakketniveau, zodat het vertrouwen met de package meereist en niet afhangt van wie toevallig de mirror beheert. Het geheel is [ondergebracht bij de Linux Foundation](https://fair.pm/) vanwege het neutrale governance-model. Binnen WordPress kwam het uiteindelijk niet van de grond, en de reden is veelzeggend. Niet omdat het technisch niet werkte, dat deed het, maar omdat de grote hosters niet bereid bleken te investeren in neutrale infrastructuur. [Joost de Valk stapte er begin 2026 uit](https://joost.blog/fair-wordpress-and-knowing-when-to-stop/) met een eerlijke conclusie: als het ecosysteem neutraliteit niet wil financieren, komt neutraliteit er niet. Open source is niet alleen code, het is een systeem van prikkels — en die stonden verkeerd. Opvallend genoeg kwam hij daarbij tot een ongemakkelijke erkenning van precies het economische punt dat Mullenweg jarenlang maakte: te veel partijen profiteren zonder bij te dragen. Over de methode blijven ze het oneens, maar het onderliggende probleem is echt. [FAIR zelf stopte niet](https://fair.pm/blog/2026/02/26/second-star-to-the-right-and-straight-on-till-morning/), het verschoof naar TYPO3. En daar werkt het. Tijdens de [CloudFest Hackathon 2026](https://hackathon.cloudfest.com/project/fair-package-management-for-typo3/) bouwde een team onder leiding van TYPO3-kernontwikkelaar Benni Mack en AspirePress fair.typo3.com, een eigen federatieve pakketinfrastructuur. TYPO3 v14 haalt packages voortaan native uit elke FAIR-repository, er is een Composer-plugin, en het draait op mirrors in Duitsland en Canada. Een Composer-gebaseerde, Europese enterprise-CMS die op productieschaal bewijst dat het kan. Dat is soevereiniteit, governance en kosten in één keer geadresseerd: geen enkele partij kan de distributie afsluiten, geen enkele jurisdictie heeft één centraal aangrijpingspunt, en de last wordt verdeeld in plaats van bij één stichting gelegd. ## Waarom TYPO3 hier anders in staat Dat het uitgerekend bij TYPO3 landde, is geen toeval. TYPO3 is minder bekend bij het grote publiek, maar in enterprise- en overheidsomgevingen in Europa breed ingezet. Wat het onderscheidt, is niet de techniek maar het bestuur. TYPO3 wordt gedragen door de [TYPO3 Association](https://typo3.org/association/), een niet-op-winst-gerichte vereniging met ongeveer 1100 leden, gevestigd in Zwitserland. Die leden kiezen jaarlijks het bestuur tijdens de Algemene Ledenvergadering, die de hoogste autoriteit binnen de vereniging vormt. Er is een aparte servicevennootschap voor het commerciële deel, maar de richting van het project ligt bij de leden, niet bij één eigenaar. Waar bij WordPress de vraag "van wie is dit eigenlijk?" tot een rechtszaak leidde, is het antwoord bij TYPO3 statutair vastgelegd: van de vereniging, en daarmee van de leden. Geen enkele individu kan het merk claimen of de repository afsluiten. Dat FAIR juist hier op schaal werkt, is in dat licht logisch — je brengt een oplossing voor gedistribueerde controle onder bij een structuur die gedistribueerde controle al in de statuten heeft staan. Ik heb hier een persoonlijk belang bij; ik ben lid van de Raad van Commissarissen bij de TYPO3 GmbH en Trademark gevolmachtigde voor de TYPO3 Association. Dat gezegd hebbend gaat het punt niet over welk CMS beter is. Het gaat over het model erachter. ## Structuur is nodig, maar moet ook geleefd worden Uiteraard, een goede governance-structuur is een noodzakelijke voorwaarde, geen garantie. Statuten op papier betekenen weinig als de praktijk ze niet volgt. Maar het echte verschil met een single-owner-model zit in wat er gebeurt zodra er onenigheid ontstaat. Ook binnen TYPO3 loopt een gesprek over governance en transparantie. Een groep leden bracht in 2026 een open brief uit met de vraag om strategische besluiten transparanter en meer samen met de community te nemen. Zulke discussies horen bij een levend project. Het is wel goed om er perspectief bij te houden: het speelt vooral in de DACH-regio en kreeg daarbuiten weinig weerklank, en een deel van de betrokkenen is al heel lang aan het project verbonden. Het is een gesprek binnen de familie, geen ineenstorting van het model. En dát is precies het punt. Waar het WordPress-ecosysteem geen legitiem kanaal had om macht aan te vechten — kritische bijdragers werden simpelweg geblokkeerd — kunnen TYPO3-leden hun onvrede kwijt via een vereniging, een stem en een stemrecht. Niemand wordt buitengesloten. Er is een podium, de TYPO3 Dialogue Days op 13 en 14 juli 2026 in Düsseldorf, dezelfde stad waar ik vorig jaar op T3CON sprak. En er is een stemming. Of de briefschrijvers nu gelijk hebben of niet, het feit dát het debat ordelijk gevoerd kan worden is het bewijs dat de structuur doet wat ze moet doen. Dat is de vrijheid die een licentie je niet geeft. ## Wat dit betekent voor jouw open source-keuze De praktische les is dat je bij het kiezen van open source drie vragen moet toevoegen aan de licentievraag. Wie bestuurt het project en wie kan mij afsluiten? Onder welke rechtsmacht valt de stichting en de distributie? En wie draagt de kosten van de infrastructuur? Ligt de controle bij één persoon of bedrijf, onder een jurisdictie die je niet vertrouwt, met één partij die de rekening betaalt, dan heb je een concentratierisico — hoe open de code ook is. Dat is dezelfde redenering als waarom goede [inkoop niet bij de Magic Quadrant begint](https://accans.com/artikel/open-source-first-in-iam-waarom-procurement-niet-bij-de-magic-quadrant-moet-beginnen/) maar bij toetsbare eisen. Governance, rechtsmacht en kostenverdeling horen in die eisen thuis, naast de licentie en de functionaliteit. Wie die afhankelijkheden systematisch in kaart wil brengen — over data, infrastructuur én leveranciers — kan daarvoor mijn [Digital Sovereignty Assessment](https://digitalsovereignty.accans.com) gebruiken. ## De link met NIS2 en de supply chain Dit is geen abstracte discussie voor filosofen. FAIR presenteert zichzelf expliciet als supplychain-security, en dat raakt direct aan je verplichtingen. Onder NIS2 moet je de beveiliging van je leveranciersketen beoordelen, en de distributie van software-updates is een kritiek onderdeel van die keten. Een repository die door één partij kan worden gemanipuleerd of afgesloten, is een ketenrisico — precies het soort risico dat NIS2 tot een [bestuurlijke verantwoordelijkheid maakt](https://accans.com/artikel/nis2-en-iam-waarom-identity-access-management-nu-bestuurlijke-prioriteit-is/). Sterker nog, het FAIR-team wijst zelf op de Cyber Resilience Act, die vanaf december 2027 aantoonbare herkomst, beveiligingscontrole en traceerbare updates verplicht stelt voor software. Federatieve distributie met ondertekening op pakketniveau is precies waar die eisen om vragen. Wie zijn open source-governance beoordeelt, doet dus tegelijk aan supplychain-securitybeoordeling — en loopt vooruit op wat straks wettelijk moet. ## Tot slot Open source blijft een verstandige route naar minder afhankelijkheid. Maar de vrijheid zit niet alleen in de licentie. Ze zit in wie het bestuurt, onder wiens wet het valt, en wie de rekening betaalt. Een project dat technisch vrij is maar door één partij, in één jurisdictie, wordt gecontroleerd, verplaatst het lock-in-risico simpelweg van de code naar de governance. Het WordPress-conflict is daarmee geen incident over twee ruziënde bedrijven. Het is een demonstratie van wat er gebeurt als concentratie van controle zichtbaar wordt. En de oplossing ligt er al: federatie, gespreide governance, ondertekening op pakketniveau. TYPO3 bewijst dat het werkt. De vraag is alleen nog wie het aandurft om niet te wachten op het eigen moment van blootstelling. ## Veelgestelde vragen ### Maakt open source mijn organisatie automatisch soevereiner? Niet automatisch. Een open source-licentie geeft je vrijheid over de code, maar zegt niets over wie het project bestuurt, onder welke rechtsmacht het valt, of wie de infrastructuur betaalt. Als die drie bij één partij in één jurisdictie liggen, heb je nog steeds een concentratierisico. Soevereiniteit hangt net zo goed af van governance, jurisdictie en kostenverdeling als van de licentie. ### Waarom is de rechtsmacht van een open source-stichting relevant? Omdat governance bepaalt wie beslist, maar rechtsmacht bepaalt wie de beslisser kan dwingen. Veel grote open source-stichtingen zijn Amerikaanse rechtspersonen en daarmee onderworpen aan Amerikaanse wetgeving en executive orders. Een overheid kan via een bedrijf dat wettelijk moet gehoorzamen effect afdwingen zonder een verbod uit te vaardigen. Voor Europese organisaties die op soevereiniteit sturen, is dat een reëel aandachtspunt. ### Wat is FAIR? FAIR (Federated And Independent Repositories) is een initiatief van Joost de Valk, ondergebracht bij de Linux Foundation, dat softwaredistributie decentraliseert. Het splitst één centraal register in nodes die packages hosten, aggregators die indexeren en labelers die vertrouwen beoordelen, met cryptografische ondertekening op pakketniveau. Zo hoeft een site updates niet meer van één centraal punt te betrekken. ### Werkt FAIR al in de praktijk? Ja. Na een moeizame start binnen WordPress verschoof FAIR naar TYPO3. Tijdens de CloudFest Hackathon 2026 werd fair.typo3.com gebouwd; TYPO3 v14 haalt packages native uit FAIR-repositories, er is een Composer-plugin, en het draait op mirrors in Duitsland en Canada. Daarmee is het op productieschaal bewezen. ### Waarom geldt TYPO3-governance als voorbeeld? TYPO3 wordt bestuurd door een niet-op-winst-gerichte vereniging met ongeveer 1100 leden, die jaarlijks het bestuur kiest. De richting ligt statutair bij de leden, niet bij één eigenaar, dus geen enkele individu kan de merknaam claimen of de infrastructuur afsluiten. Dat FAIR juist hier op schaal draait, past bij die gespreide controle. ### Hoe beoordeel ik de governance van een open source-project? Stel naast de licentievraag drie vragen: wie bezit de merknaam en beheert de distributie, onder welke rechtsmacht valt de stichting, en wie draagt de infrastructuurkosten? Ligt dat bij één partij in één jurisdictie, dan is er concentratierisico. Ligt het bij een vereniging of stichting met democratische governance in een vertrouwde jurisdictie, met gedeelde of federatieve distributie, dan is je afhankelijkheid kleiner. --- # Cyber Resilience Act en NIS2: hoe ze in elkaar grijpen > Source: https://accans.com/artikel/cyber-resilience-act-en-nis2-hoe-ze-in-elkaar-grijpen > Date: 2026-06-29T10:18:00.000Z NIS2 dwingt je om de cybersecurity van je leveranciers te beoordelen. De Cyber Resilience Act bepaalt wat die leveranciers straks moeten leveren. Twee wetten, één keten, en de meeste organisaties behandelen ze nog als losse compliance-trajecten in aparte mappen. Dat is een gemiste kans. Want waar NIS2 je een verplichting oplegt die zwaar en bewerkelijk is — het beoordelen van je hele leveranciersketen — geeft de Cyber Resilience Act je het instrument om die verplichting een stuk lichter te maken. Wie de twee als één geheel ziet, doet minder werk en is beter beschermd. Dit artikel legt uit hoe de Cyber Resilience Act en NIS2 op elkaar ingrijpen, welke deadlines nu al beginnen te tellen, en hoe je de CRA gebruikt als hefboom in je inkoop in plaats van als de zoveelste losse verplichting. ## Twee wetten, twee kanten van dezelfde keten De Europese cybersecurity-aanpak maakt een onderscheid dat je moet snappen voordat de rest logisch wordt: het verschil tussen gereguleerde *entiteiten* en gereguleerde *producten*.  ### NIS2: de organisatie NIS2 — in Nederland geïmplementeerd als de Cyberbeveiligingswet — richt zich op organisaties die diensten leveren die vitaal zijn voor economie en samenleving. Essentiële en belangrijke entiteiten in sectoren als energie, transport, zorg, bankwezen, digitale infrastructuur en telecom, grofweg vanaf middelgrote organisaties. Het regelt hoe die organisaties hun cybersecurity beheren: risicomanagement, incidentmelding, en de bestuurlijke verantwoordelijkheid daarvoor. Dat NIS2 [identity & access management tot een bestuurlijke prioriteit maakt](https://accans.com/artikel/nis2-en-iam-waarom-identity-access-management-nu-bestuurlijke-prioriteit-is/), is daar een direct gevolg van. Telecom is daarbij een bijzonder geval dat aandacht verdient. Aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken en -diensten staan in [Annex I van de NIS2-richtlijn](https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/nis2-directive): de meest kritische categorie, met de zwaarste verplichtingen en het strengste toezicht. En anders dan in de meeste sectoren geldt voor telecom geen omvangsdrempel: ook kleinere aanbieders van openbare elektronische communicatie vallen onder de wet. Wie in telecom werkt, zit dus per definitie in het diepste deel van het NIS2-regime, niet aan de rand ervan. ### CRA: het product De Cyber Resilience Act regelt de andere kant: de aanbodzijde. Hij geldt voor iedereen die "producten met digitale elementen" op de Europese markt brengt: fabrikanten, importeurs en distributeurs. Dat is een brede categorie: elk hardware- of softwareproduct met een directe of indirecte dataverbinding, van een slimme camera tot een industriële router tot een besturingssysteem. De CRA verplicht die partijen om hun producten veilig te ontwerpen, kwetsbaarheden te beheren, een software bill of materials (SBOM) bij te houden, en beveiligingsupdates te leveren gedurende de levensduur. Kort gezegd: de Cyber Resilience Act beveiligt het product, NIS2 beveiligt de organisatie die het gebruikt. En precies daar, op het raakvlak, wordt het interessant. ## Waar ze elkaar raken: supply chain security Beide wetten leggen nadruk op de beveiliging van de toeleveringsketen, vanuit tegengestelde richtingen. NIS2 verplicht jou als afnemer om de cybersecurity van je belangrijke leveranciers te beoordelen, dat is expliciet een van de vereiste risicomaatregelen. De CRA verplicht de fabrikant om in te staan voor de veiligheid van zijn product, inclusief de third-party-componenten erin, met een SBOM en een werkend kwetsbaarhedenproces. Zie je wat hier gebeurt? De verplichting die NIS2 bij jou neerlegt — weten of je leveranciers veilig zijn — wordt aan de productkant ingevuld door de CRA. De twee wetten zijn ontworpen om in elkaar te grijpen. Het probleem is dat organisaties ze in aparte projecten stoppen en die koppeling missen. ## De compliance-handshake: CRA als hefboom in je inkoop Hier zit de praktische winst. Onder NIS2 moet je je leveranciers beoordelen. Dat kun je op twee manieren doen: elke leverancier afzonderlijk uitvragen, auditen en op je woord geloven — of je inkoopbeleid zo inrichten dat het producten eist die aantoonbaar aan de Cyber Resilience Act voldoen. Die tweede route is de "compliance-handshake". Een CRA-conform product draagt een CE-markering die staat voor gestandaardiseerde productbeveiliging. In plaats van elke leverancier vanaf nul te onderzoeken, leun je op dat gestandaardiseerde bewijs. Je NIS2-leveranciersbeoordeling wordt daarmee een stuk lichter, en tegelijk objectiever. Je vraagt niet meer "vertel me dat je veilig bent", maar "toon je conformiteit". Dat maakt de Cyber Resilience Act een inkoopinstrument, geen compliance-last. En het sluit naadloos aan op een bredere les: dat goede [IAM- en security-inkoop niet bij de Magic Quadrant begint](https://accans.com/artikel/open-source-first-in-iam-waarom-procurement-niet-bij-de-magic-quadrant-moet-beginnen/) maar bij heldere, toetsbare eisen. CRA-conformiteit is precies zo'n eis. Wie het nu in zijn inkoopvoorwaarden zet, bouwt zijn NIS2-keten op een fundament dat zichzelf bewijst — en voorkomt dat een [EU-label een vinkje wordt zonder inhoud](https://accans.com/artikel/digitale-soevereiniteit-waarom-eu-geen-vinkje-is/). ## De tijdlijn die je nu al raakt De Cyber Resilience Act voelt als iets voor later, maar de eerste deadlines zijn dichtbij. De wet [trad op 10 december 2024 in werking](https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/cyber-resilience-act), met een gefaseerde invoering. De datum die het eerst telt is 11 september 2026. Vanaf dan moeten fabrikanten actief misbruikte kwetsbaarheden en ernstige incidenten in hun producten melden. De volledige verplichtingen — secure-by-design, SBOM, conformiteitsbeoordeling, CE-markering — gaan in op 11 december 2027. De regels voor het aanwijzen van instanties die conformiteiten beoordelen gelden al sinds juni 2026. Voor jou als afnemer betekent dit dat de markt vanaf eind 2027 vol CRA-conforme producten staat, maar dat de leveranciers die er nu al op anticiperen je beste keuze zijn. Wie wacht tot 2027 om CRA in zijn inkoop op te nemen, loopt achter de feiten aan; wie het nu inbouwt, stuurt de markt en zijn eigen keten de goede kant op. ## Incident- en kwetsbaarheidsmelding: stem de twee op elkaar af Een concreet raakvlak dat vaak wordt onderschat: beide wetten kennen meldplichten met strakke termijnen, en die overlappen. Onder de CRA geldt voor fabrikanten een [vroege waarschuwing binnen 24 uur, een volledige melding binnen 72 uur, en een eindrapport binnen 14 dagen](https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/cra-reporting) nadat een corrigerende maatregel beschikbaar is. NIS2 kent voor entiteiten een vergelijkbaar ritme van 24-uurs vroege waarschuwing en opvolgende meldingen. Als jij zowel een NIS2-entiteit bent áls producten met digitale elementen op de markt brengt — denk aan een organisatie die eigen software of slimme apparatuur levert — val je onder beide regimes tegelijk. Dan is het zonde om twee gescheiden meldprocessen in te richten. Eén incident response-proces dat beide meldplichten bedient, scheelt werk en voorkomt dat je in de chaos van een echt incident de verkeerde of geen melding doet. Dit is bij uitstek het soort raakvlak dat [op governance stukloopt en niet op techniek](https://accans.com/artikel/waarom-iam-projecten-falen-op-governance-niet-op-techniek/): de techniek voor melden is er, maar wie welke melding doet onder welke wet, is zelden belegd. ## Wat een NIS2-organisatie nu zou moeten doen Drie dingen, en geen ervan kan wachten tot 2027. Neem CRA-conformiteit op in je inkoopvoorwaarden en je leverancierscontracten, zodat je NIS2-leveranciersbeoordeling straks op gestandaardiseerd bewijs leunt in plaats van op vragenlijsten. Breng in kaart of je zelf onder de CRA valt, lever je producten met digitale elementen, dan ben je niet alleen afnemer maar ook fabrikant in de zin van de wet. En koppel je incident- en kwetsbaarhedenmelding voor NIS2 en CRA in één proces, voordat een echt incident je dwingt het ter plekke uit te vinden. ## Tot slot De Cyber Resilience Act en NIS2 zijn geen twee aparte verplichtingen die je netjes naast elkaar afvinkt. Ze zijn twee helften van dezelfde gedachte: de producten veilig maken én de organisaties die ze gebruiken. NIS2 legt de last van ketenbeoordeling bij jou; de CRA geeft je het instrument om die last te dragen. Wie ze samen leest, doet minder dubbel werk en staat sterker. De organisaties die dit nu al combineren, gebruiken de CRA als hefboom in hun inkoop in plaats van als de zoveelste deadline. Dat is het verschil tussen compliance ondergaan en compliance laten werken. ## Veelgestelde vragen ### Wat is het verschil tussen de Cyber Resilience Act en NIS2? De Cyber Resilience Act regelt de beveiliging van producten met digitale elementen en geldt voor fabrikanten, importeurs en distributeurs. NIS2 regelt de cybersecurity van organisaties (essentiële en belangrijke entiteiten) en geldt voor de afnemers en gebruikers van die producten. Kort gezegd: de CRA beveiligt het product, NIS2 beveiligt de organisatie. ### Vallen wij onder de Cyber Resilience Act of onder NIS2? Dat hoeft geen of-vraag te zijn. Als je een essentiële of belangrijke entiteit bent, val je onder NIS2. Als je daarnaast producten met digitale elementen — software of verbonden hardware — op de EU-markt brengt, val je óók onder de CRA. Organisaties die beide doen, moeten aan beide regimes voldoen en kunnen hun processen het beste op elkaar afstemmen. ### Wanneer gaat de Cyber Resilience Act in? De CRA trad op 10 december 2024 in werking. De meldplicht voor actief misbruikte kwetsbaarheden en ernstige incidenten geldt vanaf 11 september 2026. De volledige verplichtingen, waaronder secure-by-design, SBOM en CE-markering, zijn van toepassing vanaf 11 december 2027. ### Hoe helpt de Cyber Resilience Act bij NIS2-compliance? Via de zogenoemde compliance-handshake. NIS2 verplicht je om de beveiliging van je leveranciers te beoordelen. Door in je inkoopbeleid CRA-conforme producten te eisen, leun je op gestandaardiseerd, geverifieerd bewijs van productbeveiliging in plaats van elke leverancier afzonderlijk te onderzoeken. Dat maakt je NIS2-leveranciersbeoordeling lichter en objectiever. ### Wat is een SBOM en waarom is die relevant? Een SBOM (software bill of materials) is een gestructureerde inventaris van alle componenten in een softwareproduct, inclusief third-party- en open source-onderdelen — waarbij [de governance van een open source-component net zo goed een ketenrisico is als een kwetsbaarheid erin](https://accans.com/artikel/open-source-en-soevereiniteit-de-les-van-wordpress/). De CRA verplicht fabrikanten er een bij te houden. Voor afnemers is de SBOM waardevol omdat je bij een kwetsbaarheid in een component direct kunt zien welke producten geraakt worden — essentieel voor zowel kwetsbaarhedenbeheer als je NIS2-ketenrisico. ### Moeten we nu al iets doen, of kan dit wachten tot 2027? Nu al. De eerste meldplicht geldt vanaf september 2026, en belangrijker: je inkoop- en contractbeleid wil je nú aanpassen zodat nieuwe leveranciers en producten CRA-conformiteit gaan aantonen. Wie wacht tot 2027 bouwt zijn NIS2-keten ondertussen op leveranciers die nog niet getoetst zijn. --- # Een IAM-programma opstarten: de eerste 90 dagen > Source: https://accans.com/artikel/een-iam-programma-opstarten-de-eerste-90-dagen > Date: 2026-06-27T08:54:00.000Z De grootste angst bij het inhuren van een interimmer is niet het tarief. Het is de stille vrees dat de eerste maanden opgaan aan inventariseren. Aan kennismakingsrondes, een mooi slidedeck met de huidige situatie, en een stuurgroep die na een kwartaal hoort dat "het complex is". Tegen die tijd is er budget op, is er geen meter vooruitgang, en is het vertrouwen al beschadigd. Ik snap die angst, want ik heb genoeg trajecten gezien waar het precies zo ging. En het is vermijdbaar. De eerste 90 dagen bepalen of een IAM-programma op de rails komt of nog een jaar blijft hangen. Niet omdat je in 90 dagen klaar bent — dat ben je nooit — maar omdat je in die periode het verschil maakt tussen richting en ronddraaien. Dit artikel beschrijft hoe ik een IAM-programma in de eerste 90 dagen opstart. Niet als methodiek op papier, maar als wat ik concreet doe, week voor week, en wat een opdrachtgever er aan het eind van die periode aan overhoudt. ## Waarom de eerste 90 dagen bepalend zijn Het idee van de eerste 90 dagen komt niet uit de IAM-wereld, maar uit leiderschapstransities. Michael Watkins beschreef in [The First 90 Days](https://hbr.org/books/watkins) het moment dat hij het "breakeven point" noemt: het punt waarop je netto waarde begint toe te voegen in plaats van waarde te kosten. Voor een interim-trekker ligt dat punt dichterbij dan voor een vaste kracht — je wordt ingehuurd om snel effect te hebben, niet om rustig in te groeien. Dat betekent dat de eerste 90 dagen geen aanloop zijn. Ze zijn het eerste product. Wie ze besteedt aan oriëntatie, heeft het verkeerde idee van de opdracht.  ## Dag 1–10: lezen, luisteren, en de echte vraag vinden De eerste anderhalve week is luisteren. Niet passief — gericht. Ik lees de bestaande documentatie, de auditrapporten, de eerdere plannen die niet zijn afgemaakt, en ik praat met zoveel mogelijk betrokkenen. Maar met één specifiek doel. ### De opdracht achter de opdracht Vrijwel elke IAM-opdracht die ik krijg, is op papier helder en in werkelijkheid iets anders. "We moeten SailPoint uitrollen" blijkt te gaan over een audit die boven de markt hangt. "We hebben een programma manager nodig" blijkt te betekenen dat twee afdelingen het oneens zijn over eigenaarschap en niemand de knoop doorhakt. De geformuleerde opdracht is het symptoom; de echte opdracht ligt eronder. Die eronder vinden is het belangrijkste werk van de eerste tien dagen. Pak je de verkeerde, dan lever je over drie maanden keurig iets op waar niemand op zat te wachten. Dat IAM-programma's [vaker stuklopen op governance dan op techniek](https://accans.com/artikel/waarom-iam-projecten-falen-op-governance-niet-op-techniek/) komt bijna altijd doordat de echte vraag nooit expliciet is gemaakt. ### Stakeholdermap Tegelijk breng ik in kaart wie er iets van vindt, wie beslist, en wie het werk straks moet doen of ondergaan. Bij IAM is dat een brede groep: security, IT, HR, de business, compliance, en de leveranciers. De map is geen organigram maar een invloedskaart — wie kan dit programma maken of breken, en wat heeft die persoon nodig. Die kennis bepaalt de volgorde van alles wat daarna komt. ## Week 2–4: een diagnose en een eerste zichtbare winst Na de luisterfase schakel ik naar diagnose en actie. Bewust tegelijk, niet na elkaar. ### Diagnose boven inventarisatie Een inventarisatie somt op wat er is. Een diagnose zegt wat er aan de hand is en wat er moet gebeuren. Het verschil is wat een opdrachtgever koopt. Ik lever in deze fase een korte, scherpe diagnose: dit is de echte opdracht, dit zijn de drie of vier dingen die het programma blokkeren, en dit is de richting. Geen rapport van veertig pagina's. Iets wat een stuurgroep in twintig minuten begrijpt en waarop besloten kan worden. ### De eerste zichtbare winst In dezelfde periode zoek ik bewust naar een quick win — iets concreets en zichtbaars dat binnen weken kan worden geleverd. Niet omdat het de kern van het programma is, maar omdat het iets aantoont: er gebeurt iets, deze persoon levert. Een opgeschoonde groep weesaccounts, een eerste werkende joiner-mover-leaver-stap, een [recertificeringscampagne die voor het eerst betekenisvol verloopt](https://accans.com/artikel/recertificering-als-changemanagement-waarom-managers-access-reviews-haten-en-hoe-adkar-helpt/). Vertrouwen in een programma wordt niet gewonnen met een plan. Het wordt gewonnen met het eerste bewijs dat er geleverd wordt. ## Maand 2: het fundament — governance en eigenaarschap Met richting en een eerste winst op zak, leg ik in de tweede maand het fundament. Dat is het minst zichtbare en meest bepalende werk. Wie is eigenaar van welk deel? Hoe lopen de besluiten? Wie tekent waarvoor? Bij IAM raakt dit aan de pijnlijke vragen die eerder zijn vermeden, en juist daarom blijven programma's hangen. Hier zet ik de besturing neer: een werkbare stuurgroep, heldere rollen, en een ritme van besluiten in plaats van eindeloos overleg. Ik bouw dit zo dat het ook zonder mij blijft staan — want een governance die op één persoon leunt, is geen governance maar een afhankelijkheid. Dit is ook de fase waarin de manager-laag wordt meegenomen, want een [IAM-rollout struikelt zelden op de tool en bijna altijd op de mensen die ermee moeten werken](https://accans.com/artikel/waarom-je-iam-rollout-struikelt-op-de-manager-niet-op-sailpoint/). ## Maand 3: het plan dat ook zonder mij overeind blijft In de derde maand staat het plan. Niet het plan dat ik in week één had kunnen verzinnen, maar het plan dat klopt met wat ik in de tussentijd heb geleerd. Concreet, gefaseerd, met benoemde eigenaren, realistische mijlpalen en een onderbouwde businesscase. Het houdt rekening met de externe druk die er vaak al lag — een audit, of de deadlines die [NIS2 tot een bestuurlijke prioriteit](https://accans.com/artikel/nis2-en-iam-waarom-identity-access-management-nu-bestuurlijke-prioriteit-is/) maken — zonder zich daardoor te laten gijzelen. Wat het programma oplevert en wat stilstand kost, in [cijfers die een directie begrijpt](https://accans.com/artikel/iam-business-case-wat-tien-minuten-toegangsverlies-per-dag-echt-kost/) — niet in security-jargon. Cruciaal: het plan is overdraagbaar. Het is niet geschreven zodat alleen ik het kan uitvoeren. Tegen het einde van de eerste 90 dagen is de opdracht niet "Ric is onmisbaar geworden", maar "het programma loopt en kan worden gedragen". Dat klinkt tegen het eigenbelang van een interimmer in, en dat is precies de bedoeling. ## Wat de opdrachtgever na 90 dagen in handen heeft Geen slidedeck met "de huidige situatie". Wel vier concrete dingen: een scherpe diagnose met de echte opdracht en de blokkades, ten minste één geleverde, zichtbare verbetering, een werkende besturing met eigenaren en besluitvorming, en een gefaseerd, overdraagbaar plan met een businesscase eronder. Dat is het verschil tussen een interimmer die levert en een die inventariseert. En het is precies het bewijs dat een opdrachtgever nodig heeft om met vertrouwen door te gaan — of, in het hybride model, om de juiste interne opvolger te werven tegen de realiteit van het programma in plaats van tegen een aanname vooraf. ## De rode draad: leveren vanaf dag 1 De kern van deze aanpak is dat oriëntatie en leveren niet na elkaar komen, maar door elkaar. Je luistert terwijl je al richting geeft. Je diagnosticeert terwijl je een eerste winst boekt. Je bouwt het fundament terwijl je het plan vormt. Wie die fases netjes na elkaar zet, is een kwartaal bezig voordat er iets gebeurt — en dat kwartaal heb je bij een interim-opdracht niet. Geen PowerPoint-fase dus. Vanaf de eerste week is er iets tastbaars: een gerichte vraag, een besluit, een opgeruimde hoek. Dat is geen trucje. Het is de enige manier waarop een tijdelijke kracht zijn geld waard is. ## Tot slot De eerste 90 dagen van een IAM-programma gaan niet over alles weten. Ze gaan over de echte opdracht vinden, snel het eerste bewijs leveren, het fundament leggen en een plan neerzetten dat ook zonder de interimmer overeind blijft. Doe je dat, dan staat het programma na een kwartaal op de rails en weet iedereen waar het heen gaat. Doe je het niet, dan heb je na drie maanden een mooi rapport en een programma dat nog precies zo vastzit als op dag één. ## Veelgestelde vragen ### Wat doet een interim programma manager in de eerste 90 dagen? Hij vindt de echte opdracht achter de geformuleerde opdracht, brengt de stakeholders in kaart, levert een scherpe diagnose en een eerste zichtbare verbetering, zet een werkende governance met eigenaren neer, en stelt een gefaseerd, overdraagbaar plan met businesscase op. Oriënteren en leveren gebeuren bewust door elkaar, niet na elkaar. ### Waarom zijn juist de eerste 90 dagen zo belangrijk? Omdat ze bepalen of een programma richting krijgt of blijft ronddraaien. Bij een interim-opdracht is er geen ruimte voor een lange aanloop; de eerste 90 dagen zijn het eerste product, niet de voorbereiding. Het is de periode waarin een interimmer het "breakeven point" bereikt waarop hij netto waarde toevoegt. ### Hoe voorkom je dat de opstartfase alleen maar inventariseren wordt? Door diagnose boven inventarisatie te stellen en bewust een quick win te leveren in de eerste weken. Een inventarisatie somt op wat er is; een diagnose zegt wat er aan de hand is en wat er moet gebeuren. De eerste zichtbare winst bewijst dat er geleverd wordt en wint het vertrouwen dat een plan alleen niet wint. ### Wat houdt een opdrachtgever na de eerste 90 dagen concreet over? Vier dingen: een scherpe diagnose met de echte opdracht en de blokkades, ten minste één geleverde zichtbare verbetering, een werkende besturing met eigenaarschap en besluitvorming, en een gefaseerd, overdraagbaar plan met een onderbouwde businesscase. Geen slidedeck met de huidige situatie. ### Waarom maakt een goede interimmer zichzelf niet onmisbaar? Omdat de opdracht is dat het programma loopt en gedragen kan worden, niet dat de interimmer onvervangbaar wordt. Een governance of plan dat op één persoon leunt, is een afhankelijkheid in plaats van een resultaat. Een goede interim-trekker werkt vanaf het begin naar een overdraagbare situatie toe. --- # Interim programma manager, SI of vast: IAM-keuzekader > Source: https://accans.com/artikel/interim-si-of-vaste-hire-keuzekader-voor-je-iam-programma > Date: 2026-06-24T10:53:00.000Z De beslissing om externe capaciteit in te huren voor een IAM-programma is meestal goed onderbouwd. Er ligt een gedefinieerd programma, de capaciteit zit niet in huis, er is budget, en vaak drukt wet- en regelgeving — NIS2, een audit, een deadline — om te leveren bovenop de staande workload. Tegen die redenering valt weinig in te brengen. Waar het misgaat is de stap erna: in welke *vorm* haal je die capaciteit binnen? Die keuze valt vaak op wat op dat moment het snelst beschikbaar is. Een recruiter belt over een vaste kandidaat, een leverancier biedt een team aan, of iemand kent een interim programma manager. De vraag "wat heeft dit programma op dit moment werkelijk nodig, en hoe verandert dat over de looptijd" wordt zelden expliciet gesteld. En dat is nu juist de vraag die de uitkomst bepaalt. Dat is jammer, want het is een dure keuze om verkeerd te maken. Een vaste hire die na zes maanden weer vertrekt omdat het werk eigenlijk tijdelijk was. Een system integrator die prima bouwt maar het eigenaarschap nooit overneemt. Of een interimmer die wordt ingezet voor werk dat een vast iemand beter en goedkoper had gedaan. Ik schrijf dit als zelfstandig interim programma manager, dus je mag aannemen dat ik niet neutraal ben. Juist daarom probeer ik hieronder zo eerlijk mogelijk te zijn over wanneer je mij — of iemand als ik — níet nodig hebt. Een keuzekader dat alleen maar naar de eigen rol toe redeneert, is niets waard. ## Wat de drie opties werkelijk zijn De brochures verkopen alle drie hetzelfde: capaciteit en expertise. In de praktijk koop je drie wezenlijk verschillende dingen. ### De vaste hire Een vaste programma manager of IAM-lead is een investering in continuïteit. Je betaalt voor iemand die het programma draagt én daarna blijft om het te beheren, door te ontwikkelen en de volgende fase in te gaan. De kracht is verankering: kennis blijft in huis, de persoon bouwt relaties op die jaren meegaan. De zwakte is aanlooptijd en flexibiliteit. Werving duurt maanden, de inwerkperiode telt ook, en als het werk over een jaar wezenlijk anders is, zit je vast aan een profiel dat je voor de situatie van toen hebt aangenomen. Voor een stabiele, doorlopende verantwoordelijkheid is dat precies goed. Voor een piek of een eenmalige transformatie is het de verkeerde vorm. Er is nog een variant die ik in de praktijk vaak zie, en die zelden bewust wordt gekozen: het werk belandt bij een programma manager die er al jaren zit. De argumentatie klinkt logisch: "die kent de organisatie". En dat klopt vaak. Het probleem is dat kennis van de organisatie iets anders is dan kennis van de materie. Bij een IAM- of AI-governance-programma is het juist de inhoudelijke diepgang - IGA, PAM, recertificering, de wisselwerking met compliance - die het verschil maakt. Iemand die de gangen van het gebouw kent maar het vakgebied niet, kan een programma maandenlang plausibel laten lopen zonder het ergens te brengen. "Kent de organisatie" is een echte waarde, maar het is geen vervanging voor "kent de materie", en die twee worden te makkelijk door elkaar gehaald. ### De system integrator Een system integrator (SI) of implementatiepartner koop je in om te *bouwen*. Schaal, handen, gecertificeerde consultants op een specifiek platform: SailPoint, CyberArk, Omada, Entra. Als je een grote implementatie hebt met veel parallelle techniek en een helder eindbeeld, is een SI moeilijk te verslaan op leversnelheid. De zwakte zit in twee dingen. Ten eerste belang: een SI verdient aan uren en aan zijn eigen stack, niet per se aan de meest soevereine of goedkoopste keuze voor jou. Ten tweede eigenaarschap: een SI levert een oplossing op, maar neemt zelden de regie over de organisatorische en politieke kant — governance, eigenaarschap, draagvlak bij de business. En laat dat nu juist zijn waar [IAM-projecten op falen, niet op de techniek](https://accans.com/artikel/waarom-iam-projecten-falen-op-governance-niet-op-techniek/). ### De interim programma manager Een zelfstandig interim programma manager koop je in om te *richten en te deblokkeren*. Iemand die tijdelijk de leiding neemt over een complex, vaak politiek beladen traject, het op de rails zet, en weer vertrekt zodra het loopt. De kracht is drieledig: directe inzetbaarheid, onafhankelijkheid (geen belang bij een bepaalde leverancier of stack), en senioriteit die niet in een organigram past maar wel nodig is om door verschillende lagen heen te sturen. De zwakte is dat het tijdelijk is en niet goedkoop per dag. Een interimmer die je inzet voor doorlopend lijnwerk is geldverspilling. De waarde zit in de tijdelijkheid en de onafhankelijkheid — gebruik je die niet, dan betaal je een premie voor niets. ## De vraag vóór de vraag: heb je überhaupt iemand extern nodig? Voordat je tussen drie externe vormen kiest, is er een eerlijker vraag: moet je wel iemand van buiten halen? In mijn ervaring is het antwoord in drie situaties gewoon nee. Als je een capabele interne kandidaat hebt die alleen mandaat en ruimte mist. Dan koop je met een externe niet de competentie maar het gezag — en dat kun je vaak goedkoper organiseren door die persoon expliciet de opdracht en de rugdekking te geven. Als het probleem in werkelijkheid een besluit is dat niemand durft te nemen. Geen enkele interimmer lost een directie op die het oneens is over de richting. Dan huur je een symptoombestrijder voor een kwaal die in de bestuurskamer zit. En als het werk doorlopend en voorspelbaar is. Beheer, recertificeringscampagnes, incrementeel onderhoud: dat hoort bij een vaste rol of een beheerpartij, niet bij een dure tijdelijke kracht. Dat het [draaiende houden van toegangsbeheer echt werk is](https://accans.com/artikel/recertificering-als-changemanagement-waarom-managers-access-reviews-haten-en-hoe-adkar-helpt/), betekent niet dat een interimmer het moet doen. Markttrends wijzen dezelfde kant op: organisaties maken in 2026 [bewustere keuzes over inhuur, op basis van strategie in plaats van gewoonte](https://www.zipconomy.nl/2026/01/professioneel-inhuren-en-zzp-8-voorspellingen-voor-2026/), en bouwen steeds vaker een hybride mix van vast en flexibel. Dat begint met de eerlijke vraag of externe inhuur het probleem wel adresseert. ## Een keuzekader op vier assen Als externe inzet wél het juiste antwoord is, helpen vier assen om de vorm te kiezen. Niet één as beslist; het is de combinatie die richting geeft. ### As 1: tijdshorizon Is de behoefte tijdelijk en aflopend, of doorlopend? Een transformatie met een begin en een einde wijst naar interim of SI. Een blijvende verantwoordelijkheid wijst naar een vaste hire. Simpel, en toch de as die het vaakst wordt genegeerd onder tijdsdruk. ### As 2: aard van het werk Moet er vooral *gebouwd* worden, of *gericht en gedeblokkeerd*? Veel parallelle techniek met een helder eindbeeld is SI-werk. Een traject dat vastloopt op richting, eigenaarschap en samenwerking tussen afdelingen is werk voor een interim-trekker. Het verschil tussen die twee bepaalt meer dan welke as ook. Een [rollout struikelt zelden op de tool en bijna altijd op de organisatie](https://accans.com/artikel/waarom-je-iam-rollout-struikelt-op-de-manager-niet-op-sailpoint/) eromheen. ### As 3: politieke complexiteit en onafhankelijkheid Hoe zwaarder de belangen en hoe meer afdelingen er iets van vinden, hoe waardevoller een onafhankelijke buitenstaander. Een interimmer zonder belang bij een leverancier of bij interne politiek kan dingen zeggen en besluiten die een vaste medewerker zijn loopbaan kosten en een SI zijn vervolgopdracht. Bij een politiek neutraal, technisch bouwtraject telt die onafhankelijkheid juist nauwelijks — dan betaal je voor iets wat je niet gebruikt. ### As 4: kennisbehoud na afloop Wat moet er achterblijven als de externe vertrekt? Als de kennis in huis moet landen, kies dan een vorm die overdracht ingebouwd heeft — en maak dat expliciet onderdeel van de opdracht. Het grootste risico bij zowel SI als interim is dat de oplossing vertrekt met degene die haar bouwde. Een goede interimmer laat capaciteit achter, geen afhankelijkheid. ## Wanneer kies je wat De assen leiden in de praktijk tot een paar herkenbare combinaties. Een groot, helder afgebakend implementatietraject met veel techniek en weinig politiek: **system integrator**, eventueel met een onafhankelijke trekker erboven die de governance en het eigenaarschap bewaakt. Een vastgelopen of net te starten programma met zware belangen, onduidelijk eigenaarschap en een harde deadline — bijvoorbeeld onder druk van [NIS2 en bestuurlijke aansprakelijkheid](https://accans.com/artikel/nis2-en-iam-waarom-identity-access-management-nu-bestuurlijke-prioriteit-is/): **interim-trekker**, die richt, deblokkeert en overdraagt. Een doorlopende, blijvende verantwoordelijkheid met voorspelbaar werk: **vaste hire**, desnoods tijdelijk overbrugd door een interimmer tot de werving rond is. De meest voorkomende fout is niet het verkeerde vakje kiezen. Het is denken dat één vorm het hele traject dekt. ### Het hybride model: interim naar stable state, daarna intern De combinatie die in mijn ervaring het beste werkt, kiest bewust voor twee vormen na elkaar. Een interimmer zet het programma op de rails: hij brengt het naar een *stable state*, legt een duidelijk plan en een werkende governance neer, en maakt de rol daarmee overdraagbaar. Pas dán wordt er een interne kracht gevonden of aangenomen die het voor de lange termijn overneemt. Dat is om twee redenen sterker dan meteen vast aannemen. Ten eerste weet je na de opstartfase veel beter welk profiel je écht nodig hebt — je werft tegen de realiteit van het programma, niet tegen een aanname vooraf. Ten tweede neemt de interne kracht iets gestructureerds over in plaats van een chaos die nog moet worden ontward. De voorwaarde is wel dat de overdracht echt wordt ingericht: de interimmer werkt expliciet naar zijn eigen vertrek toe, met documentatie, kennisoverdracht en een ingewerkte opvolger. Een interimmer die afhankelijkheid creëert in plaats van capaciteit achterlaat, ondermijnt precies het model dat hem waardevol maakt. ## De grootste denkfout: één rol voor het hele programma Een IAM-programma is geen blok. Het heeft fases, en die fases vragen verschillende dingen. De opstart- en deblokkeerfase is interim-werk. De bouwfase is vaak SI-werk. Het beheer daarna is een vaste rol. Wie het hele traject aan één vorm ophangt, betaalt in elke fase een prijs: een interimmer in de beheerfase is te duur, een SI in de richtingsfase mist het mandaat, een vaste hire in de bouwfase mist de schaal. De volwassen aanpak is om de vorm te laten meebewegen met de fase, en de overgangen bewust te plannen. Dat klinkt logischer dan het in de praktijk gaat, want elke overgang is ook een overdracht — en daar lekt kennis weg als je het niet inricht. Het is precies het soort regie waar je een onafhankelijke trekker voor inzet, of, als je het zelf in de hand hebt, waar je expliciet op stuurt. ## Tot slot De keuze tussen een interim programma manager, system integrator en vaste hire is geen kwestie van wie het beste is. Ze zijn alle drie het beste — voor een ander soort werk, in een andere fase, bij een andere mate van politieke complexiteit. De vraag is niet "wie huur ik in", maar "wat heeft dit programma op dit moment nodig, en hoe verandert dat over de looptijd". Stel die vraag expliciet, en je kiest bewust in plaats van uit gewoonte of onder druk. En soms is de uitkomst dat je niemand van buiten nodig hebt, maar iemand van binnen die je het mandaat nog niet had gegeven. Ook dat is een goede uitkomst — het is alleen niet de uitkomst waar een brochure je naartoe rekent. ## Veelgestelde vragen ### Wanneer huur je een interim programma manager in en niet een vaste kracht? Kies een interim programma manager als het werk tijdelijk en aflopend is, politiek complex, en gebaat bij een onafhankelijke buitenstaander die richt en deblokkeert. Kies een vaste kracht als het om een doorlopende, blijvende verantwoordelijkheid gaat met voorspelbaar werk. De tijdshorizon en de aard van het werk zijn doorslaggevend. ### Wat is het verschil tussen een interim-trekker en een system integrator? Een system integrator koop je in om te bouwen: schaal, handen en platformcertificeringen voor een implementatie met een helder eindbeeld. Een interim-trekker koop je in om te richten en te deblokkeren: tijdelijke leiding over een complex, vaak politiek traject, inclusief governance, eigenaarschap en draagvlak. Een SI levert een oplossing; een interimmer stuurt het geheel. ### Is een interim programma manager niet gewoon duurder? Per dag is een interimmer doorgaans duurder dan een vaste kracht, maar dat is de verkeerde vergelijking. Je betaalt voor directe inzetbaarheid, onafhankelijkheid en senioriteit gedurende een korte periode, zonder langdurige verplichting. Zet je een interimmer in voor doorlopend lijnwerk, dan is het te duur. Zet je hem in voor een tijdelijke, kritieke fase, dan is het vaak juist goedkoper dan de kosten van stilstand. ### Wanneer heb je helemaal geen externe inhuur nodig? In drie situaties: als je een capabele interne kandidaat hebt die alleen mandaat mist, als het probleem in werkelijkheid een onbesluit in de directie is, of als het werk doorlopend en voorspelbaar is en bij een vaste rol of beheerpartij hoort. In die gevallen lost externe inhuur het echte probleem niet op. ### Kun je de drie vormen combineren in één programma? Ja, en vaak is dat de beste aanpak. Een IAM-programma kent fases: opstarten en deblokkeren (interim), bouwen (SI), beheren (vast). Een beproefd hybride model is dat een interimmer het programma naar een stable state brengt met een duidelijk plan en werkende governance, waarna een interne kracht het voor de lange termijn overneemt. Je werft dan tegen de realiteit van het programma in plaats van tegen een aanname vooraf. Laat de vorm meebewegen met de fase en plan de overgangen bewust, want elke overgang is ook een kennisoverdracht. De grootste fout is één vorm op het hele traject plakken. --- # Auditbevindingen: van non-conformiteit naar controle > Source: https://accans.com/artikel/auditbevindingen-oplossen-van-non-conformiteit-naar-controle > Date: 2026-06-20T11:22:00.000Z Een audit faal je zelden op de techniek. Je faalt op het ontbreken van bewijs dat de techniek doet wat je zegt dat ze doet. Dat onderscheid bepaalt of een rapport met bevindingen een administratief ongemak is of het begin van een opgeschort certificaat. Audit recovery is het traject tussen die twee uitkomsten. Het is het werk dat begint op de dag dat het auditrapport binnenkomt en eindigt op de dag dat een auditor tekent dat de controle aantoonbaar werkt. In mijn ervaring is dat traject vrijwel nooit een technisch probleem. Het is een prioriterings-, governance- en bewijsvoeringsprobleem. En precies daarom loopt het zo vaak vast. Dit artikel beschrijft hoe je een verzameling auditbevindingen in ongeveer zes maanden terugbrengt tot aantoonbare, werkende controle, zonder de business plat te leggen en zonder dat je het halve jaar daarna dezelfde discussie opnieuw voert. ## Wat audit recovery eigenlijk is Audit recovery is het gestructureerd wegwerken van non-conformiteiten die een externe of interne audit heeft vastgesteld, tot een niveau waarop de certificerende instelling of toezichthouder ze als afgesloten beschouwt. Het raakt vrijwel altijd drie lagen tegelijk: de techniek (de control zelf), het proces (wie doet wat, wanneer) en het bewijs (kun je laten zien dat het is gebeurd). De meeste organisaties richten al hun energie op de eerste laag. Ze repareren de control en gaan ervan uit dat de bevinding daarmee weg is. Maar een auditor sluit een bevinding niet omdat je iets hebt gerepareerd. Hij sluit ze als je kunt aantonen dat de reparatie de onderliggende oorzaak adresseert én dat de control sindsdien aantoonbaar functioneert. Dat is een wezenlijk hoger bewijsniveau dan "het is gefixt". ## Waarom auditbevindingen zich opstapelen Bij vrijwel elk hersteltraject zie je dezelfde patronen terugkomen. Het loont om ze te herkennen voordat je aan een actieplan begint. ### Bevinding versus onderliggende oorzaak De grootste valkuil is symptoombestrijding. Een bevinding luidt bijvoorbeeld dat drie vertrokken medewerkers nog actieve accounts hadden. De reflex is: die drie accounts intrekken, bevinding afvinken. Maar de auditor heeft geen probleem met drie accounts, hij heeft een probleem met een joiner-mover-leaver-proces dat ze liet bestaan. Trek je alleen de drie accounts in, dan komt dezelfde bevinding bij de volgende audit gewoon terug, met andere namen. Een correctief actieplan dat geen [root-cause analyse](https://www.dataguard.com/knowledge/iso-27001/clause-10-2-nonconformity-and-corrective-action/) bevat, is daarom in de praktijk waardeloos. ISO/IEC 27001 maakt dit in clausule 10.2 ook expliciet: je moet de oorzaak van de non-conformiteit wegnemen zodat ze zich niet herhaalt, niet alleen het gevolg. ### Klein versus groot: het verschil dat je termijn bepaalt Niet elke bevinding weegt even zwaar, en de zwaarte bepaalt je klok. Een kleine non-conformiteit is een geïsoleerde tekortkoming; een grote wijst op een structureel gebrek in opzet of werking van je managementsysteem. Bij uitsluitend kleine bevindingen blijft een [ISO 27001-certificaat](https://www.iso.org/standard/27001) doorgaans geldig zolang je tijdig corrigeert. Bij een grote non-conformiteit wordt de certificering opgeschort of ingetrokken tot je herstel hebt aangetoond. Praktisch betekent dit: je dient meestal binnen dertig dagen een correctief actieplan in, met implementatie binnen ongeveer drie maanden voor kleine en zes maanden voor grote bevindingen. Die termijnen zijn je echte deadline, niet het moment waarop het jou uitkomt. ## De zes maanden, fase voor fase Hieronder de fasering die in mijn ervaring het verschil maakt tussen een hersteltraject dat één keer wordt gedaan en een dat halfjaarlijks terugkeert. ### Week 1–2: triage en root-cause Begin niet met repareren. Begin met sorteren. Leg alle bevindingen naast elkaar en scoor ze op twee assen: zwaarte (klein/groot, en de bijbehorende termijn) en onderliggende oorzaak. Je zult merken dat tien bevindingen vaak terug te voeren zijn op twee of drie oorzaken. Eén zwak offboarding-proces, één ontbrekende eigenaarschapsstructuur, één control die wel bestaat maar nooit wordt uitgevoerd. Die clustering is de belangrijkste stap van het hele traject. Ze bepaalt of je tien losse reparaties doet of drie structurele ingrepen die tien bevindingen tegelijk afdekken. ### Week 3–6: het corrigerende actieplan Per cluster schrijf je één corrigerend actieplan: de oorzaak, de maatregel, de eigenaar, de termijn en — cruciaal — de manier waarop je straks aantoont dat het werkt. Dat laatste vergeten veel mensen. Een actieplan zonder benoemde bewijsvoering levert over vier maanden opnieuw een discussie met de auditor op. Houd de plannen realistisch en haalbaar binnen de gestelde termijn. Een ambitieus plan dat je niet haalt, is schadelijker dan een bescheiden plan dat je wél afmaakt: een gemiste zelf-opgelegde deadline is voor een auditor een extra signaal van zwakke governance. Dit is overigens waar veel trajecten al sneuvelen — niet op de techniek maar op de aansturing. Ik heb dat patroon eerder beschreven in [waarom IAM-projecten falen op governance, niet op techniek](https://accans.com/artikel/waarom-iam-projecten-falen-op-governance-niet-op-techniek). ### Maand 2–4: implementeren zonder de business plat te leggen Hier botst compliance met de waan van de dag. Een control aanscherpen betekent vaak dat iemands werk trager of strenger wordt, en dat levert weerstand op. Mijn advies: behandel de zwaarste cluster als een klein verandertraject, niet als een ticket. Communiceer vooraf, wijs één eigenaar aan die mandaat heeft, en plan de implementatie in blokken in plaats van "erbij". Toegangscontroles zijn hierbij het gevoeligst, omdat ze direct raken aan wat mensen dagelijks kunnen. Zie de aanpak die ik beschrijf in [recertificering als changemanagement](https://accans.com/artikel/recertificering-als-changemanagement-waarom-managers-access-reviews-haten-en-hoe-adkar-helpt) — diezelfde logica geldt voor vrijwel elke control die je in een hersteltraject aanscherpt. ### Maand 5–6: aantoonbaar maken en heraudit De laatste fase gaat niet over repareren maar over bewijzen. Verzamel per cluster de evidence: de gewijzigde procesbeschrijving, een steekproef die laat zien dat het proces sinds invoering daadwerkelijk is gevolgd, en de logbestanden of rapportages die dat onderbouwen. Vraag daarna pas een heraudit of opvolgingsbeoordeling aan. Het verschil tussen een geslaagde en een mislukte heraudit zit bijna altijd in dit detail: kun je niet alleen tonen dát de control bestaat, maar ook dat ze in de tussenliggende maanden heeft gewerkt. ## De controls waar auditors als eerste op duiken Niet alle bevindingen zijn even waarschijnlijk. In hersteltrajecten op het snijvlak van security en identiteit komen een paar controls structureel terug. ### Toegangsbeheer en recertificering Toegangsrechten die niet meer kloppen zijn de meest getoetste en meest gevonden tekortkoming. Recertificering — het periodiek bevestigen dat rechten nog terecht zijn — is een [verplichte control onder vrijwel elk raamwerk](https://csrc.nist.gov/projects/risk-management/about-rmf), van ISO 27001 tot NIST SP 800-53 (control AC-2). Een recertificering die op papier groen staat maar feitelijk uit bulk-goedkeuringen bestaat, is voor een ervaren auditor zo doorzien, en levert dan een zwaardere bevinding op dan helemaal geen review. ### Privileged access Beheeraccounts en andere rechten met hoge impact horen in een aparte categorie, met een strakkere cadans en expliciete validatie. Steeds vaker geldt dat ook voor niet-menselijke identiteiten: service accounts, tokens en de identiteiten van AI-agents die zelfstandig handelen. Wie die laatste categorie in een hersteltraject overslaat, dekt de bevinding van vandaag af en bouwt de bevinding van volgend jaar alvast op. Ik werk dat verder uit in [wie beheert de identiteit van je AI-agent](https://accans.com/artikel/wie-beheert-de-identiteit-van-je-ai-agent). ## Aantoonbaarheid: groen op papier versus werkende controle De rode draad door elk geslaagd hersteltraject is hetzelfde principe: een auditor koopt geen reparatie, hij koopt bewijs. Dat verandert hoe je het hele traject inricht. Je documenteert niet achteraf — je bouwt de bewijsvoering in vanaf de eerste week, omdat je anders over vijf maanden geen steekproef hebt die ver genoeg terugloopt. Dit is ook waarom audit recovery geen puur technische klus is. De techniek repareren kan een specialist in dagen. Aantonen dat de organisatie de control consequent volgt, met benoemde eigenaren en herhaalbaar bewijs, is een governance- en verandervraagstuk. Dat is het deel dat tijd kost, en het deel dat bepaalt of de bevinding écht weg is. ## NIS2 verhoogt de inzet Wat tot voor kort vooral een certificeringsrisico was, wordt onder de [Cyberbeveiligingswet](https://www.rdi.nl/onderwerpen/digitale-weerbaarheid/cyberbeveiligingswet) — de Nederlandse uitwerking van NIS2 — een bestuursrisico. Toezichthouders zoals de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur krijgen ruimere bevoegdheden om te inspecteren en bevindingen op te volgen, en bestuurders worden persoonlijk aanspreekbaar op de adequaatheid van hun maatregelen. Een papieren control die niet feitelijk klopt, is in dat regime een grotere blootstelling dan onder eerdere kaders. Audit recovery verschuift daarmee van een taak voor de compliance-afdeling naar een onderwerp dat aantoonbaar tot in de directie wordt belegd. Het bredere mechanisme achter die verschuiving beschrijf ik in [digitale soevereiniteit: waarom 'EU' geen vinkje is](https://accans.com/artikel/digitale-soevereiniteit-waarom-eu-geen-vinkje-is). ## Tot slot Auditbevindingen oplossen lukt vrijwel altijd binnen de termijn, op één voorwaarde: dat je niet de bevindingen repareert maar de oorzaken, en dat je het bewijs inbouwt in plaats van het achteraf bij elkaar zoekt. Drie structurele ingrepen die tien symptomen afdekken, met benoemde eigenaren en herhaalbaar bewijs, leveren een rapport op dat je aan een auditor kunt laten zien én dat feitelijk klopt. Wie de bevindingen stuk voor stuk wegvinkt, krijgt een groen rapport en over zes maanden dezelfde audit terug. ## Veelgestelde vragen over audit recovery ### Wat betekent audit recovery precies? Audit recovery is het gestructureerd herstellen van een organisatie na een audit met non-conformiteiten, tot het punt waarop een auditor of toezichthouder de bevindingen als afgesloten beschouwt. Het omvat de techniek (de control repareren), het proces (eigenaarschap en uitvoering borgen) en de bewijsvoering (aantonen dat de control werkt). ### Hoeveel tijd krijg je om auditbevindingen op te lossen? Je dient doorgaans binnen dertig dagen een correctief actieplan in bij de certificerende instelling. De implementatie moet meestal binnen ongeveer drie maanden voor kleine en zes maanden voor grote non-conformiteiten zijn afgerond. De exacte termijn staat in het auditrapport en is leidend. ### Wat is het verschil tussen een kleine en een grote non-conformiteit? Een kleine non-conformiteit is een geïsoleerde tekortkoming die het managementsysteem als geheel niet ondermijnt. Een grote non-conformiteit wijst op een structureel gebrek in opzet of werking en kan leiden tot opschorting of intrekking van de certificering tot herstel is aangetoond. ### Waarom komen dezelfde auditbevindingen elk jaar terug? Meestal omdat het corrigerende actieplan het symptoom adresseerde in plaats van de onderliggende oorzaak. Zonder root-cause analyse repareer je het gevolg, terwijl het zwakke proces dat de bevinding veroorzaakte blijft bestaan. ISO 27001 clausule 10.2 vereist daarom expliciet dat je de oorzaak wegneemt zodat de non-conformiteit zich niet herhaalt. ### Welke controls worden bij een audit het vaakst afgekeurd? Toegangsbeheer staat bovenaan: accounts van vertrokken medewerkers, rechten die niet meer kloppen, en recertificeringen die alleen op papier zijn uitgevoerd. Privileged access en de identiteiten van service accounts en AI-agents zijn een tweede categorie die in moderne omgevingen snel tot bevindingen leidt. ### Is audit recovery een technisch of een organisatorisch traject? Overwegend organisatorisch. De technische reparatie van een control is vaak het kleinste deel. Het zwaartepunt ligt bij root-cause analyse, het beleggen van eigenaarschap en het opbouwen van herhaalbaar bewijs dat de control consequent wordt gevolgd — dat is een governance- en verandervraagstuk, geen installatieklus. --- # Digitale soevereiniteit: waarom 'EU' geen vinkje is > Source: https://accans.com/artikel/digitale-soevereiniteit-waarom-eu-geen-vinkje-is > Date: 2026-06-16T12:42:00.000Z [Op zaterdag 13 juni 2026 schakelde Anthropic zijn twee krachtigste AI-modellen, Fable 5 en Mythos 5, abrupt uit voor al zijn klanten](https://www.cnbc.com/2026/06/12/anthropic-disables-access-to-fable-5-and-mythos-5-to-comply-with-government-directive.html). Niet vanwege een storing, maar op last van de Amerikaanse overheid. [Minister van Handel Howard Lutnick bracht de modellen onder exportcontrole](https://www.axios.com/2026/06/12/anthropic-trump-mythos-fable-national-security) en verbood toegang door élke niet-Amerikaan — binnen of buiten de VS, tot en met de eigen niet-Amerikaanse medewerkers van Anthropic. De minder krachtige Claude-modellen bleven beschikbaar, maar het signaal was scherp: een Amerikaanse leverancier kan, op bevel van Washington, van de ene op de andere dag de toegang voor de rest van de wereld dichtdraaien. Dat is geen hypothetisch CLOUD Act-scenario meer. Dat is een kill switch die daadwerkelijk is omgezet. Tien dagen eerder, op 3 juni, presenteerde de Europese Commissie haar [European Technological Sovereignty Package](https://commission.europa.eu/news-and-media/news/strengthening-europes-tech-sovereignty-2026-06-03_en). Daarin zit de [Cloud and AI Development Act (CADA)](https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/cloud-and-ai-development-act): voor het eerst gaat de EU soevereiniteitseisen vastleggen in bindende wetgeving, inclusief een mechanisme om publieke aanbestedingen richting "soevereine" aanbieders te sturen. Het is de eerste keer dat soevereiniteit van een vrijwillig keurmerk naar een aanbestedingscriterium verschuift. Dat klinkt overzichtelijk. Tot je je afvraagt: wie bepaalt eigenlijk of een leverancier "soeverein" is? En op basis van welke data? Precies die vraag was de aanleiding om de [Digital Sovereignty Assessment Tool](https://digitalsovereignty.accans.com/nl) grondig op te schonen in twee rondes. Op 26 mei 2026 herzag ik de vendor-database achter de Heatmap: negen records met onjuiste hoofdkantoor-informatie gecorrigeerd, 27 nieuwe Europese leveranciers toegevoegd, en het datamodel uitgebreid zodat de positie van iedere leverancier expliciet en eerlijk wordt weergegeven. Op 13 juni volgde een tweede, omvangrijke opschoonronde, plus een nieuwe categorie voor Digital Asset Management (DAM). Dat klinkt als een changelog. Maar de correcties zelf vertellen een interessanter verhaal: over wat het label "EU-alternatief" wel en niet betekent — zoals ik [eerder beschreef in de context van IAM-procurement](https://accans.com/artikel/open-source-first-in-iam-waarom-procurement-niet-bij-de-magic-quadrant-moet-beginnen/), waar dezelfde discipline doorslaggevend is. ## Wat er is veranderd Drie dingen, kort. Ik heb 27 nieuwe Europese leveranciers toegevoegd: onder andere Didomi, Axeptio en consentmanager.net voor consent-management, Dynatrace en Pandora FMS voor monitoring, Make.com en SeaTable voor low-code, memoQ, Phrase TMS en Wordbee voor vertaling, Trade Republic voor fintech, Aircall voor helpdesk en Nedap Healthcare. Allemaal categorieën waar tot nu toe vooral Amerikaanse namen stonden — vergelijkbaar met het verhaal van de [Europese IAM-vendors per categorie](https://accans.com/artikel/digital-sovereignty-in-iam-waarom-europa-zijn-eigen-rijtje-verdient/) (Wallix, Omada, OneWelcome) die buiten de Magic Quadrant blijven hangen. Ik heb negen leveranciers van land veranderd, omdat het hoofdkantoor verkeerd stond. En ik heb misleidende en dubbele records verwijderd: een tweede Epic-record met EU-label (het echte hoofdkantoor staat in Verona, Wisconsin), een dubbele SumUp- en Directus-entry, en Adyen en Mollie uit de categorie ERP gehaald, het zijn payment processors, geen ERP-systemen. Op 13 juni volgde een tweede ronde van dezelfde aard: opnieuw records nagelopen, geclassificeerd en gecorrigeerd, en een nieuwe categorie toegevoegd voor Digital Asset Management (DAM). Die laatste is niet willekeurig. DAM-systemen huisvesten merkmateriaal, beeldbanken en media: waardevolle, vaak rechtenintensieve data die in de praktijk standaard in Amerikaanse SaaS belandt, zonder dat iemand zich afvraagt waar die assets juridisch staan. Een categorie die het verdient om apart te worden beoordeeld, met de Europese opties expliciet in beeld. Het belangrijkste is alleen niet wat er bij kwam of weg ging. Het is wat de correcties blootleggen. ## Een hoofdkantoor is geen soevereiniteit Vier leveranciers stonden als Europees alternatief in de database terwijl ze dat niet zijn: Hologic, Carestream Health, Wrike en WordPress in de self-host-variant. Allemaal verplaatst van EU naar VS. Dit zijn Amerikaanse incumbents, geen Europese alternatieven. Ze waren ooit met de beste bedoelingen ingevoerd, maar hoorden er niet. Wrike is het scherpste voorbeeld. Het bedrijf presenteert zich als zelfstandige werk-management-tool, maar is in handen van Symphony Industrial, een Amerikaanse eigenaar. En daar zit het punt: voor digitale soevereiniteit telt niet waar het marketingteam zit, maar wie uiteindelijk de zeggenschap heeft. Wie de data kan opvragen. Wie onder welke jurisdictie valt. Daarom heb ik een nieuw veld toegevoegd dat de ultieme moedermaatschappij vastlegt. Niet de naam op de website, maar de partij bovenaan de eigendomsketen. Dat is geen detail. Het verschil tussen "Europees bedrijf" en "Europees merk in Amerikaanse handen" is precies het verschil dat de CLOUD Act relevant maakt. Hoe relevant, bleek vorig jaar. In mei 2025 werd [het Microsoft-account van de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof geblokkeerd](https://www.computerweekly.com/opinion/Microsofts-ICC-email-block-reignites-European-data-sovereignty-concerns) nadat de regering-Trump sancties had opgelegd. En in [een hoorzitting van de Franse Senaat op 10 juni 2025 antwoordde de juridisch directeur van Microsoft France](https://www.theregister.com/off-prem/2025/07/25/microsoft-exec-admits-it-cannot-guarantee-data-sovereignty/) op de vraag of hij onder ede kon garanderen dat data van Franse burgers nooit zonder toestemming aan Amerikaanse autoriteiten zou worden overgedragen: nee, dat kon hij niet garanderen. Niet omdat het al gebeurd was, maar omdat de juridische mogelijkheid bestaat. Dat is geen academische kwestie. Dat is het hele punt. En met het Anthropic-besluit van 13 juni is die mogelijkheid geen mogelijkheid meer, maar een feit. Een Amerikaanse aanbieder is door zijn eigen overheid gedwongen om een dienst voor de hele wereld buiten de VS uit te zetten: niet op basis van wat een klant deed, maar op basis van waar die klant zit. Dat is precies het risico dat een soevereiniteitsbeoordeling hoort te vangen: niet "werkt deze leverancier goed?", maar "wie kan deze leverancier opdragen mij af te sluiten, en op welke grond?". Een vraag die je niet kunt beantwoorden als je classificatie blijft hangen bij het adres op de website. ## Open source is niet automatisch soeverein De tweede les zit in de open-source-records. Er bestaat een [hardnekkig misverstand dat "open source" gelijkstaat aan "soeverein"](https://accans.com/artikel/open-source-en-soevereiniteit-de-les-van-wordpress/). Dat klopt niet, en de database liet dat te makkelijk doorglippen. RustDesk, Logseq en Synology Drive stonden te gunstig geclassificeerd. RustDesk wordt ontwikkeld in China, Logseq in Singapore, Synology in Taiwan. Open source betekent dat je de code kunt inzien en zelf draaien, niet dat de standaard-hosting of het ontwikkelland buiten beeld blijven. Deze tools zijn soeverein wanneer je ze zelf host of lokaal gebruikt. Niet per definitie daarbuiten. Ik heb ze gecorrigeerd naar het werkelijke land van de ontwikkelaar, met die nuance erbij. Directus is een ander geval: open source op papier, maar onder een BSL-licentie en met een Amerikaanse oorsprong. Bitrix24 stond als schoon Europees record, terwijl de juridische entiteit op Cyprus zit en de oorsprong Russisch is. Nu expliciet vermeld. Wire (Zwitserland) en SumUp (Verenigd Koninkrijk, ná Brexit) zijn opnieuw geclassificeerd. Geen van deze tools is "slecht". Het punt is dat soevereiniteit afhangt van hóé je iets gebruikt, niet alleen van het feit dat de broncode openligt. Een changelog die dat verzwijgt, geeft een vals gevoel van veiligheid. ## Soevereiniteit is een spectrum, geen vinkje De grootste verandering zit niet in een los record, maar in het datamodel. Ik heb drie metadata-velden toegevoegd die elke leverancier dwingen om kleur te bekennen. Het eerste is de al genoemde ultieme moedermaatschappij. Het tweede is de soevereiniteitsmodus: draait een leverancier vendor-hosted in de EU, is het self-host, open-source-distributed, of vendor-hosted buiten de EU? Dat zijn vier wezenlijk verschillende risicoprofielen, en ze verdienen geen gedeeld groen vinkje. Het derde veld is een scherpere geografische classificatie: EU-27, EEA, EFTA of EU-adjacent. Want "Europa" is geen blok. Zwitserland zit in de EFTA, niet in de EU; ik heb 57 Zwitserse leveranciers als zodanig gemarkeerd, 29 Noorse en IJslandse als EEA, en vier Oekraïense als EU-adjacent. Dat zijn verschillende juridische werelden, en dat hoort de tool te laten zien. Om te voorkomen dat dezelfde fouten terugsluipen, draaien er nu negen invariant-tests in de pijplijn: geen EU-leverancier zonder ingevulde soevereiniteitsmodus, geen dubbele records binnen dezelfde categorie, geen niet-versleutelde websites. De governance van de data is daarmee zelf onderdeel van de tool geworden. Dat is geen luxe. Een instrument dat soevereiniteit beoordeelt, kan zich geen sloppy eigen administratie veroorloven. ## Waarom dit nu telt Tot voor kort was de soevereiniteits-classificatie van een leverancier vooral een interessante indicatie. Met de Cloud and AI Development Act wordt het iets anders. CADA introduceert een raamwerk met meerdere soevereiniteitsniveaus en koppelt dat aan aanbestedingen. Op het moment dat een label bepaalt of een leverancier mag meedingen naar een overheidsopdracht, is de kwaliteit van de data achter dat label geen academische kwestie meer. Dan is een fout record een verkeerde inkoopbeslissing. En de Nederlandse context beweegt mee. [Het kabinet stelde op 18 december 2025 de visie "Digitale autonomie en soevereiniteit van de overheid" vast](https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2025/12/12/nieuwe-visie-legt-fundament-voor-een-autonome-en-soevereine-digitale-overheid), met als lijn "open waar mogelijk, beschermen waar nodig". Vier gemeenten testen samen met de VNG een open-source werkplek. De vraag "is deze leverancier soeverein?" wordt de komende jaren vaker en met hogere inzet gesteld. Dan kun je maar beter een eerlijk antwoord hebben. ## Slot Een changelog opschonen is zelden spannend werk. Maar de correcties van 26 mei laten precies zien waar het in dit dossier misgaat: we behandelen soevereiniteit als een binair vinkje, terwijl het een spectrum is van eigendom, jurisdictie, hosting en gebruik. Een hoofdkantoor in Amsterdam zegt weinig als de eigenaar in Delaware zit. Open source zegt weinig als de standaard-hosting buiten je controle valt. De Heatmap is na deze ronde niet "klaar", zo'n database is nooit af. Maar hij is wel eerlijker geworden. En naarmate de EU soevereiniteit van een keurmerk naar een aanbestedingscriterium tilt, is eerlijke data het minste wat je van zo'n instrument mag verwachten. Werk je aan een leverancierskeuze waar soevereiniteit een rol speelt? Dan helpt het meestal om er eerst nuchter naar te kijken voordat je een label accepteert dat niet klopt. De [Digital Sovereignty Assessment Tool](https://digitalsovereignty.accans.com/nl) is vrij te gebruiken; meer stukken in dit domein vind je op de [Digital Sovereignty & EU hub](https://accans.com/insights/digital-sovereignty/). Voor de rest ben ik bereikbaar via het contactblok op de homepage. ## Veelgestelde vragen over de Digitale Soevereiniteit Heatmap ### Wat is de Digital Sovereignty Assessment Tool precies? Een onafhankelijke, vrij te gebruiken tool die organisaties helpt hun software- en cloudkeuzes te beoordelen tegen Europese criteria voor digitale soevereiniteit. De tool brengt afhankelijkheden en risico's in kaart rond data, infrastructuur en leveranciers, en wijst Europese alternatieven aan. De site is niet geaffilieerd met de genoemde leveranciers en er kunnen geen rechten aan de classificaties worden ontleend. ### Wat is er in mei en juni 2026 veranderd? In twee rondes. Op 26 mei zijn negen leveranciers met een onjuist hoofdkantoor gecorrigeerd, 27 nieuwe Europese leveranciers toegevoegd en is het datamodel uitgebreid met drie velden: ultieme moedermaatschappij, soevereiniteitsmodus en een scherpere EU-classificatie (EU-27, EEA, EFTA, EU-adjacent). Daarnaast zijn misleidende en dubbele records verwijderd. Op 13 juni volgde een tweede, omvangrijke opschoonronde en is er een nieuwe categorie toegevoegd voor Digital Asset Management (DAM). ### Waarom een aparte categorie voor Digital Asset Management? Omdat DAM-systemen merkmateriaal, beeldbanken en media bevatten — rechtenintensieve, waardevolle data die in de praktijk vaak standaard in Amerikaanse SaaS staat, zonder dat de juridische locatie ervan een bewuste keuze is. Door DAM als eigen categorie te beoordelen, komen de Europese opties expliciet in beeld. ### Waarom is een Europees hoofdkantoor niet genoeg? Omdat soevereiniteit afhangt van wie uiteindelijk zeggenschap heeft, onder welke jurisdictie de eigenaar valt en waar de data staat — niet van waar het merk gevestigd is. Een Europees merk in Amerikaanse handen valt alsnog onder bijvoorbeeld de CLOUD Act. Daarom legt de tool nu de ultieme moedermaatschappij vast. ### Is open source automatisch soeverein? Nee. Open source betekent dat je de code kunt inzien en zelf draaien. Soevereiniteit hangt af van hóé je het gebruikt: zelf gehost of lokaal is iets anders dan een door de leverancier gehoste variant in een ander land. Tools als RustDesk, Logseq en Synology Drive zijn daarom gecorrigeerd naar het werkelijke ontwikkelland, met die nuance erbij. ### Wat is de soevereiniteitsmodus? Een veld dat onderscheid maakt tussen vier situaties: vendor-hosted in de EU, self-host, open-source-distributed, en vendor-hosted buiten de EU. Het zijn vier verschillende risicoprofielen die geen gedeeld "groen" verdienen. ### Wat betekent de Cloud and AI Development Act (CADA) hiervoor? CADA, onderdeel van het EU-pakket van 3 juni 2026, legt soevereiniteitseisen voor het eerst vast in bindende wetgeving en koppelt ze aan publieke aanbestedingen. Daarmee wordt de kwaliteit van soevereiniteits-data direct relevant voor inkoopbeslissingen. ## Bronnen - Digital Sovereignty Assessment Tool — changelog: https://digitalsovereignty.accans.com/nl/changelog - CNBC, Anthropic schakelt Fable 5 en Mythos 5 uit na overheidsbevel (12 juni 2026): https://www.cnbc.com/2026/06/12/anthropic-disables-access-to-fable-5-and-mythos-5-to-comply-with-government-directive.html - Axios, Trump-regering blokkeert buitenlandse toegang tot Anthropics krachtigste AI (12 juni 2026): https://www.axios.com/2026/06/12/anthropic-trump-mythos-fable-national-security - Europese Commissie, European Technological Sovereignty Package (3 juni 2026): https://commission.europa.eu/news-and-media/news/strengthening-europes-tech-sovereignty-2026-06-03_en - Cloud and AI Development Act: https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/policies/cloud-and-ai-development-act - The Register, Microsoft France over datagaranties (juli 2025): https://www.theregister.com/off-prem/2025/07/25/microsoft-exec-admits-it-cannot-guarantee-data-sovereignty/ - Computer Weekly, ICC-e-mailblokkade en datasoevereiniteit: https://www.computerweekly.com/opinion/Microsofts-ICC-email-block-reignites-European-data-sovereignty-concerns - Rijksoverheid, visie Digitale autonomie en soevereiniteit (18 december 2025): https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2025/12/12/nieuwe-visie-legt-fundament-voor-een-autonome-en-soevereine-digitale-overheid --- # Wie beheert de identiteit van je AI-agent? NHI in IAM > Source: https://accans.com/artikel/wie-beheert-de-identiteit-van-je-ai-agent > Date: 2026-06-14T12:31:00.000Z Agentic AI is het buzzword van 2026. Niet langer een AI die antwoord geeft, maar een AI die zelf handelt: een ticket aanmaakt, een refund verwerkt, een deploy doet, een mailbox opschoont. [Gartner verwacht dat eind 2026 zo'n 40 procent](https://www.gartner.com/en/newsroom/press-releases/2025-08-26-gartner-predicts-40-percent-of-enterprise-apps-will-feature-task-specific-ai-agents-by-2026-up-from-less-than-5-percent-in-2025) van de enterprise-applicaties een taakspecifieke AI-agent bevat, tegen minder dan 5 procent in 2025. En tegen 2028 zou minstens 15 procent van de dagelijkse werkbeslissingen autonoom door agents worden genomen. Mooi. Maar er zit een detail in dat in de meeste presentaties wordt overgeslagen. Een AI die handelt, moet ergens bij kunnen. Een agent die een refund verwerkt, heeft toegang tot het betaalsysteem. Een agent die deployt, heeft credentials voor je infrastructuur. Een agent die je mailbox opschoont, heeft een token op je mail. Elke agent die iets doet, is daarmee een identiteit met rechten. En dat is precies de discipline waar de meeste organisaties al niet best in waren toen het alleen nog over mensen ging. In mijn stuk [Bring Your Own AI: wat er werkelijk gebeurt op de werkplek](https://accans.com/artikel/bring-your-own-ai-wat-er-werkelijk-gebeurt-op-de-werkplek/) ging het over mensen die zelf AI-tools meenemen. Eerder schreef ik over [Shadow AI als governance-probleem](https://accans.com/artikel/shadow-ai-is-geen-schaduw-it-probleem-maar-een-governanceprobleem/) — dezelfde discipline die hier opnieuw onder druk komt. Dit stuk gaat over de volgende laag: de AI die zelf aan het werk gaat, en wat dat betekent voor identity- en access-management. Want het probleem dat agentic AI op tafel legt, is geen AI-probleem. Het is een IAM-probleem dat we al hadden, nu in een hogere versnelling. ## Het aantal identiteiten dat je beheert klopt allang niet meer De meeste organisaties denken bij "identiteiten" aan medewerkers. Dat is al jaren niet meer waar. Service accounts, API-keys, tokens, certificaten, bots, pipelines — de [niet-menselijke identiteiten (non-human identities, NHI)](https://accans.com/artikel/non-human-identities-en-ai-de-nieuwe-rollen-en-werkvormen-binnen-iam/) overtreffen de menselijke ruim. [CyberArk rapporteerde in april 2025](https://www.cyberark.com/press/machine-identities-outnumber-humans-by-more-than-80-to-1-new-report-exposes-the-exponential-threats-of-fragmented-identity-security/) een verhouding van meer dan 80 staat tot 1, waarbij bijna de helft van die machine-identiteiten gevoelige of geprivilegieerde toegang heeft. Over dat exacte getal moet je nuchter blijven. Andere bronnen noemen 45 staat tot 1, weer andere lopen op tot 500 staat tot 1 bij sterk geautomatiseerde organisaties. Die spreiding zegt vooral één ding: bijna niemand meet het goed. En precies daar grijpt agentic AI in. Elke agent, elke sub-agent, elke geautomatiseerde workflow voegt identiteiten toe — sneller dan het identity-team ze kan inventariseren, laat staan opschonen. Het gevolg is bekend terrein voor wie in dit vak zit: over-provisioned accounts, rechten die nooit meer worden ingetrokken, secrets die jaren blijven leven. Alleen nu met een aanjager die 24 uur per dag doordraait. ## De agent lekt sneller dan je governance kan bijhouden De cijfers over lekkende credentials zijn dit jaar onaangenaam concreet geworden. [GitGuardian telde in zijn State of Secrets Sprawl 2026](https://www.gitguardian.com/state-of-secrets-sprawl-report-2026) ruim 28,6 miljoen nieuwe secrets die in 2025 in publieke GitHub-commits belandden — een stijging van 34 procent ten opzichte van het jaar ervoor, de grootste jaarsprong ooit. Het aantal gelekte secrets van AI-diensten steeg met 81 procent. Twee details daaruit zijn relevant voor wie met agents bezig is. Ten eerste: het Model Context Protocol, de standaard waarmee AI-agents met externe systemen praten, codificeert volgens GitGuardian onveilige authenticatie-patronen — hardcoded credentials in configuratiebestanden. [In 2025 lekten er ruim 24.000 secrets via MCP-configuraties](https://www.helpnetsecurity.com/2026/04/14/gitguardian-ai-agents-credentials-leak/). Ten tweede, en pijnlijker: commits die mede door AI-codeertools waren geschreven, lekten secrets tegen ongeveer twee keer het normale tempo. De snelheid van AI verslaat de handmatige discipline van credential-beheer. Dat dit geen theorie is, liet de Salesloft-Drift-zaak van augustus 2025 zien. Een aanvaller gebruikte gestolen OAuth-tokens uit een vertrouwde SaaS-integratie om meer dan 700 organisaties te raken. Geen exploit, geen phishing. Gewoon een geldig token van een vertrouwde koppeling — een non-human identity die deed waarvoor hij geautoriseerd was, alleen niet voor de juiste partij. Dat is exact het patroon dat met agents talrijker wordt. ## Verizon zegt het nu hardop Wat lang een niche-zorg van identity-specialisten was, staat sinds dit voorjaar in het meest gelezen securityrapport ter wereld. In het [Data Breach Investigations Report 2026](https://www.verizon.com/business/resources/reports/dbir/) schrijft Verizon expliciet dat we bijzondere aandacht moeten besteden aan service- en machine-accounts, omdat dat waarschijnlijk de accounts zijn die in onze mogelijke agentic-AI-toekomst worden misbruikt. Het rapport noemt de Salesloft-Drift-OAuth-zaak met naam. Als Verizon het machine-account benoemt als de vector voor het agentic tijdperk, is dat geen vendor-marketing meer. Dan is het de hoofdstroom. (Een kanttekening hoort er wel bij: een aantal van de rondzingende percentages over NHI-incidenten komt uit samenvattingen van leveranciers; controleer de exacte cijfers in het originele DBIR voordat je ze in een business case zet.) ## De markt reageert — maar gedekt ben je daarmee nog niet De IAM-leveranciers hebben de bui zien hangen. Microsoft introduceerde [Entra Agent ID](https://www.microsoft.com/en-us/security/business/identity-access/microsoft-entra-agent-id), waarmee AI-agents first-class identiteiten worden in Entra en onder Conditional Access en Zero-Trust-checks vallen. Okta kondigde [Cross App Access](https://www.okta.com/newsroom/press-releases/okta-introduces-cross-app-access-to-help-secure-ai-agents-in-the/) aan, een uitbreiding op OAuth om agent- en app-naar-app-toegang te beheersen — met de veelzeggende eigen observatie dat zo'n 90 procent van de organisaties al AI-agents heeft uitgerold, terwijl maar ongeveer 10 procent ze kan governen of controleren. En SailPoint lanceerde in mei 2026 [Agentic Fabric](https://investor.sailpoint.com/news-releases/news-release-details/sailpoint-redefines-identity-security-new-adaptive-identity), een platform om AI-agents en andere NHI's te ontdekken, te governen en te beveiligen, met opties tot zero standing privilege en just-in-time toegang. Dat is goed nieuws. Maar laat ik er meteen de nuchtere kant bij zeggen, want dat is waar het in de praktijk misgaat: een tool kopen is niet hetzelfde als governance hebben. Entra Agent ID lost niets op als niemand bepaalt welke agent welke rechten krijgt en wie dat goedkeurt. Een platform dat agents kan inventariseren, levert pas waarde als iemand ook daadwerkelijk de inventarisatie doet en erop acteert. De techniek is de makkelijke helft. De moeilijke helft is dezelfde als altijd: eigenaarschap, processen en discipline. ## Het nuchtere tegenwicht van Gartner Voordat iemand denkt dat ik op de hype zit: er is reden tot scepsis over de snelheid. [Gartner voorspelt dat meer dan 40 procent van de agentic-AI-projecten vóór eind 2027 wordt geschrapt](https://www.gartner.com/en/newsroom/press-releases/2025-06-25-gartner-predicts-over-40-percent-of-agentic-ai-projects-will-be-canceled-by-end-of-2027), door [oplopende kosten](https://accans.com/artikel/ai-kosten-beheersen-toen-de-rekening-kwam/), onduidelijke business value en gebrekkige risicobeheersing. Gartner waarschuwt ook voor "agent washing" — van de duizenden zelfbenoemde agentic-AI-leveranciers zijn er volgens het bureau echt maar zo'n 130. Tegelijk komt er een nieuwe categorie op die het probleem bevestigt: [guardian agents](https://www.gartner.com/en/newsroom/press-releases/2025-06-11-gartner-predicts-that-guardian-agents-will-capture-10-15-percent-of-the-agentic-ai-market-by-2030), AI die andere AI-agents bewaakt en zo nodig blokkeert. Gartner verwacht dat tegen 2028 zo'n 40 procent van de CIO's daarom vraagt. Vertaald: het idee dat agents toezicht nodig hebben, is geen randvoorwaarde meer maar een eigen markt aan het worden. Beide dingen zijn tegelijk waar. Veel projecten halen 2027 niet, én de agents die wél blijven, hebben identiteiten en rechten die je moet beheren. De hype mag inzakken; het identiteitsvraagstuk gaat niet weg. ## En dan is er nog de EU AI Act Vanaf 2 augustus 2026 gelden de eisen voor high-risk AI-systemen onder de EU AI Act. Classificeert een agent als high-risk, dan komt daar een fors pakket verplichtingen bij — logging, traceerbaarheid, menselijk toezicht, een volledige inventaris van wat het systeem doet en met welke data. Hier wringt het. Critici wijzen erop dat de AI Act eigenlijk niet is geschreven met autonome agents in gedachten. Een agent die zelf beslist welke externe acties hij onderneemt, met gedrag dat in de tijd kan verschuiven, laat zich slecht vangen in een vaste inventaris van dataflows en betrokken systemen. En de geharmoniseerde technische standaarden die dat hanteerbaar moeten maken, zijn uitgesteld. Combineer dat met de AI-geletterdheidsplicht uit Artikel 4 die ik eerder besprak, en je ziet de contouren: organisaties moeten straks kunnen aantonen wat hun agents doen, terwijl de tooling om dat aan te tonen nog niet volwassen is. Dat is geen reden tot paniek, wel tot vroeg beginnen. ## Wat dan wel werkt Geen receptenboek, wel een paar patronen die in de praktijk standhouden. Behandel agents als identiteiten, niet als features. Een agent die toegang heeft, hoort in je identity-administratie, met een eigenaar, een levenscyclus en een einddatum. Geen anonieme service account die "voor de AI-pilot" is aangemaakt en daarna voor altijd blijft staan. Begin met inventarisatie, niet met beleid. Net als bij Bring Your Own AI is de eerste vraag niet "wat is ons agent-beleid", maar "welke agents en machine-identiteiten draaien er nu eigenlijk, met welke rechten, in handen van wie". De uitkomst is vrijwel altijd schokkender dan het management denkt. Dat is meteen je business case. Least privilege, en liever zero standing privilege. Een agent heeft zelden permanent brede rechten nodig. Just-in-time toegang die wordt verleend op het moment dat het nodig is en daarna vervalt, beperkt de schade als een token lekt. De tooling daarvoor bestaat inmiddels; het is een kwestie van het ook echt inrichten. Regel eigenaarschap vóór je opschaalt. De lastigste vraag rond agents is niet technisch maar bestuurlijk: [wie is verantwoordelijk voor wat een agent doet](https://accans.com/artikel/wie-is-eigenaar-van-een-ai-agent-binnen-de-organisatie/)? Zolang dat antwoord "de AI" of "niemand" is, heb je geen governance maar een aansprakelijkheidsgat. Beleg het bij een mens, per agent. Maak secrets-hygiëne een eerste-klas-onderwerp. Roteer credentials, verban hardcoded secrets uit configuraties, en monitor op lekken — zeker rond MCP en AI-gegenereerde code, waar het tempo het hoogst ligt. ## Slot Agentic AI wordt vaak gepresenteerd als een sprong vooruit in wat AI kan. Dat is het ook. Maar onder die sprong ligt een veel saaiere waarheid: elke autonome agent is een identiteit met rechten, en het beheren van identiteiten met rechten is precies waar organisaties al moeite mee hadden. De hype zal deels inzakken — Gartner rekent op veel sneuvelende projecten. De identiteiten die de agents nodig hebben, sneuvelen niet mee. Wie nu begint met inventariseren, eigenaarschap beleggen en least privilege afdwingen, bouwt iets dat overeind blijft of de agentic-belofte nou uitkomt of niet. Wie wacht tot er een incident is, of tot de toezichthouder vraagt om aan te tonen wat de agents doen, begint achter de feiten aan. Het verschil tussen die twee is geen nieuwe technologie. Het is een oude discipline, op tijd toegepast. Speelt dit ergens? Dan helpt het meestal om er eerst nuchter naar te kijken voordat je een agentic-traject opzet dat de governance niet aankan. Bereik me via het contactblok op de homepage. ## Veelgestelde vragen over AI-agents en identiteit ### Wat is een non-human identity (NHI)? Een digitale identiteit die niet aan een mens hangt: service accounts, API-keys, tokens, certificaten, bots en — in toenemende mate — AI-agents. NHI's hebben net als menselijke gebruikers rechten en toegang, maar worden veel minder consequent beheerd. In de meeste organisaties overtreffen ze de menselijke identiteiten ruimschoots. ### Waarom is agentic AI een IAM-probleem? Omdat een AI-agent die zelfstandig handelt, toegang nodig heeft tot de systemen waarin hij handelt. Daarmee is elke agent een identiteit met rechten. Het beheren, beperken en auditen van die rechten is identity- en access-management — niet iets dat het AI-team er even bij doet. ### Hoeveel machine-identiteiten heeft een gemiddelde organisatie? Dat verschilt enorm en wordt zelden goed gemeten. CyberArk noemde in 2025 een verhouding van meer dan 80 machine-identiteiten op 1 mens; andere bronnen noemen 45 op 1 tot wel 500 op 1 bij sterk geautomatiseerde organisaties. De spreiding zelf laat zien dat de meeste organisaties geen scherp beeld hebben. ### Lossen tools als Entra Agent ID en SailPoint Agentic Fabric dit op? Ze helpen, maar ze zijn niet de oplossing op zichzelf. Deze platforms maken het mogelijk om agents als identiteiten te registreren, te governen en te beperken. De governance zelf — wie krijgt welke rechten, wie keurt het goed, wie is eigenaar — blijft mensenwerk. Een tool zonder proces verandert weinig. ### Wat verandert de EU AI Act op 2 augustus 2026? Vanaf die datum gelden de eisen voor high-risk AI-systemen, waaronder logging, traceerbaarheid, menselijk toezicht en een inventaris van wat het systeem doet. Voor autonome agents is dat lastig, omdat hun gedrag in de tijd kan verschuiven en de geharmoniseerde standaarden zijn uitgesteld. Vroeg beginnen met aantoonbaarheid is verstandiger dan wachten. ### Waar begin ik? Niet met een beleidsstuk, maar met inventarisatie: welke agents en machine-identiteiten draaien er nu, met welke rechten, in handen van wie. Beleg vervolgens per agent een menselijke eigenaar, dwing least privilege en bij voorkeur just-in-time toegang af, en maak secrets-hygiëne een vast onderwerp. Beleid komt daarna. ## Bronnen - Gartner, 40% van agentic-AI-projecten geschrapt vóór 2027 (25 juni 2025): https://www.gartner.com/en/newsroom/press-releases/2025-06-25-gartner-predicts-over-40-percent-of-agentic-ai-projects-will-be-canceled-by-end-of-2027 - Gartner, 40% enterprise-apps met taakspecifieke agents eind 2026 (26 augustus 2025): https://www.gartner.com/en/newsroom/press-releases/2025-08-26-gartner-predicts-40-percent-of-enterprise-apps-will-feature-task-specific-ai-agents-by-2026-up-from-less-than-5-percent-in-2025 - Gartner, guardian agents (11 juni 2025): https://www.gartner.com/en/newsroom/press-releases/2025-06-11-gartner-predicts-that-guardian-agents-will-capture-10-15-percent-of-the-agentic-ai-market-by-2030 - CyberArk, 2025 Identity Security Landscape (23 april 2025): https://www.cyberark.com/press/machine-identities-outnumber-humans-by-more-than-80-to-1-new-report-exposes-the-exponential-threats-of-fragmented-identity-security/ - GitGuardian, State of Secrets Sprawl 2026: https://www.gitguardian.com/state-of-secrets-sprawl-report-2026 - Help Net Security, GitGuardian over AI-agents en gelekte credentials (14 april 2026): https://www.helpnetsecurity.com/2026/04/14/gitguardian-ai-agents-credentials-leak/ - Verizon Data Breach Investigations Report 2026: https://www.verizon.com/business/resources/reports/dbir/ - Okta, Cross App Access voor AI-agents (23 juni 2025): https://www.okta.com/newsroom/press-releases/okta-introduces-cross-app-access-to-help-secure-ai-agents-in-the/ - Microsoft Entra Agent ID: https://www.microsoft.com/en-us/security/business/identity-access/microsoft-entra-agent-id - SailPoint, adaptive identity / Agentic Fabric: https://investor.sailpoint.com/news-releases/news-release-details/sailpoint-redefines-identity-security-new-adaptive-identity - Tech Policy Press, "The EU AI Act is not ready for agents": https://www.techpolicy.press/the-eu-ai-act-is-not-ready-for-agents/ --- # Bring Your Own AI: wat er werkelijk gebeurt op de werkplek > Source: https://accans.com/artikel/bring-your-own-ai-wat-er-werkelijk-gebeurt-op-de-werkplek > Date: 2026-06-08T09:00:00.000Z Op 2 augustus 2026, over iets minder dan twee maanden, wordt [Artikel 4 van de EU AI Act](https://artificialintelligenceact.eu/article/4/) handhaafbaar. Dat is de bepaling die werkgevers verplicht een "voldoende mate van AI-geletterdheid" te borgen bij iedereen die binnen de organisatie met AI werkt. De exacte tekst van het artikel verwijst naar "personen die namens hen met de werking en het gebruik van AI-systemen te maken hebben". Dat is ruimer dan alleen werknemers. Het omvat ook ingehuurde krachten, dienstverleners en in sommige interpretaties zelfs klanten. Zoveel over de juridische kant. De praktijk is interessanter. In de meeste organisaties heeft het management op dit moment geen idee wie er met welke AI-tools werkt. Laat staan de mate van Bring Your Own AI (BYOAI). Want medewerkers werken al maanden, soms jaren, met tools die nooit door IT zijn goedgekeurd, ingekocht, of ook maar in kaart gebracht: a.k.a. Shadow AI. ## BYOAI: De gap is groter dan iedereen denkt In augustus 2025 [publiceerde MIT samen met Fortune een opvallend cijfer](https://fortune.com/2025/08/19/shadow-ai-economy-mit-study-genai-divide-llm-chatbots/). Bij 90 procent van de onderzochte bedrijven gebruiken medewerkers persoonlijke AI-tools voor hun werk. Tegelijk: slechts 40 procent van die bedrijven heeft een officiële LLM-licentie ingekocht. De overige 50 procent heeft dus medewerkers die ChatGPT, Claude, Perplexity of Gemini gebruiken zonder dat de organisatie er iets voor heeft geregeld. Geen contract, geen DPA, geen data-classificatie, geen logging. [LayerX rapporteerde in 2025](https://www.esecurityplanet.com/news/shadow-ai-chatgpt-dlp/) dat 18 procent van enterprise-medewerkers regelmatig data plakt in GenAI-tools. Meer dan de helft daarvan bevat bedrijfsinformatie. Geen vakantiefoto's of recepten, maar contracten, klantgegevens, broncode-snippets, salarisoverzichten. Cisco vond in haar [2025 Data Privacy Benchmark Study](https://newsroom.cisco.com/c/r/newsroom/en/us/a/y2025/m04/cisco-2025-data-privacy-benchmark-study-privacy-landscape-grows-increasingly-complex-in-the-age-of-ai.html) dat 46 procent van organisaties namen van medewerkers en andere persoonlijke informatie in GenAI-tools heeft ingevoerd. Tegelijk zegt ongeveer 60 procent van diezelfde organisaties geen idee te hebben hoe ze shadow AI-gebruik zouden moeten detecteren. En de [IBM Cost of a Data Breach Report 2025](https://www.ibm.com/think/x-force/2025-cost-of-a-data-breach-navigating-ai) rekende het verschil voor: organisaties met hoge shadow-AI-blootstelling betaalden gemiddeld 670.000 dollar meer per breach. Niet door zwaardere boetes, maar door langere doorlooptijden en meer scope-vragen bij incidentafhandeling. En dat is nog los van de gebruikskosten zelf: [ongecontroleerd AI-gebruik drijft ook de directe rekening op](https://accans.com/artikel/ai-kosten-beheersen-toen-de-rekening-kwam/). Lijkt op iets dat we al kennen. Maar, het is het toch niet helemaal. ## Lijkt op shadow IT, maar is wezenlijk anders In mijn stuk [Shadow AI is geen schaduw-IT-probleem maar een governanceprobleem](https://accans.com/artikel/shadow-ai-is-geen-schaduw-it-probleem-maar-een-governanceprobleem) (mei 2026) heb ik beschreven waarom de oude shadow IT-reflex hier niet werkt. Dat artikel keek vanuit governance. Dit stuk kijkt vanuit de werkplek. Daar zit een aanvullend detail. Shadow IT was traditioneel een verhaal over hardware en software die mensen om IT heen kochten of installeerden. Soms uit ongeduld, soms uit innovatie-drift, soms gewoon omdat de officiële tooling niet werkte. Het patroon was bekend genoeg dat IT-organisaties er een werkbare houding op vonden: ofwel formaliseren, ofwel uitfaseren, ofwel een corporate-versie aanbieden. Bring Your Own AI gedraagt zich anders. Drie redenen. **De input is geen software, maar data.** Een medewerker die Dropbox installeert om bestanden te delen, plaatst data buiten je beveiligde omgeving. Een medewerker die ChatGPT gebruikt doet dat ook. Alleen is elk gesprek een nieuwe dataset. En het gebeurt niet op één afgebakend moment, maar dagelijks, vele tientallen keren, vaak zonder dat de medewerker zich realiseert dat hij data deelt. **De gebruiker heeft een betere tool dan jij kunt aanbieden.** Bij Dropbox vs. SharePoint kon je nog beargumenteren dat SharePoint "goed genoeg" was. Bij ChatGPT vs. Copilot is dat in 2026 een minder vanzelfsprekend argument. OpenAI rapporteerde [800 miljoen actieve gebruikers per week eind 2025](https://techcrunch.com/2025/10/06/sam-altman-says-chatgpt-has-hit-800m-weekly-active-users/), tegenover ongeveer 20 miljoen voor Microsoft Copilot. [Onafhankelijke data van Recon Analytics](https://www.reconanalytics.com/ai-choice-2026-why-licenses-dont-equal-adoption/) (150.000+ respondenten) laat zien dat wanneer medewerkers toegang hebben tot zowel ChatGPT als Copilot, 76 procent kiest voor ChatGPT en slechts 18 procent voor Copilot. Bij drievoudige beschikbaarheid (Copilot, ChatGPT, Gemini) zakt Copilot naar 8 procent. **De beleidsdiscussie is een schijngevecht geworden.** [Help Net Security rapporteerde in mei 2026](https://www.helpnetsecurity.com/2026/05/01/shadow-ai-risks-it-oversight/) dat 31 procent van AI-gebruikers helemaal geen werkgever-training over AI heeft gekregen. 56 procent zegt geen heldere gebruiksrichtlijnen te kennen. Veel organisaties hebben wel een beleidsstuk ergens op SharePoint staan. Of dat ook iets verandert aan gedrag, is een tweede vraag. Het antwoord is meestal: nee. ## De vier werkgever-houdingen In de praktijk zie ik vier reacties van werkgevers op BYO AI. Drie ervan werken niet of half. Eén werkt redelijk. **Verbieden via technische blokkade.** Vaak via de webproxy of CASB, soms aangevuld met endpoint-controls. Klinkt overzichtelijk, werkt zelden langdurig. Medewerkers gebruiken hun telefoon, hun privélaptop, een hotspot, of een tool waarvan het domein nog niet op de blokkadelijst staat. Het [Samsung-voorbeeld uit 2023](https://www.darkreading.com/vulnerabilities-threats/samsung-engineers-sensitive-data-chatgpt-warnings-ai-use-workplace) is illustratief: drie weken nadat de interne ban op ChatGPT was opgeheven, vonden drie aparte incidenten plaats met datalekken via geplakte broncode en vergadernotities. Het verbod werkte twee maanden. De uitfasering ervan werkte drie weken. **Negeren.** Geen beleid, geen training, geen detectie. In de hoop dat het geen probleem wordt. Dit is verreweg de grootste categorie. Vaak in combinatie met "we wachten tot de regelgeving uitkristalliseert". Het probleem: tegen de tijd dat Artikel 4 handhaafbaar wordt en een toezichthouder vraagt om aantoonbare AI-geletterdheid, sta je met lege handen. Met datalekken die je niet hebt gezien. **Een beleidsstuk schrijven.** Met de beste bedoelingen. Vaak na een incident, of na een opdracht vanuit risk of legal. Wordt eenmalig gecommuniceerd. Wordt zelden gelezen, nog minder gevolgd, en nooit afgedwongen. Dit is [governance-theater zonder identity-laag](https://accans.com/artikel/waarom-ai-governance-zonder-iam-uiteindelijk-stukloopt/). Niet zinloos voor de papierwinkel rond compliance, maar zonder effect op het feitelijke gedrag. **Officieel aanbieden plus reële training plus heldere datagrenzen.** Dit is de enige die volgens mij daadwerkelijk de adoptie van persoonlijke tools terugdringt. Niet door de officiële tool perfect te maken (dat lukt toch niet), maar door drie dingen te combineren: een werkbare bedrijfstool, training die mensen ook echt iets leert, en glasheldere afspraken over welke data wel en welke niet in welke tool mag. Met consequenties. Het verschil met optie drie zit in de combinatie en de uitvoering. Niet in de woorden op papier. ## Artikel 4 verandert de rekensom Tot voor kort was BYO AI vooral een security- en data-risicodiscussie. Op 2 augustus wordt het ook een toezichtsvraagstuk. Artikel 4 van de EU AI Act vraagt om "passende maatregelen" om AI-geletterdheid van medewerkers en gerelateerde personen te borgen, gerelateerd aan hun rol, het type AI-systeem en de context. De wet schrijft geen verplichte cursusvorm of certificering voor ([het Europese AI Office heeft expliciet gezegd](https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/faqs/ai-literacy-questions-answers) dat dit per organisatie verschilt). Wel verwacht de toezichthouder dat je iets kunt laten zien. Voor werkgevers heeft dat twee directe implicaties. Ten eerste verandert het de business case voor "officieel aanbieden plus training". Wat eerst een productiviteitsgesprek was (krijgen we onze medewerkers aan het werk met de juiste tooling) wordt nu ook een complianceonderwerp. Een trainingsprogramma dat tot vorig jaar moeilijk te financieren was, is met een deadline van 2 augustus ineens veel makkelijker te beleggen. Ten tweede helpt het bij ownership. Tot nu toe was de AI-werkplekdiscussie [iets dat tussen IT, security en HR heen en weer schoof](https://accans.com/artikel/wie-is-eigenaar-van-een-ai-agent-binnen-de-organisatie/). Met Artikel 4 erbij wordt het bestuurlijk relevanter. Niet zo zwaar als NIS2, maar serieus genoeg. Daarmee landt het in stuurgroepen en risicocommissies, en kan een programmamanager er een mandaat omheen organiseren. ## Hoe een werkbare aanpak eruitziet Geen receptenboek, wel een paar patronen die werken. Begin met inventarisatie zonder oordeel. Niet "wie gebruikt er stiekem ChatGPT", maar "welke AI-tools worden er op dit moment door medewerkers gebruikt en waarvoor". Anoniem, geen consequenties, oprecht. De data is bijna altijd schokkender dan management denkt. Dat is je business case voor de rest. Bied vervolgens iets aan dat goed genoeg is. Copilot, Gemini Enterprise, ChatGPT Business, Claude for Work, of een combinatie. De tool moet de use cases dekken waarvoor mensen nu naar persoonlijke versies grijpen. Dat is meestal: snel iets samenvatten, een eerste versie van een e-mail schrijven, code-snippets uitleggen, vertaalwerk, brainstormen. Maak een data-classificatie die werkt. Drie tot vier categorieën, met per categorie een duidelijke regel: welke AI-tool mag dit aan, en welke absoluut niet. Geen veertien pagina's. Wel concreet genoeg dat een medewerker op woensdag om kwart over drie weet wat hij wel of niet in ChatGPT mag plakken. Veel organisaties komen niet verder dan "wees voorzichtig met gevoelige informatie", en dat is precies even bruikbaar als geen regel. Train de managers. Niet alleen de eindgebruikers. Dezelfde les uit [Digitale werkplek transformatie: waarom 88% faalt op cultuur](https://accans.com/artikel/digitale-werkplek-transformatie-waarom-88-faalt-op-cultuur/): het verschil tussen teams die wél en teams die niet uit de startblokken komen, zit voor een groot deel in managergedrag. Als de manager zelf niet snapt wanneer Copilot mag en wanneer ChatGPT mag, gaat het team het zeker niet snappen. Bouw aantoonbaarheid in voor Artikel 4. Niet als checklist, maar als bewijspositie. Wie heeft welke training gehad, op welk niveau, met welke materialen. Eén document dat een toezichthouder kan lezen. Niet zeven systemen waar het in versnipperd staat. Dit is goedkoper te bouwen vóór 2 augustus dan erna. ## Slot Bring Your Own AI is geen probleem dat overgaat. Het is een manier van werken die in alle organisaties die ik zie inmiddels structureel is. Wie het probeert te verbieden, verbiedt iets dat niet meer weg is. Wie het probeert te negeren, krijgt over twee maanden een Artikel 4-probleem bovenop een al sluimerend dataprobleem. Wat werkt is geen technische oplossing, maar een combinatie. Officieel iets goeds aanbieden. Heldere dataregels. Echte training. Activeren van de managementlaag. Aantoonbaarheid bouwen. Dat is geen werk voor IT alleen, of security alleen, of HR alleen. Het is een werkplekvraagstuk, en het hoort belegd te worden bij iemand die het kan voeren over die drie functies heen. In de meeste organisaties is dat nu nog niet belegd. Voor de komende twee maanden is dat een redelijk concreet stuk werk. Speelt dit ergens? Dan helpt het meestal om er eerst even nuchter naar te kijken, voordat je een traject begint dat niet bij de werkelijkheid past. Bereik me via [het contactblok op de homepage](https://accans.com/#contact). --- ## Veelgestelde vragen over Bring Your Own AI ### Wat is precies "Bring Your Own AI"? Het patroon dat medewerkers persoonlijke AI-tools (ChatGPT, Claude, Perplexity, Gemini en andere) gebruiken voor hun werk, zonder dat de werkgever die tools heeft ingekocht, geconfigureerd of geregistreerd. Vaak via privé-accounts en privé-apparaten, soms via zakelijke browsers en accounts. In beide gevallen buiten de gangbare data- en governance-controls van de werkgever. ### Hoeveel medewerkers doen dit eigenlijk? In het Fortune/MIT-onderzoek uit augustus 2025 had 90 procent van de onderzochte bedrijven medewerkers die persoonlijke AI-tools voor het werk gebruiken. Tegelijk had slechts 40 procent van die bedrijven een officiële LLM-licentie. Andere onderzoeken (LayerX, Cisco, [ISACA AI Pulse Poll](https://www.isaca.org/about-us/newsroom/press-releases/2025/ai-use-is-outpacing-policy-and-governance-isaca-finds)) komen uit op vergelijkbare orders of magnitude: ergens tussen 80 en 90 procent van enterprise-medewerkers gebruikt AI op het werk, en ongeveer 45 tot 47 procent doet dat zonder dat de werkgever het weet of formeel heeft geregeld. ### Waarom gebruiken medewerkers ChatGPT in plaats van Copilot of Gemini? Drie redenen die in de data terugkomen. Een: ChatGPT was er eerder, mensen zijn ermee vertrouwd, en hebben er hun eigen workflow omheen gebouwd. Twee: in onafhankelijke vergelijkingen scoort ChatGPT in 2026 nog steeds beter dan Copilot op responstijd, contextvenster, geheugen en open-ended taken. Drie: ChatGPT zit niet vast aan de corporate stack, met de bijbehorende SSO-fricties, beperkte integraties of trage rolloutbeleid. Voor een individuele medewerker is het gewoon makkelijker. Dat is geen kwaadwillendheid, dat is werkelijkheid. ### Werkt verbieden niet? Op de korte termijn werkt een blokkade meetbaar. Op de middellange termijn worden de uitwijkroutes gevonden: privételefoon, hotspot, alternatieve tools, persoonlijke browser. Het Samsung-incident uit 2023 illustreert het patroon: nadat de interne ban op ChatGPT werd opgeheven, ontstonden binnen drie weken drie aparte data-lekken. Verbieden lost het probleem niet op zolang er geen alternatief is dat goed genoeg werkt en geen training die mensen daadwerkelijk iets leert. ### Wat verandert er op 2 augustus 2026? Vanaf die datum is Artikel 4 van de EU AI Act handhaafbaar. Dat artikel verplicht aanbieders en gebruikers van AI-systemen om passende maatregelen te treffen voor "voldoende AI-geletterdheid" bij hun medewerkers en bij anderen die namens de organisatie met AI werken. De wet schrijft geen specifieke cursus voor (het Europese AI Office heeft expliciet gezegd dat dit per organisatie verschilt), maar verwacht wel dat je iets kunt laten zien dat past bij de rol, het type AI en de context. Boetes worden door de lidstaten zelf vastgesteld. ### Wat zou ik nu praktisch moeten doen? Vier dingen, in deze volgorde. Een: inventariseer anoniem welke AI-tools op dit moment in je organisatie worden gebruikt en waarvoor. Twee: bied iets officieels aan dat de use cases dekt waarvoor mensen nu naar persoonlijke versies grijpen. Drie: maak heldere dataregels met drie tot vier categorieën, niet veertien pagina's policy. Vier: zet een trainingspoor op dat past bij de rol, en bouw daarin de aantoonbaarheid die je voor Artikel 4 nodig hebt. Het is goedkoper om dit vóór 2 augustus te bouwen dan er daarna onder druk mee te moeten beginnen. --- # Digitale werkplek transformatie: waarom 88% faalt op cultuur > Source: https://accans.com/artikel/digitale-werkplek-transformatie-waarom-88-faalt-op-cultuur > Date: 2026-06-03T07:00:00.000Z Microsoft publiceerde begin mei zijn [Work Trend Index 2026](https://www.microsoft.com/en-us/worklab/work-trend-index/agents-human-agency-and-the-opportunity-for-every-organization). Onderzoek onder 20.000 AI-gebruikers in tien landen (Nederland zit erbij), plus geanonimiseerde M365-telemetrie. Eén bevinding gaat de komende maanden veel geciteerd worden. En ze raakt precies de plek waar in mijn praktijk al jaren het echte werk in digitale werkplek transformaties zit: > Organisatorische factoren (cultuur, managementondersteuning, talentbeleid) leveren ruim twee keer zo veel verklaring op voor wat AI in een organisatie écht oplevert als individuele factoren zoals mindset en gedrag van medewerkers. 67% tegen 32%. ## De digitale werkplek transformatie is geen IT-project alleen In gewoon Nederlands: of je iets aan AI op je werkplek hebt hangt voor twee derde af van hoe je organisatie ermee omgaat. Voor een derde van de medewerkers zelf. Niet andersom. En dit beperkt zich niet tot AI. Office 365, Teams, SharePoint, Yammer, Workplace, je kunt ze achter elkaar opnoemen. De techniek werkte. De adoptie kwam niet. ## De data over de adoptie-gap Een paar cijfers die inmiddels ongemakkelijk hard zijn. Microsoft heeft op dit moment zo'n 15 miljoen betaalde Microsoft 365 Copilot-seats. Het actuele "workplace conversion rate" (het percentage medewerkers met een licentie dat Copilot ook daadwerkelijk gebruikt) zit rond de 35,8 procent. Dit is op basis van [Stackmatix-data](https://www.stackmatix.com/blog/copilot-market-adoption-trends), en weer op basis van vendor-rapportages Q2 FY2026. Vertaal dat naar een gemiddeld bedrijf en je ziet dat bijna twee derde van de Copilot-licenties grotendeels stilligt. Die tikken wel gewoon door op je jaarbegroting. Tegelijk meldt Microsoft in datzelfde WTI 2026 dat 81 procent van de leiders verwacht dat agents in de komende 12 tot 18 maanden in matige tot grote mate in een AI-strategie geïntegreerd zullen zijn. 24 procent zegt dat AI al organisatie-breed is uitgerold. En toch, uit precies dezelfde dataset, bevindt zich maar 19 procent van de medewerkers in wat Microsoft de "Frontier Zone" noemt. Het kwadrant waarin individuele AI-vaardigheid en de bereidheid van de organisatie elkaar versterken. 10 procent is "blocked": vaardige medewerkers in organisaties die het niet kunnen bijbenen. En de helft zit ergens in een diffuse middenmoot waar nog niets is uitgekristalliseerd. Buiten AI om is het plaatje hetzelfde. Een [Gartner-onderzoek uit oktober 2024](https://www.gartner.com/en/newsroom/press-releases/2024-10-22-gartner-survey-reveals-that-only-48-percent-of-digital-initiatives-meet-or-exceed-their-business-outcome-targets) meldt dat slechts 48 procent van digitale initiatieven hun business-outcome-doelen haalt. [Bain rapporteerde in april 2024](https://www.bain.com/about/media-center/press-releases/2024/88-of-business-transformations-fail-to-achieve-their-original-ambitions-those-that-succeed-avoid-overloading-top-talent/) dat 88 procent van business transformations de oorspronkelijke ambitie niet realiseert. Slechts 12 procent komt waar ze wilde komen. ## Het 70%-cijfer in perspectief In transformatieland hoor je vaak: "70 procent van alle change-initiatieven mislukt rondom een digitale werkplek transformatie." Een soort liturgisch refrein inmiddels. Eerlijk gezegd: het cijfer klopt niet. Mark Hughes liet in 2011 in het [Journal of Change Management](https://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/14697017.2011.630506) zien dat die 70 procent geen valide empirische basis heeft. Hij ging de vijf meest geciteerde bronnen langs (Hammer & Champy, Beer & Nohria, Bain, McKinsey, Kotter) en in elk geval was het cijfer of zonder bewijs gesteld, of overgenomen via een keten van bronnen die ook geen bewijs hadden. Cijfers waar je wél serieus onderzoek onder hebt staan zijn die van Bain (88 procent) en Gartner (52 procent haalt de doelen niet). Beide recent, beide goed onderbouwd. En beide vertellen ongeveer hetzelfde verhaal: tussen "we hebben het uitgerold" en "het levert op wat we hoopten" zit een kloof die de meeste organisaties niet overbruggen. Een kloof die [niet op de techniek zit, maar op de governance eromheen](https://accans.com/artikel/waarom-iam-projecten-falen-op-governance-niet-op-techniek/). ## Waar het echt fout gaat bij een digitale werkplek transformatie In mijn praktijk zit de breuk zelden in de techniek. Microsoft 365 werkt. Teams werkt. Copilot werkt, technisch dan. Wat niet werkt is wat eromheen wel of niet gebeurt. Vier patronen die ik telkens weer terugzie. **Onhelder eigenaarschap.** Wie is verantwoordelijk voor de digitale werkplek? IT denkt: HR. HR denkt: IT. De COO denkt: IT en HR samen. Niemand denkt: ik. Gartner-onderzoek uit 2025 laat zien dat medewerkers de CIO de derde-grootste positieve invloed op de employee experience toedichten, ná de CEO en de COO. Maar de feitelijke eigenaarschap is bij veel organisaties verdeeld over functies die elkaar nauwelijks vinden. Waar niemand eigenaar van is, wordt niet bestuurd. **Verkeerde succescriteria.** Een werkplek-programma wordt vaak afgerekend op rollout-mijlpalen ("100 procent van de medewerkers heeft een licentie") en niet op uitkomst ("medewerkers maken nuttig gebruik van de tools"). De rollout-mijlpaal is haalbaar in een paar maanden. De uitkomst is een veranderingstraject van jaren. Stuurgroepen die alleen rapporteren op licentie-uitrol denken dat ze klaar zijn, terwijl ze net beginnen. **Onaangetast managementgedrag.** Microsoft vond in een [eigen apart onderzoek](https://techcommunity.microsoft.com/blog/microsoftvivablog/research-drop-empowering-managers-for-an-ai-first-future/4468191) (1.800 medewerkers, juli 2025) dat wanneer managers AI zichtbaar zelf gebruiken, medewerkers een 17 procentpunt hogere waardering voor AI rapporteren, 22 procentpunt vaker kritisch zijn op hun eigen AI-gebruik en 30 procentpunt meer vertrouwen hebben in agentic AI. Het verschil tussen Frontier Professionals en de rest zit in grote mate in hun managers: 85 procent versus 64 procent zegt dat hun manager AI openlijk gebruikt; 84 procent versus 61 procent zegt dat hun manager ruimte geeft om te experimenteren. Wie managers buiten het verandertraject laat, krijgt geen verandering. **Geen consequenties aan adoption verbonden.** Licenties worden uitgedeeld, niet teruggevorderd. Adoption-rapportages worden gemaakt, niet besproken in stuurgroepen. Verbeteracties krijgen geen budget. Het werkplek-programma sluit af, het rapport gaat in de la, en de niet-gebruikte licenties tikken door op de jaarbegroting. Dat is geen anekdote uit één organisatie. Dat is wat 64 procent van de Copilot-licenties op dit moment doet. ## Het tegenargument Voor de balans, want het andere geluid bestaat ook. Er zijn organisaties waar technologie-gedreven uitrol wél werkt zonder zwaar cultureel programma. Microsoft noemt in het WTI 2026 Signal Iduna (80 procent Gemini-adoptie binnen weken) en KPMG (90 procent adoptie van 100+ agents in de eerste maand). Die Frontier Firms hebben kennelijk een set-up waar de organisatie zich al gedraagt zoals nodig, en de uitrol vooral een technische operatie is. De kritiek op "het is alles cultuur" is ook valide voor zover die zegt: cultuur is geen excuus om de techniek niet op orde te krijgen. Een slechte uitrol (verkeerde licenties, falende SSO, trage prestaties, ontbrekende datagovernance) is een zelfgecreëerd adoptieprobleem dat geen cultuurprogramma kan repareren. Eerst je basis op orde, dan pas culturele interventies. En een methodologische kanttekening bij het Microsoft-onderzoek zelf: die 67/32-verhouding is gebaseerd op zelfgerapporteerde data en is correlationeel, niet causaal. Microsoft zegt dat zelf in de methodiek. Het is een statistisch verband tussen wat medewerkers melden over hun werkomgeving en wat ze melden over AI-impact. Geen gecontroleerd experiment. Wat ik in de praktijk zie bij organisaties die het wél halen, is dat het geen of-of is. Het is allebei. De techniek werkt, er is een eigenaar die het op orde houdt, er is een managementlaag die het voordoet, en er zijn meetbare uitkomsten waar consequenties aan vastzitten. Bij organisaties die het niet halen is meestal één van die schakels structureel afwezig. ## Hoe agents het probleem versterken Met de komst van AI agents wordt deze hele dynamiek scherper. In mijn eerdere stuk [De digitale werkplek verandert van toolset naar actor-model](https://accans.com/artikel/de-digitale-werkplek-verandert-van-toolset-naar-actor-model) (mei 2026) heb ik beschreven waarom: agents zijn geen tool die je aan- of uitzet, ze handelen namens iemand. Dat vraagt om beleggen van verantwoordelijkheid op een manier die we voor klassieke tools nooit hebben gedaan. Microsofts eigen data laat zien dat het aantal actieve agents in M365 jaar-op-jaar met factor 15 is gegroeid. Bij grote enterprises factor 18. Voor je het weet zit je in een omgeving met honderden agents waarvoor niemand structureel verantwoordelijkheid voelt. [Datzelfde patroon dat we van service accounts kennen](https://accans.com/artikel/non-human-identities-en-ai-de-nieuwe-rollen-en-werkvormen-binnen-iam/), alleen sneller en met veel meer bewegingsruimte. Dat is geen technisch probleem. Dat is een eigenaarschap- en governanceprobleem. En het slaat door naar je hele werkplek-portfolio. ## Wat er wel werkt Geen wonderoplossing. Wel een paar patronen die ik bij organisaties zie die niet in die statistieken eindigen. Begin met eigenaarschap. Eén persoon (of klein team) met expliciete verantwoordelijkheid voor het werkplek-portfolio over IT, HR en COO heen. Geen stuurgroep van zeventien, geen RACI van zes pagina's. Eén eigenaar, met mandaat en budget. Soms is dat de COO, soms een dedicated Chief Workplace Officer of Head of Digital Employee Experience. De rol is belangrijker dan de titel. Maak adoptie een KPI, geen rapportage. Rollout-mijlpalen tellen niet, daadwerkelijk gebruik telt wel. Niet-gebruikte licenties gaan na X maanden terug naar de pool. Stuurgroepen bespreken adoptiecijfers en koppelen er besluiten aan. Bij Copilot is "gemiddeld 11 interacties per werkdag" een betere indicator dan "85 procent heeft een licentie". Hetzelfde principe geldt voor [recertificering als changemanagement](https://accans.com/artikel/recertificering-als-changemanagement-waarom-managers-access-reviews-haten-en-hoe-adkar-helpt/): gedrag meten in plaats van proces afvinken. Activeer de managementlaag, niet alleen de eindgebruiker. Trainingen, verandercommunicatie, briefingpakketten. Niet alleen voor de medewerker, maar vooral voor de manager. Die zit dichter bij het gedrag dat je wilt veranderen dan welke vendor-coach dan ook. Het is precies wat de Microsoft data ook laat zien: het verschil tussen teams die veel en teams die weinig uit AI halen, zit grotendeels in managergedrag. Beleg het AI-agent-vraagstuk voor het uit de hand loopt. Geen policy schrijven die het achteraf moet reguleren, maar nu al beleggen [wie eigenaar is van een agent](https://accans.com/artikel/wie-is-eigenaar-van-een-ai-agent-binnen-de-organisatie/), wat de lifecycle is, wie offboardt. Hetzelfde fundament dat in IAM-land non-human identities op orde houdt. Dit raakt direct aan wat ik in [Waarom AI governance zonder IAM uiteindelijk stukloopt](https://accans.com/artikel/waarom-ai-governance-zonder-iam-uiteindelijk-stukloopt/) heb beschreven. Wees eerlijk over de horizon. Een werkplek-transformatie inclusief AI is geen project van twaalf maanden. Het is een meerjarige verandering die elke 12 tot 18 maanden opnieuw bijgestuurd moet worden, omdat de tooling onder je voeten verandert. Wie het als project benadert, levert op tijd iets op dat een jaar later al niet meer gebruikt wordt. ## Slot De Microsoft-data van begin mei zegt iets dat in mijn praktijk al lang waar is. Alleen nu, eindelijk, met fatsoenlijk onderzoek erachter: of een werkplek-transformatie iets oplevert, hangt vooral af van wat de organisatie eromheen doet. Eigenaarschap, managergedrag, succescriteria, consequenties. Niet de tooling. Dat klinkt als gezond verstand. Is het ook. Maar het is gezond verstand dat in vrijwel elk transformatieprogramma dat ik zie, vergeten wordt zodra de licenties zijn ingekocht en de rollout-planning op tafel ligt. Een digitale werkplek is dus geen IT-project. Het is een cultuurprogramma waar IT in zit. Wie dat verschil aan het begin helder maakt en eraan vasthoudt als het programma onder druk komt, eindigt niet bij die 88 procent. Speelt dit ergens? Dan helpt het meestal om er met iemand van buitenaf eerlijk naar te kijken, voordat je de zoveelste licentie-upgrade tekent. Bereik me via [het contactblok op de homepage](https://accans.com/#contact). --- ## Veelgestelde vragen over digitale werkplek als cultuurprogramma ### Waarom noem je het een cultuurprogramma en geen IT-project? Omdat de techniek tegenwoordig zelden de bottleneck is. Microsoft 365, Teams en Copilot werken technisch. Wat werkplek-transformaties laat slagen of falen, is wat eromheen gebeurt: of er een eigenaar is, of managers het voor doen, of succes wordt afgerekend op uitkomst in plaats van mijlpaal, en of er consequenties zitten aan niet-gebruik. Dat is cultureel werk, geen technisch werk. De Microsoft Work Trend Index 2026 onderbouwt dat met data: organisatorische factoren verklaren twee keer zoveel van het AI-effect als individueel gedrag. ### Maar techniek doet er toch ook toe? Absoluut, en dat is precies de valkuil van de "het is alles cultuur"-redenering. Een slecht uitgerolde technische basis — verkeerde licenties, falende SSO, datagovernance op orde — is een adoption-killer die geen cultuurprogramma kan repareren. Eerst de basis, dan de cultuur. Wat ik bestrijd is niet dat techniek ertoe doet, maar dat techniek voldoende is. In de praktijk zie ik veel meer organisaties die de techniek netjes hebben uitgerold dan organisaties die de culturele kant op orde hebben. ### Hoe meet je adoptie goed? Door actief gebruik te meten, niet licentie-uitgifte. Voor Microsoft 365 Copilot zijn de Viva Insights adoptierapportages een redelijk startpunt. Kijk naar: percentage gelicentieerde gebruikers dat in de afgelopen 28 dagen actief was, gemiddeld aantal interacties per gebruiker per dag, spreiding over Microsoft-apps, en de mate waarin gebruik over teams en afdelingen is verspreid versus geconcentreerd bij een paar enthousiastelingen. Tellingen van uitgegeven licenties zeggen niets. ### Wat doe ik met die honderden Copilot-licenties die niet gebruikt worden? Drie opties, in oplopende mate van impact. Eén: ze laten staan en gewoon doorbetalen. Niet aanbevolen, maar in praktijk wel wat gebeurt. Twee: ze terugvorderen na een vastgestelde inactiviteits-periode (bijvoorbeeld 60 dagen) en herverdelen naar een wachtlijst. Drie: ze gebruiken als gespreksstof om eindelijk het echte gesprek aan te gaan: waarom gebruiken deze medewerkers Copilot niet, wat zegt dat over hoe we het hebben uitgerold, en wat moet er anders. De derde optie is ongemakkelijk en levert het meeste op. ### Wie zou eigenaar moeten zijn van de digitale werkplek? Er is geen universeel antwoord. Wel een aantal dingen die altijd waar zijn: het is niet IT alleen (die mist de people-kant), het is niet HR alleen (die mist de techniek), en het moet ergens belegd zijn waar mandaat én budget samenkomen. In grotere organisaties is dat steeds vaker een dedicated rol (Chief Workplace Officer, Head of Digital Employee Experience) onder de COO. In kleinere organisaties belegt de COO of CIO het bij zichzelf, met een tweepootje IT-HR daaronder. Het belangrijkste is niet de titel, maar dat één iemand 's nachts wakker ligt van of het werkplek-portfolio iets oplevert. ### Hoe zit dat met de "70 procent van transformaties mislukt"-claim? Die claim heeft geen empirische basis. [Hughes liet in 2011 in het Journal of Change Management zien](https://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/14697017.2011.630506) dat de vijf meest geciteerde bronnen ervoor (Hammer & Champy, Beer & Nohria, Bain, McKinsey, Kotter) het cijfer ofwel zonder bewijs noemen, ofwel via een keten van bronnen die ook geen bewijs hebben. Wat wel onderbouwd is: [Bain (2024)](https://www.bain.com/about/media-center/press-releases/2024/88-of-business-transformations-fail-to-achieve-their-original-ambitions-those-that-succeed-avoid-overloading-top-talent/) vindt dat 88 procent van business transformations hun oorspronkelijke ambitie niet realiseert. [Gartner (2024)](https://www.gartner.com/en/newsroom/press-releases/2024-10-22-gartner-survey-reveals-that-only-48-percent-of-digital-initiatives-meet-or-exceed-their-business-outcome-targets) vindt dat 52 procent van digitale initiatieven de business outcome-doelen niet haalt. Beide zijn cijfers met daadwerkelijk onderzoek erachter, en beide vertellen hetzelfde verhaal: tussen rolloutsucces en businesssucces zit een grote kloof. --- # IAM Business Case: wat 10 min toegangsverlies kost > Source: https://accans.com/artikel/iam-business-case-wat-tien-minuten-toegangsverlies-per-dag-echt-kost > Date: 2026-06-01T06:59:00.000Z De meeste **IAM business cases** worden gebouwd rondom security. Auditbevindingen, compliance-eisen, datalekpreventie en regelgeving zoals NIS2 vormen vaak de kern van het verhaal richting bestuur en budgethouders. Dat is begrijpelijk. Maar het mist mogelijk de grootste financiële component van allemaal: productiviteit. Stel dat een gemiddelde medewerker dagelijks tien minuten verliest aan toegangsproblemen. Een MFA-uitdaging die niet werkt. Een applicatie waarvoor nog rechten ontbreken. Een tweede account dat opnieuw authenticatie vraagt. Of een wachtwoordreset die net op het verkeerde moment nodig is. Tien minuten klinkt verwaarloosbaar. Voor een organisatie met 5.000 medewerkers betekent het bijna 190.000 verloren uren per jaar. Tegen een conservatieve kostprijs van €75 per uur loopt dat op tot ruim €14 miljoen aan productiviteitsverlies. Dat maakt de IAM business case ineens een ander gesprek. Niet alleen een gesprek over risico en compliance, maar ook over operationele efficiëntie, medewerkerstevredenheid en directe financiële impact. ## Waarom de IAM business case bijna altijd te beperkt is IAM business cases worden bijna altijd vanuit security gemaakt. Audit findings, [NIS2 verplichtingen](https://eur-lex.europa.eu/eli/dir/2022/2555/oj), risico-reductie, datalek-preventie. Begrijpelijk. Dat zijn de gesprekken waarin een board zenuwachtig wordt, zeker sinds de [Cyberbeveiligingswet](https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2026/04/15/tweede-kamer-stemt-in-met-wetsvoorstellen-cyberbeveiligingswet-en-wet-weerbaarheid-kritieke-entiteiten) bestuurders persoonlijk aansprakelijk maakt. Maar het is een te beperkte business case. De ROI op IAM die het minst wordt berekend, maar het hoogst kan uitpakken, is de productiviteits-ROI bij de eindgebruiker. Een rapport als [IBM's Cost of a Data Breach Report](https://www.ibm.com/security/data-breach) kwantificeert wat een incident kost. Wat een organisatie jaarlijks aan productiviteit kwijt is door zwakke identity-hygiëne, wordt veel minder vaak in beeld gebracht. In mijn ervaring een gemiste kans. De productiviteits-business case is groter dan de security-business case en spreekt een ander deel van de board aan: de COO, de CFO, de CHRO. Mensen die zelden in security-stuurgroepen zitten, maar wel budget meebepalen. ## Waar die tien minuten in zitten In bijna elk programma of project dat ik heb begeleid komen dezelfde categorieën terug. Geen ervan dramatisch. Samen vormen ze de tien minuten. ### 1. Wachten op rechten Een aanvraag die ergens hangt op een goedkeuring, terwijl je het werk al klaar hebt liggen. Drie dagen wachten kost geen drie dagen werk, wel een fragmentatie die de hele week ontregelt plus je bent gewoonweg slecht bereikbaar. Een goed werkend [JML proces](https://accans.com/insights/) en heldere standaardrollen halen dit type wachttijd dramatisch omlaag. ### 2. De heb-ik-toegang-vraag De medewerker probeert iets, ziet "access denied", weet niet of dat een rechtenfout, een tooluitval of een eigen fout is. Een minuut zoeken. Soms tien. Hier helpt een eenvoudige, contextuele foutmelding ("je hebt geen rechten op deze map; vraag aan via X") meer dan welke achterliggende architectuur ook. ### 3. Verkeerde account, tweede inlog Hybride landschappen hebben meerdere identity providers. De medewerker probeert het in zijn werkaccount, blijkt zijn admin-account nodig te hebben, log uit, log opnieuw in. In omgevingen waar Entra en een legacy AD naast elkaar bestaan, of waar private apps via een aparte IdP draaien, gebeurt dit dagelijks. ### 4. MFA-frictie Telefoon ergens anders. Notification niet binnen. Authenticator-app uit het slot moeten halen. Op zich klein, maar herhaalde frictie. De stap naar [passwordless authentication](https://learn.microsoft.com/en-us/entra/identity/authentication/concept-authentication-passwordless) of [FIDO2 keys](https://fidoalliance.org/specifications/) lost een belangrijk deel van die frictie op, maar wordt in veel organisaties nog niet breed uitgerold. (ik heb die bewust geactiveerd in de [Trademark Controller](https://accans.com/project/trademark-controller/), puur vanwege mijn irritatie) ### 5. Expired access Iemand heeft je tijdelijke toegang gegeven, die is verlopen, niemand wist dat, jij ontdekt het op een onhandig moment. Direct gevolg van slecht ingerichte tijdelijke-toegangsworkflows. In moderne IGA tools eigenlijk goed op te lossen. ### 6. Schaduw-werkarounds De medewerker stuurt een collega een Excel via WhatsApp omdat de officiële route net niet werkt. Klein lek. Weinig zichtbaar. Structureel risico. Precies waar de [Microsoft Copilot leakage-discussie](https://accans.com/artikel/microsoft-copilot-maakt-zichtbaar-wat-je-tien-jaar-geleden-al-fout-had) zijn voorloper had: medewerkers die om de tool heen werken omdat de tool niet werkt zoals het zou moeten. In een gezonde organisatie blijven deze categorieën onder de drie minuten per dag per medewerker. In een onvolwassen IAM landschap zit het al snel op twintig of dertig minuten per dag voor een aanzienlijk deel van de populatie. Tien is een conservatief gemiddelde. ## De rekensom voor deze IAM business case uitgebreid Een grof voorbeeld op basis van de cijfers hierboven. Stel dat een investering in betere identity-hygiëne, een opgeschoonde role-bibliotheek en een vloeiender JML proces de gemiddelde verloren tijd terugbrengt van tien naar zes minuten per dag. | Variabele | Vóór | Ná | | --------------------------------------- | -------- | ------- | | Verloren minuten per dag per medewerker | 10 | 6 | | Verloren uren per jaar per medewerker | 38,3 | 23,0 | | Aantal medewerkers | 5.000 | 5.000 | | Verloren uren per jaar (organisatie) | 191.500 | 115.000 | | All-in kosten per uur | € 75 | € 75 | | Verloren productiviteit per jaar | € 14,4 M | € 8,6 M | | Jaarlijkse besparing | — | € 5,8 M | Een IGA traject van een paar miljoen verdient zich binnen zijn levensduur eenvoudig terug. Alleen niet op de manier die in de governance-stuurgroep wordt gemeld. Het hangt aan de werkvloer. Voor de [productiviteitsimpact van Single Sign-On](https://learn.microsoft.com/en-us/entra/identity/enterprise-apps/what-is-single-sign-on) bestaat overigens een omvangrijke literatuur: zo laten [Forrester TEI-onderzoeken](https://tei.forrester.com/go/okta/identitygovernance/?lang=en-us) rondom Microsoft Entra en Okta Identity Governance zien dat organisaties substantiële productiviteitswinsten realiseren door lifecycle-automatisering, snellere onboarding, minder handmatige toegangsprocessen en efficiëntere access reviews. ## Wat het écht kost: de niet-financiële kant Tijd is alleen het laagste niveau van impact. Wat je daarboven verliest is moeilijker te kwantificeren en zwaarder aan te pakken. ### Vertrouwen in IT Een medewerker die elke week tegen één of twee toegangs-issues aanloopt, leert dat IT niet werkt. Hij belt niet meer voor kleine zaken, vraagt hulp via informele kanalen, ontwikkelt zijn eigen workarounds. Een organisatie die de hulpvraag van haar eigen medewerkers heeft uitgeschakeld, is moeilijker te besturen dan een organisatie waar de hulpvraag wordt gehoord. ### Aantrekkelijkheid als werkgever Een nieuwe medewerker oordeelt in zijn eerste twee weken over de volwassenheid van zijn werkgever. Een goed lopend Joiner-proces is daarin een van de duidelijkste signalen. Een rommelig Joiner-proces ook. In een arbeidsmarkt waar talent kiest, geen randverschijnsel. ### Risico-acceptatie aan de management-kant Managers die voortdurend tijd verliezen aan toegangsproblemen voor hun team, gaan kortere afslagen kiezen. Brede approvals, generieke rollen, exception requests die niet goed worden uitgevraagd. Slechte toegangs-ergonomie leidt direct tot slechtere governance: een patroon dat ik eerder beschreef in [waarom IAM-projecten falen op governance, niet op techniek](https://accans.com/artikel/waarom-iam-projecten-falen-op-governance-niet-op-techniek). Deze effecten staan zelden in een business case. Ze bepalen wel hoe een organisatie zich gedraagt. ## Vier interventies die de tien minuten omlaag krijgen Geen revolutionair antwoord. Wel een paar dingen die ik in trajecten heb zien werken. ### 1. Single Sign-On op alles waar het kan Niet de uitzonderingen tolereren omdat ze "te moeilijk" zijn. Een Excel met de niet-SSO-uitzonderingen is de helft van het werk. Voor een gezonde Microsoft-omgeving: alle line-of-business apps op Entra, federaties zorgvuldig opzetten, legacy auth uitfaseren. ### 2. Een toegangsaanvraag in onder de werkdag Standaardrollen die in onder de tien minuten zijn aan te vragen en in onder de werkdag worden uitgevoerd. Lijkt agressief. Haalbaar als je de standaardrollen op orde hebt en goedkeuringsworkflows niet op vakantie-mode laat staan. Directe verbinding met Joiner-Mover-Leaver vanuit de medewerker: hoe schoner het lifecycle-proces, hoe minder ad-hoc aanvragen. ### 3. Eén identiteit, één gezicht Hybride landschappen waarin de medewerker tussen accounts moet wisselen voor reguliere taken zijn een ergonomische ramp. Investeren in identity-consolidatie betaalt zich terug, ook al staat het zelden hoog op de roadmap. Tenant-consolidaties, federaties tussen on-prem AD en Entra, het uitfaseren van per-applicatie-accounts. ### 4. JML-strakte Bijna alle terugkerende toegangsproblemen zijn restanten van slecht uitgevoerde joiner-, mover- of leaver-events. Een schoon JML proces vermindert in een half jaar het ticket-volume zichtbaar. Hier komt het [non-human identity vraagstuk](https://accans.com/artikel/non-human-identities-en-ai-de-nieuwe-rollen-en-werkvormen-binnen-iam) overigens steeds vaker naar boven: niet alleen menselijke movers veroorzaken scope creep. Ook agents en service accounts die niet meebewegen met functiewisselingen. ## Tot slot De security-business case voor IAM is helder en wordt vaak gemaakt. De productiviteits-business case is groter en wordt zelden gemaakt. Gemiste kans. Want het is precies de business case die een CFO begrijpt, een COO ondersteunt, en een CIO zou moeten helpen om budget vrij te maken voor het saai-maar-cruciale werk dat IAM-architectuur eigenlijk is. Een organisatie die accepteert dat haar medewerkers tien minuten per dag aan toegang kwijt zijn, accepteert in feite een verborgen kostenpost van miljoenen. Plus een sluipend verlies aan vertrouwen. Het is een keuze. Bij de meeste organisaties een keuze die niemand bewust heeft gemaakt. ## Veelgestelde vragen over de IAM business case en productiviteit ### Hoe bereken je de productiviteits-ROI van een IAM-investering? In essentie via drie variabelen: de gemiddelde tijd die een medewerker per dag kwijt is aan toegangsproblemen (vóór en ná), het aantal medewerkers in scope, en de gemiddelde all-in kosten per uur. Voor een conservatieve berekening volstaat tien minuten als baseline. Gerichte interviews of helpdesk-ticket-analyse geeft je een nauwkeuriger getal voor je eigen organisatie. ### Welke IAM-interventies hebben de hoogste productiviteitsimpact? In mijn ervaring vier: Single Sign-On op alle reguliere applicaties; standaardrollen die werken voor 80% van de aanvragen; een geautomatiseerde joiner-flow die op dag één klaar is; en het uitfaseren van legacy-accounts die naast de hoofdidentiteit bestaan. Geen ervan technisch baanbrekend. Samen tikken ze meetbaar door op de werkvloer. ### Hoe verhoudt de productiviteits-business case zich tot de security-business case? Ze bijten elkaar niet. Sterker, ze versterken elkaar. Een IAM omgeving die security-strak is en ergonomisch slecht, leidt tot schaduw-werkarounds die het security-niveau weer omlaag halen. Een omgeving die zowel strak als prettig is, levert de beste uitkomst op beide assen. De productiviteits-business case helpt vaak om budget vrij te maken voor controls die security-only nooit hadden kunnen verantwoorden. ### Wat is de impact van SSO op de gemiddelde medewerker? [Single Sign-On](https://learn.microsoft.com/en-us/entra/identity/enterprise-apps/what-is-single-sign-on) elimineert herhaalde inlogmomenten en vermindert daarmee zowel tijd als cognitieve belasting. Concrete besparingen variëren — meerdere Forrester TEI onderzoeken wijzen op besparingen in de orde van enkele minuten per medewerker per dag, met een grotere impact in organisaties die voor SSO veel applicaties met afzonderlijke accounts gebruikten. ### Wanneer wegen passwordless en FIDO2 op tegen de uitrol-kosten? Voor organisaties van enige omvang vrijwel altijd, mits je de business case op productiviteit én op security samen maakt. De security-baten, geen phishable passwords, lagere MFA-fatigue, minder helpdesk-tickets voor reset, zijn al een gangbaar argument. De productiviteits-baten (minder MFA-frictie per dag) komt daarbovenop, en is in een hybride werkpopulatie aanzienlijk. ### Hoe pas je een IAM-business case aan NIS2 aan? [NIS2](https://eur-lex.europa.eu/eli/dir/2022/2555/oj) verandert vooral de stakeholder-mix. Bestuurders worden persoonlijk aansprakelijk, wat de board-gevoeligheid voor IAM-investeringen verhoogt. In een NIS2-context werkt het vaak goed om de business case op drie assen te bouwen: bestuursaansprakelijkheid (NIS2 + Cyberbeveiligingswet), productiviteit (de tien-minuten-rekensom), en operationeel risico (audit-findings, incident-impact). Drie sponsoren in plaats van één. --- # Recertificering (IAM) als changemanagement: hoe ADKAR helpt > Source: https://accans.com/artikel/recertificering-als-changemanagement-waarom-managers-access-reviews-haten-en-hoe-adkar-helpt > Date: 2026-05-29T06:11:00.000Z **Recertificering** mislukt zelden omdat een IGA-tool niet werkt. Het mislukt omdat managers gedrag moeten vertonen waarvoor het proces nooit is ontworpen. Organisaties behandelen access reviews als compliance-control, terwijl het in de praktijk een terugkerend changemanagementtraject is. Wie recertificering bekijkt door de lens van ADKAR, ziet vrij snel waarom zoveel campagnes op papier succesvol zijn en tegelijk vrijwel niets valideren. Halfjaarlijks krijg je als manager een mail. Onderwerp: "Access certification campagne". Inhoud: een link naar een tool, een lijst van twintig of dertig medewerkers, en honderden entitlements die je een voor een mag beoordelen. Een derde herken je nog wel. De rest is een mix van applicatienamen, role-codes en permissions die je nooit eerder hebt gezien. Je weet dat er voor vrijdag iets moet gebeuren, anders gaat de tweede reminder. De eerste reactie van bijna elke manager die ik in de afgelopen vijftien jaar heb meegemaakt is dezelfde: approve all. De campagne loopt af, de SoC- of audit-rapportage staat op groen, de governance lijkt te kloppen. En toch is er feitelijk niets gevalideerd. Dat is het structurele probleem met recertificering. We hebben er een IT-proces van gemaakt, terwijl het in essentie een verandertraject is. De Prosci-bril helpt om scherp te krijgen waar het misgaat, en hoe je een access review-campagne van compliance-theater terugbrengt tot betekenisvolle governance. ## Wat recertificering eigenlijk is Recertificering (of access certification, access attestation) is het periodieke proces waarin een verantwoordelijke bevestigt dat de toegangsrechten van zijn medewerkers nog kloppen. Meestal de direct leidinggevende. Het is een hoeksteen van een volwassen [IGA programma](https://www.gartner.com/en/information-technology/glossary/identity-governance-and-administration-iga) en een verplichte controle onder vrijwel elk relevant raamwerk: [ISO/IEC 27001](https://www.iso.org/standard/27001), [NIS2](https://eur-lex.europa.eu/eli/dir/2022/2555/oj), SoX, en [NIST SP 800-53](https://csrc.nist.gov/projects/cprt/catalog#/cprt/framework?id=SP_800_53) (control AC-2). In een ideaal scenario heeft de manager bij elke entitlement drie scenario's helder in zijn hoofd: behouden, intrekken, omzetten. In de praktijk ziet hij een lijst die hij niet kan duiden, en neemt hij de snelste route die het systeem hem biedt: behouden (goedkeuren). ## Waarom de huidige aanpak in vrijwel elke organisatie hapert Bij vrijwel elke recertificering die ik heb begeleid, kom je dezelfde knelpunten tegen. Entitlement-namen die technisch zijn of niet beschrijvend. Privileged access die op dezelfde lijst staat als reguliere toegang. Geen ingeplande tijd. Geen consequentie aan het afkeuren (soms wordt het zelfs niet uitgevoerd). En geen terugkoppeling achteraf. Geen ervan technisch onoplosbaar. Vrijwel geen ervan wordt structureel opgelost. Geen toeval; het zit in hoe IAM programma's worden ingericht. Ik heb dat eerder beschreven in [waarom IAM-projecten falen op governance, niet op techniek](https://accans.com/artikel/waarom-iam-projecten-falen-op-governance-niet-op-techniek). ## Het ADKAR-model toegepast op recertificering [Prosci's ADKAR-model](https://www.prosci.com/methodology/adkar) loopt door vijf fases: Awareness, Desire, Knowledge, Ability, Reinforcement. Ontworpen om individuele gedragsverandering te begeleiden in een organisatiecontext. Recertificering is, ondanks zijn IT-jasje, precies dat. Per fase: wat ik in de praktijk fout zie gaan, en wat wel werkt. ### Awareness: beseft de manager dat dit ertoe doet? Bij vrijwel elke recertificering die ik heb begeleid, is het antwoord-impliciet nee. Een manager begrijpt op een abstract niveau dat toegang gevoelig ligt. Maar hij ziet niet hoe zijn klik op "approve" zich verhoudt tot een audit-finding, een potentieel datalek, of een SoX-issue. De Awareness is procesmatig: "we moeten dit doen", en niet inhoudelijk. Wat in praktijk wel helpt: laat ná de campagne zien wat er met de uitkomsten is gebeurd. Een korte rapportage, op afdelingsniveau, met een paar voorbeelden van wat anders had moeten gaan. Niet als verwijt. Wel als referentie. De volgende keer leest de manager de mail anders. Een specifiek aandachtspunt: in branches waar [recente datalekken zoals bij Booking en Basic-Fit](https://accans.com/artikel/booking-en-basic-fit-geen-hack-wel-een-probleem) plaatsvonden, kun je die concrete cases gebruiken om Awareness aan te wakkeren. Veel makkelijker uitleggen wat er kan misgaan als je verwijst naar wat er recent ergens anders is gebeurd. ### Desire: wil de manager dit eigenlijk doen? Hier zit volgens mij de meest onderschatte breuk. De gemiddelde manager zit niet te wachten op recertificeringen. Werk dat geen direct rendement oplevert, geen zichtbaarheid biedt, en het hele jaar door kan worden weggedelegeerd of weggeklikt. Tegen die natuurlijke weerstand kun je niet aan-communiceren. Wat ik bij grote werkplek- en IAM trajecten heb gezien, is dat het kwartje pas valt op het moment dat een manager zelf de gevolgen ervaart. Een ex-medewerker die nog toegang had tot een SharePoint waarop een vertrouwelijk dossier stond. Een mover die zes maanden lang in twee teams tegelijk zat met de rechten van beide. Een privileged account van een medewerker bij een leverancier die er inmiddels niet meer werkte. Eén concreet incident binnen de eigen afdeling doet meer voor de Desire dan twintig awareness-mails. Mijn advies: wacht niet op het incident. Maak het concreet door per afdeling te laten zien welke entitlements in de huidige populatie waarschijnlijk niet meer kloppen. Een mover-rapport, een role-mining-overzicht. Iets zodat zij zelf een stukje herkenning krijgen. ### Knowledge: weet hij waarover hij beslist? Hier schieten IGA implementaties bijna altijd tekort. De manager krijgt entitlement-namen voorgeschoteld die hij niet kan duiden. `PROD-FIN-REPORT-READ` of `AAD-SG-Finance-Admins` is voor de architect een logische naam (hopelijk). Voor de manager abacadabra. Wat helpt: human-readable beschrijvingen naast de technische naam, gemaakt door de business owner van de applicatie, niet door IT. Eén regel die antwoord geeft op de vraag "wat kan iemand met deze entitlement?". Niet sexy werk. Wel het werk dat het verschil maakt. Tweede element: scheid privileged van regulier. Wanneer de manager voor één medewerker tien reguliere en twee privileged entitlements in dezelfde lijst ziet, krijgen ze hetzelfde gewicht. Misleidend. Geef privileged een eigen workflow met expliciete validatie. Voor admins die [Privileged Identity Management](https://learn.microsoft.com/en-us/entra/id-governance/privileged-identity-management/pim-configure) productief gebruiken (vaak via CyberArk, BeyondTrust of Entra PIM) kan deze stap in een aparte campagne, met andere frequentie. ### Ability: kan hij het ook? Tijd en tool. Twee variabelen die in IAM programma's structureel onderschat worden. Tijd: een manager met twintig medewerkers, elk met dertig entitlements, kijkt naar zeshonderd individuele beslissingen per campagne. In een tool waarin hij niet vloeiend is. Als dat in een werkweek moet, weet je dat hij gaat bulk-approven. Reserveer er expliciet ruimte voor in de planning, communiceer dat naar zijn manager, accepteer dat het werk is en geen administratief randje. Tool: kijk een keer mee met een manager in je IGA omgeving. Dan zie je sneller waar de afhakers zitten dan in welke roadmap-review ook. Bij een klant heb ik dit een keer gedaan in voorbereiding op een grote tenant-consolidatie, en de bevindingen helpen dan om toch wat aanpassingen te doen aan de communicatie en interface. ### Reinforcement: wat gebeurt er na de campagne? Hier valt de meeste energie weg. De campagne sluit, een rapportage gaat naar Risk & Compliance, en het volgende halfjaar gebeurt er niets meer met de uitkomsten richting de managers die het werk hebben gedaan. Gemiste kans. Managers die zien dat hun beslissingen érgens toe leidden: een opgeruimde rol, een opgesloten exception, een SoD-conflict dat is opgelost. Dit zorgt straks voor een nog betere inzet. Wat ik concreet heb zien werken: een kort kwartaal-overzicht naar elke deelnemende manager met drie cijfers. Wat heb je goedgekeurd, wat heb je afgekeurd, en wat is er sindsdien gebeurd met de afgekeurde rechten. Vijf regels, niet meer. Sluit de Reinforcement-lus die de meeste programma's openlaten. ## Een praktische aanpak voor de volgende campagne Op basis van bovenstaande, de interventies die in mijn ervaring het verschil maken tussen een betekenisvolle recertificering en compliance-theater: 1. **Begin drie weken eerder met communicatie.** Niet één mail bij de start. Een korte serie: wat komt eraan, wat verwachten we, hoeveel tijd kost het. 2. **Maak entitlement-beschrijvingen leesbaar voor managers.** Eén regel per entitlement, geschreven door de business owner. Niet door IT. Zit dit er nog niet in: maak het dan onderdeel van het transformatie programma. 3. **Splits privileged van regulier.** Aparte campagne, aparte cadans, aparte workflow. 4. **Plan tijd in.** Reserveer expliciet werkuren in de agenda van de manager. Niet als suggestie. Als blok. 5. **Doe een steekproef op uitvoering.** Niet alle ingestuurde uitkomsten zijn betekenisvol. Een steekproef die de Risk Officer doet op het percentage bulk-approved entitlements geeft je een eerlijke meting. 6. **Sluit de Reinforcement-lus.** Korte rapportage aan elke deelnemende manager. Drie cijfers per kwartaal. Niet meer. Geen revolutionaire stappen. Wel stappen die in vrijwel elk programma waar ik kom, niet gestructureerd worden gedaan. ## Tot slot Recertificering is geen IT-proces in een Excel met een mooie naam. Het is een halfjaarlijks verandertraject dat een professionele manager moet doorlopen tussen alle andere prioriteiten door. Wie het zo behandelt, krijgt resultaten die je aan een auditor kunt laten zien én die feitelijk kloppen. Wie het als IT-proces blijft behandelen, krijgt groene rapportages waar niemand iets aan heeft. Het verschil zit niet in de tool. Het zit in de vijf fases die je tussen e-mail één en e-mail twee weet te organiseren. ## Veelgestelde vragen over recertificering en access certification ### Wat is het verschil tussen recertificering en access review? In de praktijk worden de termen door elkaar gebruikt. Access review is de bredere term voor elke periodieke beoordeling van toegangsrechten. Recertificering (access certification, access attestation) is de formele variant waarin een verantwoordelijke per medewerker en per entitlement een beslissing tekent. In een [ISO 27001 context](https://www.iso.org/standard/27001) wordt recertificering ingericht als documented control. ### Hoe vaak moet recertificering plaatsvinden? Voor reguliere toegang is halfjaarlijks de norm onder de meeste raamwerken. Voor privileged access (accounts met administratieve of kritieke rechten) wordt kwartaal of maandelijks aangeraden. Voor exception-rechten en tijdelijke toegang is een kortere cyclus gangbaar, soms wekelijks of bij elke nieuwe campagne. NIS2 versterkt deze frequentie-eis indirect, omdat bestuurders persoonlijk aanspreekbaar worden op de adequaatheid van controls. ### Wat is bulk-approval en waarom is het een probleem? Bulk-approval is het in één klik goedkeuren van alle entitlements voor een hele groep medewerkers, zonder individuele beoordeling. Rationele reactie op een onhandig proces: de manager kan de entitlements niet duiden, dus klikt hij ze allemaal goed. Probleem: de uitkomst van zo'n campagne ziet er in de tool en in de audit-rapportage hetzelfde uit als een betekenisvolle review. Daarmee staat de governance op papier groen, terwijl er feitelijk niets is gevalideerd. ### Hoe pas je Prosci/ADKAR praktisch toe op IAM? Door de vijf fases (Awareness, Desire, Knowledge, Ability, Reinforcement) als checklist te gebruiken bij het ontwerpen van de campagne. Niet als theoretisch model. Als operationeel werkschema. Voor elke fase: wat doe ik concreet voor de manager-laag? Een Prosci-gecertificeerde programma manager kan die vertaling sneller maken dan een puur technische lead, omdat het model dan in zijn natuurlijke beroepstaal staat. ### Kan AI helpen bij recertificering? Ja, deels, maar niet zoals vaak wordt gesuggereerd. AI is goed in patroonherkenning. Welke entitlements lijken op outliers, welke rechten zijn statistisch onwaarschijnlijk voor een gegeven rol, welke combinaties wijzen op SoD-risico. Nuttige pre-processing voor de manager. Wat AI niet kan is de menselijke beslissing nemen of de Desire-fase oplossen. Lees [AI-agents in IAM: de rekensom achter access monitoring kantelt](https://accans.com/artikel/ai-agents-in-iam-de-rekensom-achter-access-monitoring-kantelt) voor een diepere analyse. ### Wat is het verband tussen NIS2 en recertificering? [NIS2](https://eur-lex.europa.eu/eli/dir/2022/2555/oj) verplicht organisaties in essentiële sectoren tot adequaat cybersecurity-beheer, inclusief toegangscontroles. Bestuurders worden persoonlijk aanspreekbaar gemaakt. Recertificering is een van de meest tastbare controls die een auditor kan toetsen, en daarmee een directe blootstellingsfactor voor bestuurders. Een papieren recertificering die niet feitelijk klopt, is onder NIS2 een veel grotere risicofactor dan onder eerdere regimes. --- # Waarom je IAM-rollout struikelt op de manager, niet op SailPoint > Source: https://accans.com/artikel/waarom-je-iam-rollout-struikelt-op-de-manager-niet-op-sailpoint > Date: 2026-05-27T06:13:00.000Z De IGA tool draait. Connectoren werken. Workflows staan klaar. En toch werkt het niet. Die zin hoor ik in elke IAM omgeving wel een keer. Meestal tussen de tweede en de vierde maand na go-live. Bij de eerste recertificatieronde, of bij de eerste serieuze mover-event. Dan blijkt dat alles wat de architect in SailPoint of Omada heeft uitgedacht, voor één gebruikersgroep gewoon niet werkt. De manager. En zonder die manager werkt geen IAM programma. Hoe duur de tool ook was. Dit patroon zie ik in vrijwel elk groot IAM traject terugkomen. Geen technisch falen. Een verandermanagementprobleem dat zich vermomt als IT-project. Wie dat onderscheid niet ziet, levert keurige techniek af aan een organisatie die er onbedoeld niets mee kan. ## Wat een manager in de IAM-keten geacht wordt te doen Een gemiddelde manager in een corporate met fatsoenlijk ingericht identity-landschap heeft minstens vijf rollen in het [IAM-proces](https://www.gartner.com/en/information-technology/glossary/identity-governance-and-administration-iga). Maakt niet uit of de tool SailPoint, Saviynt, Omada of Microsoft Entra heet, de rollen zijn vergelijkbaar. Hij keurt toegangsverzoeken goed of af. Hij doet recertificering, meestal halfjaarlijks, soms vaker bij privileged access. Hij signaleert mover-events wanneer iemand van team wisselt. Hij geeft exceptions af op standaardrollen en moet die later kunnen verantwoorden, bijvoorbeeld bij een externe audit op grond van [ISO/IEC 27001](https://www.iso.org/standard/27001). En bij Joiner en Leaver is hij de schakel tussen HR en IT die de timing aanstuurt. Vijf taken. Elk daarvan veronderstelt iets. Inzicht in wat een entitlement betekent. Bewustzijn van SoD. Aanvoelen waar privileged anders is dan regulier. En weten wat een service account is, en waarom die er niet bij de menselijke recertificering hoort. Voor geen van die dingen krijgt hij in de meeste organisaties structurele opleiding. De manager krijgt zijn eerste toegangsverzoek-mail, leest 'm half, en klikt op approve. Niet omdat hij slordig is. Omdat hij er nooit op is voorbereid. ### Wat de manager letterlijk ziet Wat een gemiddelde manager in een IGA tool ziet, is zelden ergonomisch. Hij krijgt een mail dat er een access certification klaarstaat. Hij logt in, ziet een lijst van dertig medewerkers, en moet per medewerker tussen de tien en honderd entitlements beoordelen. Entitlements heten dingen als `AAD-SG-Finance-Admins`, `PROD-FIN-REPORT-READ` of `O365-DG-PMO-EU`. Voor de architect logisch. Voor de manager Latijn. En toch verwacht de governance-stuurgroep een betekenisvolle review. ## Waarom manager-enablement structureel onderschat wordt Architecten en programmaleiders investeren onevenredig in techniek. Een SailPoint of Saviynt implementatie kost miljoenen en levert tastbare deliverables: connectoren, workflows, role-modellen, dashboards. Manager-enablement krijgt vrijwel altijd een fractie van dat budget. Een training van twee uur. Een Confluence-pagina. Een korte video. En dan moet de manager vervolgens halfjaarlijks beslissingen nemen over toegang voor twintig of dertig medewerkers, in een interface die hij vier keer per jaar opent. Werkt zelden. In een [eerder artikel over waarom IAM-projecten falen op governance](https://accans.com/artikel/waarom-iam-projecten-falen-op-governance-niet-op-techniek) heb ik beschreven hoe het zwaartepunt in IAM programma's structureel verkeerd ligt. Het manager-vraagstuk is daar een directe afgeleide van. ### Vier patronen die ik in vrijwel elk programma zie In elk traject kom ik dezelfde gedragingen tegen, in wisselende verhoudingen. Bulk-approval. De manager klikt op "approve all" omdat hij de individuele entitlements niet kan duiden. Oude rechten blijven staan en de recertificering wordt een papieren formaliteit. Delegated approval. Hij geeft het door aan een teamlid. Wettelijk meestal toegestaan, in de praktijk een gat in je governance. De delegate kent jouw entitlement-bibliotheek nog minder dan jij. Onthouding. De manager doet er niets mee. Reminders gaan af, escalaties volgen, uiteindelijk wordt de approval automatisch toegekend of geweigerd op timeout. Allebei slecht. En het schaduwspoor. De manager keurt iets goed waarvan hij dacht dat het tijdelijk was. Het blijft staan. Vier jaar later zit het nog steeds in de IGA database en niemand weet meer waarom (en niemand durft het weg te halen, want stel dat). Geen technisch probleem dus. Wel een verandervraagstuk. En in mijn ervaring bij grote IAM trajecten, precies de plek waar programma's gemaakt of gebroken worden. ## De Prosci-bril op het manager-vraagstuk Een manager die structureel goed beslist over toegang, doorloopt eigenlijk alle vijf fases van [Prosci's ADKAR-model](https://www.prosci.com/methodology/adkar). Awareness, Desire, Knowledge, Ability, Reinforcement. Wie die bril opzet, ziet veel scherper waar het in IAM programma's misgaat. ### Awareness — beseft hij dat dit ertoe doet? In de meeste programma's wordt deze fase wel geraakt. Er gaat een mail uit dat de IGA omgeving live is, en dat managers verantwoordelijkheden hebben. Maar de Awareness blijft procesmatig. Hij weet dát hij iets moet doen, niet waarom. Een audit-finding of een datalek dat terug te leiden was naar een slordige recertificering, is een veel sterker bewustzijnsmoment dan een policy-mail. ### Desire — wil hij dit eigenlijk? Hier zit volgens mij de meest onderschatte breuk. De gemiddelde manager zit niet te wachten op IAM werk. Geen direct rendement op zijn afdeling. Zelden gewaardeerd in een beoordeling. En makkelijk weggeklikt zonder dat iemand het merkt. ### Knowledge — weet hij waarover hij beslist? De typische enablement bestaat uit een tooltraining. Hoe log je in, hoe vind je je campagne, hoe klik je op approve. Wat ontbreekt is inhoudelijke kennis. Wat ís een entitlement. Wat is het verschil tussen privileged en regulier. Wat betekent het concreet als ik dit goedkeur. Werk dat in de meeste programma's gewoon niet wordt opgepakt. ### Ability — kan hij het ook praktisch? Tijd en tool. Twee variabelen die structureel onderschat worden. Een manager met twintig medewerkers en zeshonderd individuele beslissingen per campagne, in een interface waar hij vier keer per jaar inkomt — die gaat bulk-approven. Geen onwil. Een rationele reactie op een onhandig systeem. ### Reinforcement — wat gebeurt er na de campagne? Hier valt de meeste energie weg. De campagne sluit, de rapportage gaat naar Risk & Compliance, en het volgende halfjaar gebeurt er niets meer met de uitkomsten richting de managers die het werk hebben gedaan. Een organisatie die alleen de eerste fase aanraakt (de awareness-mail), en de andere vier overslaat, krijgt rapportages die in de tool kloppen en in de praktijk geen betekenis hebben. ## Wat in IAM-programma's wel werkt voor manager-adoptie In trajecten waar de manager-laag wél meeging, zag ik een paar terugkerende interventies. Geen ervan is technisch. Geen ervan kost wat een SailPoint licentie kost. Geen ervan wordt structureel ingebed in IAM programma's. ### Maak de manager-rol expliciet in de governance Op papier. Niet alleen in de tool. "Als manager beslis je over X, Y en Z. Geen optionele taak." Klinkt triviaal. Is het zelden. In een organisatie waar de manager-rol expliciet staat opgeschreven en wordt gehandhaafd, doen managers het werk met meer ernst. Dat sluit ook aan op de [NIS2 richtlijn](https://eur-lex.europa.eu/eli/dir/2022/2555/oj), die bestuurders persoonlijk aanspreekbaar maakt en daarmee de hele organisatie dwingt verantwoordelijkheden expliciet te beleggen. ### Stop met training-events, ga over op just-in-time enablement Een tweemaal-per-jaar workshop werkt niet voor een proces dat managers tweemaal per jaar doen. Wat wel werkt: contextuele hulp op het moment dat de manager een approval krijgt. Een korte uitleg in de tool zelf, bij elk entitlement, geschreven door de business owner van de applicatie. Niet door IT. ### Schakel de overzichtsdrang in Veel managers willen overzicht. Geef ze een eenvoudige weergave van "dit zijn alle rechten van mijn team", niet één toegangsverzoek per keer. Helpt bij begrip én bij recertificering. En het sluit aan op hoe een manager de wereld ziet: niet per entitlement, maar per medewerker. ### Maak de consequenties zichtbaar Wanneer een audit findings oplevert die terug te leiden zijn naar bulk-approvals, deel dat terug aan managers. Niet als verwijt. Wel als signaal. Hetzelfde voor security-incidenten waarbij toegangsrechten een rol speelden. Dit is de Reinforcement-laag die in vrijwel elk programma ontbreekt. ### Bouw ownership bij senior managers Een directeur die zelf zijn recertificering serieus doet, zet de toon voor de hele afdeling. Daar zit meer hefboomwerking dan in nog een communicatiecampagne. Senior leaders die zichtbaar IAM discipline tonen, veranderen de norm. Anders dan bij gewone IT-projecten vraagt dat actieve sponsoring vanuit de top. ## Wat een onafhankelijke programma manager hier toevoegt Een IAM programma wordt zelden uitgevoerd door interne mensen alleen. Er zit meestal een leverancier in voor de tool, een systeemintegrator voor de implementatie, en een interne stuurgroep voor de governance. Wat in mijn ervaring ontbreekt, is een rol die het manager-vraagstuk bewust eigenaar maakt. Dat is een rol die ik in trajecten waar ik leid, expliciet beleg. Niet als trainer. Niet als communicatiemanager. Wel als degene die zorgt dat de ADKAR fases voor de manager-laag benoemt worden zodat deze ook echt doorlopen worden, en niet alleen op papier. Het is een vakgebied waar [IAM en change management elkaar raken](https://accans.com/artikel/non-human-identities-en-ai-de-nieuwe-rollen-en-werkvormen-binnen-iam), en precies de plek waar veel programma's hun grootste blinde vlek hebben. ## Tot slot De vraag die ik bij elke IAM kickoff stel — en steeds vaker, omdat het antwoord steeds dezelfde richting opgaat — is niet welke tool er gekozen wordt. Het is: wat is jullie strategie om de manager-laag mee te krijgen? Geen antwoord daarop? Dan weet je waar het programma over achttien maanden vastloopt. De tool werkt. De governance niet. ## Veelgestelde vragen over IAM-rollout en manager-adoptie ### Wat is de grootste oorzaak van een mislukte IAM-rollout? In mijn ervaring zelden de techniek. Veel vaker hapert het op de manager-laag. De gebruikersgroep die toegangsverzoeken moet goedkeuren, recertificeringen moet uitvoeren en mover-events moet signaleren. Zonder goede enablement op die groep eindigt vrijwel elk programma met groene rapportages die in de praktijk niet kloppen. ### Hoeveel tijd kost recertificering een gemiddelde manager? Voor een manager met twintig medewerkers en gemiddeld dertig entitlements per medewerker gaat het over zeshonderd individuele beslissingen per campagne. Bij conservatieve dertig seconden per beslissing is dat vijf uur werk, twee keer per jaar. In organisaties zonder goede tool-ergonomie loopt het op naar het dubbele. ### Werkt het ADKAR-model voor IAM-programma's? Ja, en in mijn ervaring beter dan voor veel andere IT trajecten. Het probleem in IAM is namelijk niet technisch maar zit op begrip, motivatie en gedrag bij een specifieke gebruikersgroep. Precies waar [Prosci en ADKAR](https://www.prosci.com/methodology/adkar) voor ontworpen zijn. De vijf fases passen naadloos op het manager-vraagstuk. ### Wat is het verschil tussen privileged en reguliere recertificering? Privileged access (PAM) heeft een hoger risico-profiel. Accounts die kritieke systemen of administratieve functies kunnen wijzigen. In een goede opzet heeft privileged recertificering een aparte workflow, vaker dan halfjaarlijks (kwartaal of maandelijks), met expliciete validatie door zowel manager als security. Reguliere access kan in een halfjaarlijkse campagne. ### Moet ik mijn IAM-programma anders inrichten als ik op NIS2 moet voldoen? NIS2 verplaatst aansprakelijkheid naar de bestuurder en dwingt daarmee organisaties identity- en accessverantwoordelijkheden expliciet te beleggen. Niet alleen een compliance-vraag, ook een hefboom om manager-adoptie afdwingbaar te maken. Lees verder in [NIS2 en IAM: waarom identity & access management nu bestuurlijke prioriteit is](https://accans.com/artikel/nis2-en-iam-waarom-identity-access-management-nu-bestuurlijke-prioriteit-is). ### Welke rol speelt een onafhankelijke programma manager bij manager-adoptie? Een onafhankelijke programma manager beschermt het belang van adoptie tegen het belang van technische voortgang. Leveranciers en systeemintegratoren hebben een natuurlijke prikkel om naar go-live te willen; adoptie kost ze tijd en marge. Een onafhankelijke programma manager zorgt dat de ADKAR fases daadwerkelijk worden doorlopen en dat manager-enablement een eigen werkstroom met budget en KPI's krijgt. --- # Open Source First in IAM: voorbij de Magic Quadrant > Source: https://accans.com/artikel/open-source-first-in-iam-waarom-procurement-niet-bij-de-magic-quadrant-moet-beginnen > Date: 2026-05-24T12:42:00.000Z Op 3 juni 2026 presenteert de Europese Commissie het EU Tech Sovereignty Package. Tien dagen daarvoor staat de teller op de [open brief van SUSE en een coalitie Europese open source bedrijven](https://www.suse.com/eu-tech-sovereignty-letter/) op een paar honderd handtekeningen, en groeit nog. Het verzoek aan de Commissie is concreet: maak in de Cloud and AI Development Act (CAIDA) bindend dat publieke aanbestedingen eerst een open source alternatief moeten beoordelen, voordat er een proprietary keuze valt. Klein op papier. Groot in implicatie. Vooral voor één categorie waar de sovereignty-discussie tot nu toe blijft hangen: identity en access management. In een eerder artikel betoogde ik al dat [Europa zijn eigen rijtje IAM-vendors verdient](https://accans.com/artikel/digital-sovereignty-in-iam-waarom-europa-zijn-eigen-rijtje-verdient/). Dit stuk gaat een stap verder. Want zelfs als Europese vendors op je longlist staan, blijf je in de oude logica zitten zolang procurement de keuze op vendor-niveau maakt. De echte sovereignty-vraag zit een laag dieper. ## De Magic Quadrant is geen sovereignty-instrument In veel van de IAM-trajecten waarin ik meedraai is het patroon hetzelfde. De longlist komt uit Gartner. De shortlist is een subset daarvan. De argumenten? Marktleider. Brede integraties. "Wat de analist zegt." Een systeemintegrator die er al ervaring mee heeft. Allemaal rationeel, allemaal binnen het kader van één enkele vraag: welk product werkt het beste voor onze use case? Dat is een prima vraag. Hij is alleen niet de vraag die sovereignty stelt. Sovereignty vraagt iets anders: wat houd ik over als deze leverancier morgen wordt overgenomen (DigiD/Solvinity iemand?), zijn licentie verandert, of zijn jurisdictie politiek minder gezellig wordt? Een Magic Quadrant beantwoordt dat niet. Hij scoort completeness of vision en ability to execute. Allebei nuttig. Geen van tweeën zegt iets over of je over vijf jaar nog vrij bent om weg te gaan. En er zit nog een fundamenteler probleem in. Een Magic Quadrant kan structureel geen pure open source projecten opnemen. Het model is gebouwd om vendors te beoordelen, niet protocollen of community-projecten. Het vraagt minimum-omzetcijfers, een commerciële entiteit met support-SLA's, klantreferenties met betaalde contracten. Keycloak als project past daar niet in. Een Linux Foundation- of Eclipse-project past daar niet in. Pas op het moment dat een commerciële vendor de open codebase verpakt en doorverkoopt (Red Hat rond Keycloak, een SI rond een open IGA-stack) komt er iets in beeld dat in de Quadrant past, maar dan beoordeel je de verpakking, niet het project. De open source aanbod-kant van de markt valt per definitie buiten je longlist als je hem op een Quadrant baseert. Dat is geen vergissing van Gartner. Dat is hoe het instrument werkt. Sovereignty moet je daarom apart organiseren in je procurementproces. Als criterium met gewicht in de scorematrix, niet als formaliteit op pagina acht. Het is bovendien het soort vraag dat niet los staat van het bredere governance-debat: [zonder identity-laag loopt AI governance uiteindelijk vast](https://accans.com/artikel/waarom-ai-governance-zonder-iam-uiteindelijk-stukloopt/), en zonder sovereignty-laag loopt diezelfde identity-stack vast op de eerste keer dat een vendor zijn voorwaarden verandert. ## Open Source First: de demand-side De SUSE-brief is in de kern een demand-side ingreep. Wie hem goed leest, ziet dat hij niets verbiedt. Geen ban op US software. Geen verplichte EU-vendor. Wel een verplichte assessment: voordat je een proprietary keuze maakt, beoordeel je of er een gekwalificeerd open source alternatief is. Documenteer en auditeer die afweging. Kleine ingreep, groot effect. Want hij verandert de standaard. De standaard bij publieke aanbestedingen is nu twintig jaar lang dezelfde: een longlist van wat de grote system integrators standaard meeleveren, en daarbinnen een keuze. Open source komt op pagina twaalf voor, als het al voorkomt. In IAM zou dit betekenen dat oplossingen als Keycloak, Soffid, of vergelijkbare open source IGA-componenten serieus worden meegewogen. Niet om altijd te winnen. Wel om in beeld te zijn. (Een lage drempel. Wordt nu niet gehaald.) ## Wat Joost de Valk eraan toevoegt: de commons Joost de Valk schreef in mei 2026 een doordachte aanvulling op de SUSE-brief, [Open Source First is right, but not enough](https://joost.blog/open-source-first-not-enough/). Zijn punt: de brief regelt de vraagkant, niet de aanbodkant. Wie betaalt voor de neutrale infrastructuur waar open source op draait? Hij schrijft uit eigen ervaring. Joost werkte een jaar aan FAIR (Federated and Independent Repositories), het project dat WordPress een neutraal update-fundament wilde geven nadat duidelijk werd dat de update-infrastructuur van wordpress.org één eigenaar had die op een dag kon besluiten 200.000 sites af te sluiten. FAIR kwam met versie 1.0. In februari 2026 stopten Joost en Karim Marucchi met dit specifieke deel voor WordPress, omdat het ecosysteem niet bereid bleek neutraliteit te financieren. De les is hard. En relevant voor IAM. Open source is een noodzakelijke voorwaarde voor sovereignty, maar niet voldoende. Een markt vol gekwalificeerde open source vendors die elk hun eigen update-infrastructuur draaien, elk met hun eigen single-point-of-failure in de governance, is een markt waarin [de WordPress-fout](https://accans.com/artikel/open-source-en-soevereiniteit-de-les-van-wordpress/) vanzelf opnieuw gebeurt. Onder een nettere jurisdictie, maar met dezelfde structurele kwetsbaarheid. De aanvulling die Joost vraagt: koppel Open Source First aan een tweede principe, namelijk dat een deel van de publieke aanbestedingsbudgetten naar gedeelde, gefedereerde infrastructuur stroomt die onafhankelijk van een individuele vendor wordt bestuurd. Stichtingen als de Linux Foundation, Eclipse Foundation en NLnet hebben het mechanisme er al voor. Wat ontbreekt is de beleidstoezegging om er op schaal geld naartoe te sturen. Voor identity is dit allesbehalve abstract. Federated identity layers, OpenID Connect-implementaties, SAML-bibliotheken, de specs zelf: precies het soort commons waar Joost het over heeft. Iedereen leunt erop. Niemand voelt zich verantwoordelijk om het te financieren. ## De sovereignty scale van Dries Buytaert Dries Buytaert, oprichter van Drupal, formuleerde in februari 2026 een [Software Sovereignty Scale](https://dri.es/the-software-sovereignty-scale) die het onderscheid maakt dat in de meeste beleidsdocumenten ontbreekt. Niet alle open source is even soeverein. En "Buy European" garandeert niks. Zijn schaal loopt van A tot E, in de stijl van de energielabels. Grade A is copyleft open source zonder relicensing-risico, gedragen door een neutrale stichting of door zoveel onafhankelijke bijdragers dat relicensing structureel onmogelijk is. Linux, Drupal, WordPress en TYPO3 vallen hieronder — TYPO3 wordt in Dries' lijstje niet expliciet genoemd, maar past er op alle criteria (GPL-licentie, governance bij een neutrale Association, codebase gedragen door honderden contributors over twee decennia) wel in. Grade B is copyleft met relicensing-risico, zoals MySQL voor de overname door Oracle was. Grade C is permissieve open source, denk aan Apache, MIT, BSD, waar de licentie proprietary forks toestaat (de Redis-saga, waarin Valkey de open variant moest worden, illustreert dat). Grade D is Europese proprietary software, soeverein in jurisdictie maar niet structureel beschermd: één bestuursvergadering volstaat om dat te veranderen. Grade E is buitenlandse proprietary software, waar je al overhandigd hebt. De pointe waar IAM-beslissers iets aan hebben: van E naar D verschuiven is voortgang, maar van D naar C is waar het echt om gaat. Een Europese vendor die proprietary is, blijft één overname verwijderd van een Skype-scenario. Een open source oplossing op een permissieve licentie blijft één strategische pivot van de eigenaar verwijderd van een Redis-scenario. De structurele bescherming zit in grade A en B. Niet in waar de leverancier zijn kantoor heeft. ### Het Solvinity-Kyndryl-DigiD-debacle Wie dit te theoretisch vindt, kijkt naar wat er sinds maart 2026 rond DigiD speelde. Solvinity, de Nederlandse hostingpartij die het DigiD-platform in een overheidsdatacenter draait, stond op overnamekoers van het Amerikaanse Kyndryl. Daarmee dreigde de jurisdictie onder de hosting van Nederlands kritieke digitale identiteit te schuiven van Nederlands recht naar Amerikaans recht — CLOUD Act, FISA, EO 12333 — zonder dat er één regel code aan DigiD veranderde. Op 25 mei 2026 heeft staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Zaken en Soevereiniteit) de overname [formeel verboden](https://nos.nl/artikel/2615885-staatssecretaris-verbiedt-amerikaanse-overname-solvinity-bedrijf-achter-digid), op basis van de Wet Ongewenste Zeggenschap Telecommunicatie. Het Bureau Toetsing Investeringen oordeelde dat de transactie een risico vormt voor de nationale veiligheid en de bescherming van gevoelige persoonsgegevens. Het kabinet heeft het contract op [27 maart 2026 verlengd met twee jaar](https://www.digid.nl/en/solvinity), omdat een veilige overstap voor augustus 2026 niet haalbaar bleek. De Kamer uitte zorgen. Drie burgers spanden een kort geding aan. De rechter wees die op [6 mei 2026 af](https://www.techzine.eu/news/infrastructure/141541/court-rules-solvinity-can-keep-maintaining-dutch-digital-identity-platform/), met als kernargument: de overheid mag deze afweging zelf maken, en migratie binnen vier maanden is operationeel onverantwoord. Juridisch verdedigbaar. Sovereignty-technisch precies het Skype-scenario waar Dries voor waarschuwt. De les is alsnog hard. Een Nederlandse leverancier, Nederlands gerund, Nederlands datacenter, jaren naar tevredenheid geleverd. Eén beursvergadering verderop wordt dat bijna een Amerikaans bedrijf met Amerikaanse extraterritoriale verplichtingen. Niemand had iets gedaan dat in strijd was met de bestaande regels. De Nederlandse staat kon alleen via een sovereignty-wet (WOZT) ingrijpen — niet via de structuur van het procurement-proces zelf. Dat dat instrument bestaat is een meevaller. Het ontslaat geen enkele organisatie van de plicht om sovereignty als criterium in het inkoopproces te verankeren, in plaats van te hopen dat de overheid achteraf het gat dichtdraait. Wat dit voor IAM betekent: ook bij een vendor met Nederlandse vlag, Nederlands hoofdkantoor en Nederlands personeel kun je over twee jaar in een Amerikaanse jurisdictie zitten zonder dat je platform verhuisd is. Grade D is precies dat risico. De enige structurele bescherming zit een trede hoger. In de praktijk wil dat zeggen: vraag bij iedere shortlist-vendor naar het copyright-eigenaarschap van de codebase, naar de licentie, en naar wie de governance van het project hosts. Drie vragen die je nu niet stelt en die het verschil maken tussen een keuze die over tien jaar nog houdt, en een keuze die op een bestuursvergadering wordt teruggedraaid. ## Wat dit voor IAM-procurement betekent Drie aanpassingen in je proces die het verschil maken. Eén. Zet sovereignty als criterium met gewicht in je RFP-scorematrix. Niet als formaliteit. Reken jurisdictie van de moedermaatschappij, dataresidentie, licentievorm en copyright-concentratie mee. Maak zichtbaar wat de keuze impliceert voor de komende tien jaar. Wie daarna alsnog voor SailPoint of CyberArk kiest, doet dat met open ogen, en dat is een verdedigbare keuze. Wie het kiest omdat het al jaren de gewoonte is, maakt een impliciete sovereignty-keuze zonder hem te benoemen. Twee. Verbreed de longlist actief. Laat hem opstellen door minimaal twee paar ogen, waarvan één met expliciete opdracht om Europese en open source alternatieven mee te wegen. Daar zijn instrumenten voor. De [Digital Sovereignty Assessment Tool](https://digitalsovereignty.accans.com/nl) die ik daarvoor heb gebouwd brengt afhankelijkheden en risico's in kaart en helpt om de juiste vragen vroeg in een traject te stellen. Niet om een vendor te selecteren, maar om een longlist te verbreden. Drie. Beoordeel niet alleen het product, maar ook de commons eronder. Welke standaarden hanteert deze oplossing (SAML, OIDC, SCIM, FAPI), wie host die specs, welk consortium financiert de werkgroepen? Een vendor die uitsluitend op proprietary protocols draait, sluit een uitgang die je later misschien nodig hebt. Een vendor die actief bijdraagt aan de standaarden waarop hij draait, investeert in jouw exit-optie. Klinkt zwaarder dan het is. Drie vragen extra. Ze passen op een halve pagina van je RFP-template. Ze leveren niet altijd een andere uitkomst op. Ze maken de keuze wel uitlegbaar — aan een toezichthouder, aan een board, aan je opvolger over drie jaar. ## Wat TYPO3 hier laat zien Als supervisory board member van [TYPO3 GmbH](https://typo3.com/) zit ik aan een tafel waar deze discussie geen abstractie is. TYPO3 is een Europees geboren open source enterprise CMS, gedragen door een non-profit Association en een commerciële GmbH die de zakelijke kant ondersteunt. Codebase onder GPL. Governance gedistribueerd. Op de schaal van Dries scoort het structureel hoog. Wat TYPO3 in 2026 expliciet doet, is sovereignty als strategische as benoemen. In [een uitgebreid stuk in TYPO3 News](https://news.typo3.com/article/digital-sovereignty-open-source-europe) schreef Panagiotis Semitekolos in februari hoe Europese overheden bewust overschakelen naar open source. Schleswig-Holstein. Frankrijk met zijn alternatief voor Teams en Zoom. Oostenrijk met Nextcloud. Duitsland met openDesk. Allemaal omdat ze hun digitale infrastructuur niet langer aan een bestuursvergadering bij een buitenlandse aandeelhouder willen overlaten. De Duitse Bondsoverheid investeert structureel in TYPO3 zelf voor publieke websites, niet als gunst maar als beleid. Voor mij is dat geen marketing. Het is een werkbaar model voor hoe je grade-A software in publieke handen houdt. Een neutrale Association als governance-houder. Een commerciële GmbH die het ecosysteem ondersteunt zonder controle over de codebase. Publieke financiering die in de commons stroomt, niet alleen in vendor-licenties. Precies wat Joost en Dries beiden bepleiten, in de praktijk al draaiend. Datzelfde model is in IAM nog dun bezaaid. Soffid in Spanje doet een poging. Keycloak heeft een sterke open codebase maar zit in corporate verband. Wat ontbreekt is een Europese IAM-stichting die de rol vervult die de Eclipse Foundation voor IDE's of de Linux Foundation voor het OS speelt. Een gat in het ecosysteem. En precies de plek waar publieke financiering effect zou hebben. (Ik heb deze argumenten op T3CON 2025 in Düsseldorf ook breder geplaatst, in [de presentatie over Preventing CMS Leaks](/project/t3con-talk/) — sovereignty, IAM en CMS-governance lopen op meer plekken in elkaar over dan je in een longlist terugziet.) ## Slot De CAIDA is een markt-signaal. Open Source First is de kleine ingreep die de default verandert. Funding the commons is de aanvulling die voorkomt dat we onder een nettere jurisdictie dezelfde fout opnieuw maken. En de sovereignty scale van Dries is het instrument om te zien welke open source ook structureel beschermd is. Voor IAM-programma's zijn dit geen abstracte beleidsdiscussies. Het zijn drie aanpassingen in je RFP-proces. Een paar extra vragen aan je shortlist. En één bewuste keuze: neem je sovereignty serieus voordat je tekent, of beoordeel je het wanneer een incident dat voor je doet. Wie nu zijn IAM-roadmap herijkt, neemt dit erin mee. Wie wacht, wordt ingehaald op het moment dat een vendor zijn licentie verandert of dat een aanbeveling van Gartner achterhaald blijkt. Teken [de brief van SUSE](https://www.suse.com/eu-tech-sovereignty-letter/) als hij bij je past. Lees [Joost over de commons](https://joost.blog/open-source-first-not-enough/) en [Dries over de schaal](https://dri.es/the-software-sovereignty-scale). En kijk in je eigen procurement-proces of de sovereignty-vraag überhaupt gesteld wordt. Vaak is dat het stuk dat nog ontbreekt voordat een principe een procedure wordt. ## Veelgestelde vragen over digital sovereignty en IAM ### Wat is Open Source First in de context van EU-aanbestedingen? Open Source First is het principe dat publieke aanbestedingen verplicht eerst beoordelen of een gekwalificeerd open source alternatief bestaat voordat een proprietary keuze wordt gemaakt. De afweging moet gedocumenteerd en auditeerbaar zijn. De Europese open source coalitie rond [de SUSE-brief](https://www.suse.com/eu-tech-sovereignty-letter/) vraagt om dit principe bindend op te nemen in de EU Cloud and AI Development Act (CAIDA), die op 3 juni 2026 wordt gepresenteerd. ### Waarom is een Magic Quadrant geen sovereignty-instrument? Twee redenen. Eén: een Magic Quadrant beoordeelt productkwaliteit en marktpositie binnen een use case, niet de structurele afhankelijkheidsrisico's die je tien jaar later raken. Vragen als jurisdictie van de moedermaatschappij, licentievorm, copyright-concentratie en relicensing-risico komen er niet in voor. Twee: het model is gebouwd om vendors te scoren, met inclusiecriteria als minimum-omzet, commerciële support-SLA's en betaalde klantreferenties. Pure open source projecten (Keycloak, Linux Foundation- of Eclipse-projecten) passen daar structureel niet in. Het instrument sluit dus per ontwerp een deel van de markt uit dat juist vanuit sovereignty-perspectief het meest interessant is. ### Wat is de Software Sovereignty Scale van Dries Buytaert? [Dries Buytaert formuleerde](https://dri.es/the-software-sovereignty-scale) een A-tot-E schaal die meet hoe structureel beschermd je gebruiksrechten zijn. Grade A is copyleft open source zonder relicensing-risico (Linux, Drupal, TYPO3). Grade B is copyleft met risico (MySQL/MariaDB). Grade C is permissieve open source (Redis/Valkey). Grade D is Europese proprietary software (Skype voor de overname). Grade E is buitenlandse proprietary software. De sprong van D naar C is waar het qua structurele sovereignty echt om gaat. ### Wat laat de Solvinity-Kyndryl-zaak rond DigiD zien? Solvinity, de Nederlandse hostingpartij waar DigiD op draait, stond in 2026 op overnamekoers van het Amerikaanse Kyndryl. Daarmee dreigde de jurisdictie onder Nederlands kritieke digitale identiteit te schuiven van Nederlands naar Amerikaans recht — CLOUD Act, FISA, EO 12333. Op 25 mei 2026 [verbood staatssecretaris Aerdts](https://nos.nl/artikel/2615885-staatssecretaris-verbiedt-amerikaanse-overname-solvinity-bedrijf-achter-digid) de overname onder de Wet Ongewenste Zeggenschap Telecommunicatie. Het is precies het grade-D risico van Dries' schaal: een Europese leverancier blijft één bestuursvergadering verwijderd van een buitenlandse jurisdictie — en alleen dankzij een sovereignty-wet werd dat hier afgewend. ### Wat voegt het funding-the-commons argument van Joost de Valk toe? [Joost de Valk wijst erop](https://joost.blog/open-source-first-not-enough/) dat Open Source First de vraagkant regelt maar niet de aanbodkant. Wie betaalt voor de neutrale infrastructuur — package repositories, certificate authorities, federated identity layers, language registries — waar open source software op leunt? Zonder publieke financiering die naar de commons stroomt, recreëer je per vendor hetzelfde single-point-of-failure risico dat WordPress in 2024 liet zien. Voor IAM betekent dit: financier niet alleen vendors, maar ook de standaarden en stichtingen waarop ze rusten. ### Hoe relevant is dit voor mijn IAM-RFP vandaag? Drie concrete aanpassingen. Eén: voeg sovereignty als criterium met gewicht toe aan je scorematrix (jurisdictie, dataresidentie, licentievorm, copyright-concentratie). Twee: laat de longlist door twee paar ogen samenstellen, waarvan één met de opdracht Europese en open source alternatieven mee te wegen. Drie: beoordeel de standaarden en commons onder een product, niet alleen het product zelf. Zie ook [mijn eerdere stuk over Europese IAM-vendors](https://accans.com/artikel/digital-sovereignty-in-iam-waarom-europa-zijn-eigen-rijtje-verdient/) voor een overzicht van wat er aan EU-aanbod beschikbaar is. ### Wat doet TYPO3 in deze discussie? TYPO3 is een Europees open source enterprise CMS met een Association als governance-houder en een commerciële GmbH die het ecosysteem ondersteunt. Op de sovereignty scale scoort de stack structureel hoog: GPL-licentie, gedistribueerd copyright, neutrale governance. De Duitse Bondsoverheid investeert structureel in TYPO3 voor publieke websites — een werkbaar voorbeeld van publieke financiering die naar de commons stroomt in plaats van naar vendor-licenties. [Een gedetailleerd stuk in TYPO3 News](https://news.typo3.com/article/digital-sovereignty-open-source-europe) beschrijft hoe het CMS dit positioneert. Ik zit als supervisory board member van TYPO3 GmbH bij deze discussie aan tafel. ### Is er een tool waarmee ik mijn eigen stack kan beoordelen? Ja. De [Digital Sovereignty Assessment Tool](https://digitalsovereignty.accans.com/nl) brengt afhankelijkheden en risico's in kaart rondom data, infrastructuur en leveranciers, op basis van EU-criteria. Geschikt om een sovereignty-perspectief in een lopend IAM- of digitale werkplek-traject in te brengen, voordat een longlist stolt. ## Bronnen - SUSE, *Open Letter: Europe's Digital Future* — [www.suse.com/eu-tech-sovereignty-letter/](https://www.suse.com/eu-tech-sovereignty-letter/) - Joost de Valk, *Open Source First is right, but not enough* — [joost.blog/open-source-first-not-enough/](https://joost.blog/open-source-first-not-enough/) - Dries Buytaert, *The Software Sovereignty Scale* — [dri.es/the-software-sovereignty-scale](https://dri.es/the-software-sovereignty-scale) - Panagiotis Semitekolos (TYPO3 News), *Digital Sovereignty and Open Source: Europe's Shifting Technology Foundations* — [news.typo3.com/article/digital-sovereignty-open-source-europe](https://news.typo3.com/article/digital-sovereignty-open-source-europe) - NOS, *Staatssecretaris verbiedt Amerikaanse overname Solvinity, bedrijf achter DigiD* (25 mei 2026) — [nos.nl/artikel/2615885](https://nos.nl/artikel/2615885-staatssecretaris-verbiedt-amerikaanse-overname-solvinity-bedrijf-achter-digid) - Binnenlands Bestuur, *Staatssecretaris verbiedt overname bedrijf achter DigiD* — [binnenlandsbestuur.nl](https://www.binnenlandsbestuur.nl/digitaal/staatssecretaris-verbiedt-overname-bedrijf-achter-digid) - DigiD, *IT-leverancier Solvinity in het nieuws — wat betekent dit voor DigiD?* — [www.digid.nl/en/solvinity](https://www.digid.nl/en/solvinity) - Techzine, *Court rules Solvinity can keep maintaining Dutch digital identity platform* (6 mei 2026) — [www.techzine.eu](https://www.techzine.eu/news/infrastructure/141541/court-rules-solvinity-can-keep-maintaining-dutch-digital-identity-platform/) - Biometric Update, *Netherlands weighs data sovereignty concerns with Solvinity digital identity contract* — [www.biometricupdate.com](https://www.biometricupdate.com/202604/netherlands-weighs-data-sovereignty-concerns-with-solvinity-digital-identity-contract) - Eerder op accans.com: *[Digital sovereignty in IAM: waarom Europa zijn eigen rijtje verdient](https://accans.com/artikel/digital-sovereignty-in-iam-waarom-europa-zijn-eigen-rijtje-verdient/)* - Tool: *[EU Digital Sovereignty Assessment](https://digitalsovereignty.accans.com/nl)* --- # Waarom IAM-projecten falen op governance, niet op techniek > Source: https://accans.com/artikel/waarom-iam-projecten-falen-op-governance-niet-op-techniek > Date: 2026-05-23T11:37:00.000Z Ik kom regelmatig binnen bij IAM trajecten waar de techniek prima op orde is. De IGA tool draait, de connectoren werken, er staat een rolmodel of RBAC op papier. En toch is er na anderhalf jaar nog niets aantoonbaar geregeld. Geen access reviews die echt landen, geen JML flows die de business vertrouwt, geen audit waar ze met droge ogen doorheen komen. Dan kijk je naar wie er bij betrokken zijn. Een sterke IAM architect van de leverancier, een IGA consultant, een paar interne specialisten. Allemaal capabel. Wat er ontbreekt is iemand die het programma als geheel draagt. En die niet zelf in het rolmodel of de SoD matrix gaat zitten knutselen, want dan ben je een week later weer geen PM. IAM is geen project. Het is een programma. En een programma vraagt iemand anders dan een projectleider. ## Waarom IAM-programma's anders zijn dan traditionele IT-projecten Drie kenmerken trekken Identity & Access Management uit de projectsfeer. Eén, er lopen meerdere workstreams parallel op People, Process en Technology. Techniek, processen, governance, communicatie, adoptie. Eén Gantt en één deliverable past daar niet op. Twee, doorlooptijd 12 tot 24 maanden. Korter is zelden realistisch boven de 500 medewerkers. Langer betekent dat je programma onderweg politiek moet kunnen overleven. Drie, resultaten zijn cumulatief, niet "klaar". Een IAM programma stopt niet. Het ontwikkelt zich door naar een blijvende governance functie. De vraag is niet wanneer je klaar bent, maar wanneer je overdraagt. ## De rolverdeling die telt Iets wat ik te vaak hoor: de programma manager regelt het wel. Inclusief de inhoud. Dat klopt niet. Een PM die op de inhoud gaat zitten is binnen drie maanden geen PM meer. Inhoud is consultants. Doorgaans drie, soms vier. En vaak ook nog per werkstroom aangestuurd door project managers. De technische IAM consultants. IAM-architect ontwerpt de doelarchitectuur. IGA consultant ontwerpt rolstructuur en reviewproces. SoD specialist bouwt de matrix voor de grote systemen zoals SAP. PAM consultant richt CyberArk of BeyondTrust in. Een change-consultant. Communicatie, training, adoptie, [ADKAR uitwerking](https://www.prosci.com/methodology/adkar), stakeholdermap. IAM is een verandering in People én Process, niet alleen Technology, en dat stuk gaat niet vanzelf. En in sommige organisaties een business- of process-architect die de rolstructuur tegen de inrichting houdt. Niet altijd nodig. Wel handig als de processen rommelig zijn. De PM doet iets anders. Geen inhoud. Wel sturing. Concreet: scope, budget en tijd. Het team aansturen. Knopen doorhakken op basis van wat specialisten op tafel leggen. Rapporteren naar stuurgroep en directie. En de juiste mensen in de organisatie verbinden met de juiste consultants, zodat die consultants ook echt hun werk kunnen doen. > "De beste PM voor IAM is iemand die IAM goed kent en er vervolgens bewust niet aan komt." En dat is meteen waarom die PM-rol los moet staan van de leverancier. Een PM in dienst van de IGA leverancier heeft een ingebouwd belangenconflict bij elke scope discussie. Onafhankelijk neem je geen positie in op tool of ontwerp, en kan je regie voeren tussen klant, leverancier en interne teams. Klinkt simpel. Is het in de praktijk niet. ## Toolselectie en RfP: begin niet met een demo Veel IAM-trajecten ontsporen al vóór de implementatie. Niet bij de bouw, maar bij de toolkeuze. Organisaties starten met een longlist van leveranciers en een serie demo's, terwijl de probleemanalyse nog niet eens af is. Dan wordt de demo leidend voordat duidelijk is welke governanceproblemen eigenlijk opgelost moeten worden. In een typische enterprise spelen meerdere identity-platforms een rol. IGA (Identity Governance & Administration) voor lifecycle en access reviews. PAM (Privileged Access Management) voor admin-accounts en privileged sessions. De centrale IdP voor authenticatie en federatie is in vrijwel elke Nederlandse enterprise inmiddels Entra ID, simpelweg omdat de organisatie al op M365 draait. En in toenemende mate CIEM voor cloud-rechten. Veel RfP's vergelijken die platforms op featurelijsten alsof het functioneel gelijkwaardige producten zijn. Dat zijn ze niet, en daar gaan trajecten al onderuit. De echte selectievraag in een RfP draait om IGA en PAM, en steeds vaker om hoe die twee samenwerken met de Entra ID-controls die er al staan: Conditional Access, Privileged Identity Management (PIM), Entitlement Management. Wie dat onderscheid niet maakt vergelijkt drie verschillende productcategorieën onder één paraplu en stelt zichzelf bovendien de verkeerde vraag. Wat ik in leveranciers selectie vrijwel altijd terugzie: scorecards die vele features wegen zonder weging op organisatorische volwassenheid. Gartner's Magic Quadrant for IGA en Forrester's Wave for Identity Management worden vaak als selectiebasis gebruikt, logisch, want het zijn de meest gestructureerde marktoverzichten. Maar beide rapporten beoordelen leveranciers op productvolwassenheid. Niet op of jouw organisatie de volwassenheid heeft om er waarde uit te halen. Een SailPoint, Saviynt of Omada krijgt dezelfde score op "supports access reviews", terwijl de echte vraag is of jouw applicatie-eigenaren überhaupt zinvol kunnen reviewen. Die vraag staat zelden in de RfP. > "Een enterprise-grade IGA-platform lost geen organisatie op waarin applicatie-eigenaarschap niet bestaat." Een slechte toolkeuze is zelden technisch verkeerd. Veel vaker past de volwassenheid van de organisatie niet bij de volwassenheid van de tool. Een platform dat bij een ander bedrijf prachtig werkt, kan bij jou de boel verlammen omdat de fundamenten ontbreken. Dat is geen tooling-fout. Dat is een selectie-fout. Een variant van hetzelfde patroon zie je inmiddels rond AI-tooling. Afdelingen gaan zelfstandig met agents en assistants aan de slag, buiten de centrale governance om, en de organisatie ontdekt achteraf dat er een tweede schaduw-IT-laag is ontstaan met andere regels. Daar schreef ik eerder over in [Shadow AI is geen schaduw-IT probleem maar een governanceprobleem](https://accans.com/artikel/shadow-ai-is-geen-schaduw-it-probleem-maar-een-governanceprobleem/). De parallel met de tool-first reflex bij IAM is groter dan je zou denken. De rol van de programma manager in deze fase: zorgen dat de probleemanalyse vóór de demo komt. Dat het selectieteam business, security én IT bevat. En dat er onafhankelijke expertise aan tafel zit, niet alleen de implementatiepartner van de favoriete leverancier. ## Change is geen restpost People, Process, Technology. Vrijwel elk IAM-traject zet de meeste energie op Technology, voldoende op Process, en bijna niets op People. Tot het misloopt. En dan blijken die twee laatste de bottleneck te zijn geweest. Wat verandert er eigenlijk voor mensen in zo'n programma? Voor applicatie eigenaren: jij wordt nu aanspreekbaar op wie toegang heeft tot jouw applicatie, en je moet daar twee keer per jaar over rapporteren. Voor people-managers: bij elke functiewijziging moet je stilstaan bij de toegang van je medewerker. Voor admins: je oude vaste account verdwijnt, je werkt voortaan via een PAM kluis met session recording. Voor de eindgebruiker: je login kan veranderen, de manier waarop je rechten krijgt verandert, en je verliest zeker rechten die je had. Dat is allemaal change. En voor de meeste betrokkenen onzichtbare change, want toegang is iets dat al werkt. Dat maakt IAM een lastig ADKAR traject. Vooral op de A en de D. Awareness vraagt om uitleg waarom dit programma loopt en welk risico het wegneemt. Niet één kick-off, maar herhaalde communicatie via de juiste kanalen. Desire vraagt om eerlijkheid over wat dit voor de individuele rol betekent. En een verhaal over wat het oplevert: minder ticket werk, minder audit-stress, minder vingerwijzen na een incident. Knowledge en Ability vragen om training die past bij de doelgroep, want een applicatie eigenaar heeft andere uitleg nodig dan een people manager. En Reinforcement vraagt dat de governance cyclus ook echt cyclus wordt. Daarom hoort er vanaf dag één een change-consultant in het team. Communicatiekalender naast de Gantt. Stakeholdergesprekken met de mensen die straks het werk gaan doen. Meten of de boodschap landt. Eigen werkstroom, eigen budget, eigen specialist. De PM regelt dat die werkstroom er is. Niet wat erin staat. ## Vijf fasen van een IAM-programma, kort Even het globale plaatje. Werkt voor de meeste organisaties tussen 500 en 10.000 medewerkers.